Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12612

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 maart 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 1 december 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 1 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 t/m 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 t/m 2010. De jaren 2006 t/m 2011 zijn herbeoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 maart 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft in haar advies geoordeeld dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 t/m 2011.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 13 maart 2023, ingekomen op 21 maart 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 20 september 2024, ingekomen op 26 september 2024, het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 3 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • UHT heeft op 19 november 2025 de schriftelijke reactie aangevuld.
  • Op 1 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Fraude Signalering Voorziening

Uit de schriftelijke reactie van UHT blijkt dat de persoonsgegevens van belanghebbende zijn opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV). Opname in de FSV-lijst duidt op zichzelf niet op vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte kwalificatie wegens opzet of grove schuld (hierna: O/GS-kwalificatie). Dit is anders wanneer de vermelding op de FSV-lijst heeft geleid tot het zoeken naar fouten of tekortkomingen (zero-tolerance-onderzoek) of tot de weigering van een betalingsregeling. De Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat er een zero-tolerance-onderzoek heeft plaatsgevonden of dat een betalingsregeling is geweigerd vanwege de vermelding op de FSV-lijst. Zoals uit de verdere overwegingen van de Commissie blijkt, zijn de verlagingen van de KOT in de toeslagjaren 2006 t/m 2011 het gevolg van reguliere wijzigingen en informatie die door belanghebbende zelf en de kinderopvanginstelling (hierna: KOI) zijn doorgegeven. Ook is er geen onterechte O/GS-kwalificatie. (Dit betekent dat er geen sprake is geweest van een vermoeden van opzet of grove schuld en een daardoor opgeroepen benadeling van belanghebbende).

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Niet herbeoordeelde toeslagjaren

Belanghebbende stelt dat niet alle toeslagjaren in de herbeoordeling zijn meegenomen. Zij stelt dat de toeslagjaren 2002 t/m 2005 ten onrechte niet zijn herbeoordeeld. Volgens UHT vallen de jaren 2002 t/m 2004 buiten het toetsingskader van de Wht en is er in 2005 geen KOT door belanghebbende aangevraagd.

De Commissie overweegt dat uit artikel 2.1 lid 1, onder b, van de Wht volgt dat herstel betrekking heeft op jaren waarin de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing waren. De Wet kinderopvang, waarin het recht op KOT is geregeld, is op 1 januari 2005 in werking getreden en was vanaf dat moment van toepassing. Dit betekent dat de jaren 2002 t/m 2004 buiten de herstelregeling van de Wht vallen.

Uit het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum van het jaar 2005, opgenomen op pagina 267 van het bezwaardossier, blijkt dat er in 2005 geen KOT door belanghebbende is aangevraagd. Hierdoor komt belanghebbende voor het toeslagjaar 2005 niet in aanmerking voor toepassing van een herstelmaatregel op grond van de Wht, omdat zij in dat jaar geen aanvrager van KOT was.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Afgewezen toeslagjaren

Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2006 t/m 2011 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel. Het is niet aannemelijk geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over deze jaren institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen heeft plaatsgevonden, en ook niet dat de situatie wijst op hardheid van het stelsel.

De terugvorderingen van KOT over deze jaren volgen uit achteraf bezien te hoge voorschotten die, op basis van reguliere wijzigingen (aantal opvanguren, gewijzigd toetsingsinkomen, stopzetting en informatie uit de KOI-viewer wat betreft de uren kinderopvang), opnieuw zijn berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Hoewel verlagingen zijn vastgesteld die meer dan € 1.500 bedroegen, ontbreekt een bijzondere omstandigheid die duidt op hardheid van het stelsel.

Verder is geen onterechte O/GS-kwalificatie toegepast, zodat ook op deze grond geen recht op compensatie bestaat.

De Commissie begrijpt dat belanghebbende dit graag anders had gezien, maar kan niet anders dan adviseren dat UHT het bezwaar ook op dit punt ongegrond verklaart.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter