Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12595

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 januari 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 13 oktober 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 25 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €84.852,- voor de jaren 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011, 2012, 2013 en 2014. Belanghebbende heeft haar aanvraag uitgebreid met de jaren 2009, 2010, 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 augustus 2022 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van art. 49b van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (hierna: Awir) en de hardheidscompensatie van art. 49 van de Awir niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2015 t/m 2017.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €84.852,- wegens vooringenomenheid voor de toeslagjaren 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 13 maart 2023, ingekomen op 13 maart 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 23 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift
  • Op 13 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Dossier
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties zijn aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren.
De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2015, 2016 en 2017

Toeslagjaar 2015
UHT stelt dat uit de interne systemen van Belastingdienst/Toeslagen blijkt dat belanghebbende in 2015 geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Ook zijn geen gegevens naar voren gekomen kan worden afgeleid dat sprake is geweest van kwalificerende opvang, aldus UHT. Het is daarom niet aannemelijk dat in dit jaar kinderopvang is genoten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden voor vooringenomen handelen in dit KOT jaar. Verder heeft in 2015 geen terugvordering of verlaging van € 1.500 of meer plaatsgevonden. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de hardheidsregeling. Voorts is de Commissie niet gebleken van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld (hierna O/GS)-. Belanghebbende heeft daarom geen recht op een O/GS-tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT de bezwaren van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2016
De Commissie leidt uit het ouderdossier af dat voor toeslagjaar 2016 een neerwaartse correctie heeft plaatsgevonden die verband houdt met de vaststelling van het gezamenlijk toetsingsinkomen. Er zijn geen aanwijzingen dat B/T bij deze correctie onzorgvuldig of vooringenomen heeft gehandeld. In dit toeslag jaar heeft geen terugvordering of verlaging van € 1.500 of meer plaatsgevonden.
De voorwaarden voor toepassing van de hardheidsregeling zijn dus niet vervuld. De Commissie stelt vast dat geen sprake is van een onterechte O/GS-kwalificatie. Belanghebbende komt daarom niet in aanmerking voor een O/GS-tegemoetkoming. Belanghebbende heeft geen met gegevens onderbouwd verweer hierover geleverd. De Commissie adviseert UHT de bezwaren van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren aangezien het een reguliere aanpassing van de KOT in dit jaar betreft.

Toeslagjaar 2017
UHT stelt dat voor toeslagjaar 2017 twee neerwaartse, reguliere, correcties hebben plaatsgevonden. Beide correcties zijn, aldus UHT, te verklaren door wijzigingen in het door belanghebbende zelf opgegeven gezamenlijk toetsingsinkomen.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van belanghebbende dat deze inkomenscorrecties gevolg van vooringenomen handelen waren. Verder is geen sprake geweest van een terugvordering of verlaging van € 1.500 of meer in dit toeslagjaar. De hardheidsregeling is daarom niet van toepassing. Er is ook geen sprake van een onterechte O/GS-kwalificatie. Belanghebbende heeft daarom geen recht op een tegemoetkoming op deze grondslag. De Commissie adviseert UHT de bezwaren van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2018
Belanghebbende heeft zich in bezwaar op het standpunt gesteld dat de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2018 onjuist is. In haar beschouwing erkent UHT dat de compensatieberekening op onderdelen onjuist is en corrigeert zij de bedragen bij de betreffende componenten. De Commissie vindt de toelichting van UHT, die door belanghebbende verder niet bestreden is, op dit punt begrijpelijk en navolgbaar. UHT merkt nog op dat het definitieve compensatiebedrag pas berekend kan worden als de datum bekend is waarop zij beslist op het bezwaar van belanghebbende. De Commissie adviseert UHT de bedragen bij te stellen conform haar beschouwing en merkt op dat belanghebbende er door het instellen van bezwaar niet slechter voor komt te staan dan het geval was in het bestreden besluit. De Commissie adviseert UHT de bezwaren op dit punt gegrond te verklaren.

Proceskosten
Nu het bezwaar deels gegrond is, adviseert de Commissie om aan belanghebbende een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter