BAC 2023-12599
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluiten: 30 januari 2023 (UHT-DCHA)
6 februari 2023 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 19 december 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 10 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking van 30 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA en van 6 februari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en in stand te laten. De Commissie adviseert voorts om geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 30 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA en de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) van 6 februari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2009 en 2010. Wel is voor het toeslagjaar 2009 een O/GS-tegemoetkoming voor een bedrag van € 9.434 toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 9 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009 en 2010.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, lid 1, van de Wht niet van toepassing is op de toeslagjaren 2009 en 2010.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 30 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2009 en 2010.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 6 februari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van € 9.434,- voor het toeslagjaar 2009. Omdat belanghebbende reeds €30.000 heeft ontvangen op grond van de Catshuisregeling volgde geen nabetaling.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 maart 2023 tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHA een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 31 maart 2023 het bezwaar aangevuld en het bezwaar tevens gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B.
- Gemachtigde heeft bij brief van 12 maart 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 28 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 16 december 2025 heeft UHT de volledige LIC-overzichten van de toeslagjaren 2009 en 2010 aan partijen toegezonden.
- Op 19 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden beschikkingen
Inzage onderliggende dossier
Belanghebbende heeft verzocht om inzage in het onderliggende dossier.
De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 21 augustus 2025 aan de gemachtigde van belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt, behoudens het hierna overwogene, dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Uit het procesverloop volgt dat UHT op 16 december 2025 de volledige LIC-overzichten voor de toeslagjaren 2009 en 2010 heeft overgelegd die – hoewel zij betrekking hadden op de zaak – niet (tijdig) ter inzage waren gelegd. In zoverre is sprake van een schending van artikel 7:4, lid 2, van de Awb. Belanghebbende heeft evenwel de gelegenheid gekregen om haar standpunt tijdens de hoorzitting nader toe te lichten. De Commissie is van opvatting dat belanghebbende door deze gang van zaken niet in haar processuele belangen is geschaad. Het namens belanghebbende in dit verband naar voren gebrachte bezwaar kan derhalve niet tot het door haar gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Inhoudelijke bezwaren
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT het verzoek om compensatie voor de toeslagjaren 2009 en 2010, dan wel om een O/GS-tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2010, terecht heeft afgewezen.
Beoordeling afwijzing compensatie toeslagjaren 2009 en 2010
Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, voor zover hier van belang, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van vooringenomenheid of van hardheid in de handelwijze van B/T.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009 en 2010 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Voor zover over deze toeslagjaren terugvorderingen hebben plaatsgevonden, zijn deze het gevolg van te hoge voorschotten die op basis van reguliere bijstellingen opnieuw zijn berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig op grond waarvan in het onderhavige geval van belanghebbende daarvan zou moeten worden afgeweken. Voor zover belanghebbende stelt dat zijzelf de antwoordformulieren niet heeft ondertekend dan wel heeft geretourneerd, is de Commissie van opvatting dat, wat hier verder ook van zij, de verwerking van deze formulieren door B/T niet kan worden aangemerkt als een vooringenomen handelswijze. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Beoordeling afwijzing O/GS-tegemoetkoming toeslagjaar 2010
De Commissie stelt, op grond van het dossier, vast dat voor het toeslagjaar 2009 sprake was van een onterechte O/GS-kwalificatie. De Commissie overweegt dat in het dossier geen aanwijzingen zijn aangetroffen dat belanghebbende in het toeslagjaar 2010 eveneens ten onrechte als O/GS-gekwalificeerd stond geregistreerd. Evenmin volgt uit het dossier dat belanghebbende voor dat jaar een verzoek heeft gedaan om een betalingsregeling. De regeling van artikel 2.6 van de Wht vindt dan ook geen toepassing op dat jaar. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft verzocht om een proceskostenvergoeding voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar volgens de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, ongegrond is komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie aan UHT om:
- het bezwaar tegen de beschikking van 30 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA en de beschikking van 6 februari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen in stand te laten;
- geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter