BAC 2023-12746
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 december 2022 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 8 augustus 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 26 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 15 december 2022 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH. Hierbij is aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een compensatie toegekend voor een bedrag van € 73.795,- voor de jaren 2008 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 5 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 en 2009. In overleg met belanghebbende is het verzoek uitgebreid met de jaren 2010 tot en met 2012.
- UHT heeft bij beschikking van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 15 augustus 2022 met kenmerk UHT-VC I aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €72.571,-voor de jaren 2008 tot en met 2012.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 15 december 2022 met kenmerk UHT-DCH de compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2012 verhoogd naar €73.795,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 29 maart 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 1 november 2024 in een schriftelijke beschouwing gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 5 maart 2025 heeft UHT de schriftelijke beschouwing aangevuld.
- Op 8 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing van 1 november 2024, de aanvullende schriftelijke beschouwing van 5 maart 2025 en de 'Bijlage compensatieberekening' uiteengezet dat de toeslagrente over de gemiste KOT (component o) en de hoogte van de aanvullende vergoeding van 1% over het subtotaal (component p) zullen worden aangepast bij de beslissing op bezwaar. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat zij geen bezwaren heeft tegen de aangepaste compensatieberekening zoals toegelicht door UHT. De Commissie stelt op basis hiervan vast dat tussen partijen geen geschilpunten meer resteren en adviseert UHT de toezeggingen in de beschouwingen gestand te doen in de beslissing op bezwaar. De beschikking met kenmerk UHT-DCH dient in zoverre te worden herroepen.
Hoewel tussen partijen geen geschilpunten meer resteren, adviseert de Commissie UHT om, in lijn met het beleid van UHT - in afwijking van de Wht - in gevallen waarin het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n) als einddatum de datum van de beslissing op bezwaar te hanteren. Daarnaast merkt de Commissie het volgende op. In het jaar 2011 is de KOT tweemaal neerwaarts bijgesteld: op 21 oktober 2011 (€ 6.193,-) en op 25 mei 2012 (€ 5.033,-). Volgens UHT waren beide bijstellingen het gevolg van een vooringenomen handelwijze van B/T (Informatie- en beoordelingsformulier, pag. 18-19). In de compensatieberekening is component b voor het jaar 2011 vastgesteld op € 6.193,-. De Commissie wijst erop dat het hanteren van alleen de eerste neerwaartse bijstelling in dit jaar voor component b tot een voor belanghebbende ongunstig resultaat leidt. De Commissie adviseert UHT, mede in het licht van het karakter van de hersteloperatie en de daarmee verbonden ruimhartigheid, daarom om component b vast te stellen op € 5.033,- (beschikking van 25 mei 2012).
Proceskostenvergoeding
Nu de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie UHT:
- het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen op de hierboven aangegeven wijze en de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum van de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zoverre te herroepen;
- component b over het jaar 2011 vast te stellen op het bedrag van de beschikking van 25 mei 2012 ter hoogte van € 5.033,-;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee met het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter