BAC 2023-12593
Publicatiedatum 07-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 maart 2023 (UHT-DCH)
Overdracht advies aan UHT: 16 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, met kenmerk UHT-DCH, hierna aangeduid als de bestreden beschikking.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 24.576,- voor de jaren 2008 en januari tot en met oktober 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 13 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008, 2009 en 2010.
- UHT heeft bij besluit van 21 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 november 2022 aan de Belastingdienst/Toeslagen toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen zich terecht op het standpunt stelt, dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de maanden november en december 2009 en voor het toeslagjaar 2010.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 24.513,-.
- UHT heeft bij de bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 24.576,-.
- Gemachtigde heeft bij brief gedateerd 14 maart 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Bij brief van 2 januari 2026 heeft gemachtigde bevestigd dat haar cliënt in deze zaak afziet van haar recht om te worden gehoord en gerefereerd aan de gemachtigde overeengekomen termijn voor het indienen van een nadere schriftelijke reactie.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 februari 2024 en 2 januari 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 10 februari 2026 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2008, 2009 en 2010 op de juiste wijze heeft berekend.
Persoonlijk dossier en SAS-rapport
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over de volledige informatie, omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier. De Commissie overweegt hierover het volgende.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgen op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift van UHT met de bijbehorende producties is op 24 januari 2024 naar gemachtigde gestuurd. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit.
Dat belanghebbende de noodzaak voelt om haar persoonlijk dossier in handen te krijgen, begrijpt de Commissie en zij adviseert UHT daarom zich zoveel mogelijk in te spannen om het persoonlijk dossier aan belanghebbende te verstrekken. Tegelijkertijd is de Commissie van oordeel dat het niet hebben van het persoonlijk dossier belanghebbende niet in de weg staat om op basis van het bezwaardossier inzicht te krijgen in hoe het compensatiebedrag tot stand is gekomen. Uit de stellingname van belanghebbende en UHT volgt dat een verzoek tot het persoonlijk dossier is uitgezet en zij deze zo spoedig mogelijk zal ontvangen. In het persoonlijk dossier zal tevens het SAS-rapport zitten. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt dan ook ongegrond.
Motivering van de beschikking
Belanghebbende stelt dat UHT onvoldoende helder en begrijpelijk aan belanghebbende kenbaar heeft gemaakt hoe de onderdelen van de compensatieberekening zijn opgebouwd.
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggendonderzoek.
De compensatieberekening is vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen, definitieve beschikkingen en wijzigingsmeldingen van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). Voor zover UHT de bestreden beschikking bij het uitbrengen niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van oordeel dat, met het indienen van de schriftelijke beschouwing met daarin per relevant toeslagjaar een toelichting voorzien van producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Gelet hierop adviseert de Commissie UHT de bezwaren ten aanzien van dit punt ongegrond te verklaren.
Niet toegekende KOT
Volgens belanghebbende dient UHT de juistheid van de hoogte van de KOT zoals indertijd definitief vastgesteld te beoordelen. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Beoordeling per jaar
Belanghebbende vindt het opmerkelijk dat voor sommige jaren vooringenomen handelen wordt aangenomen, en voor andere jaren weer niet. Een selectie in jaren op basis van neerwaartse correcties of nihilstellingen doet geen recht aan de situatie van gedupeerde ouders. De Commissie wijst in dit verband op de wetsgeschiedenis van de Wht. In de Memorie van Toelichting wordt dit punt expliciet besproken: “Bij integrale beoordeling wordt vastgesteld wat er is misgegaan met de kinderopvangtoeslag bij een gedupeerde ouder en wordt per berekeningsjaar het herstelbedrag vastgesteld dat op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van dit wetsvoorstel wordt toegekend.” (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 19).
De Commissie leidt hieruit af dat het kennelijk niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een vaststelling van gedupeerd zijn van een toeslagouder automatisch door te trekken naar andere jaren. Volgens de Commissie zal daarom per jaar opnieuw moeten worden vastgesteld of sprake is geweest van vooringenomen handelen dan wel hardheid en of de werkwijze van UHT begrijpelijk en daarmee in overeenstemming is. De enkele – niet nader met feiten of omstandigheden onderbouwde – stelling dat van vooringenomenheid sprake moet zijn geweest in andere toeslagjaren als eenmaal sprake is geweest van vooringenomen handelen door B/T of bijzondere omstandigheden acht de Commissie daarom in zijn algemeenheid onjuist. Dit deel van het bezwaar acht de Commissie daarom ongegrond.
Informatie uit de KOI-viewer
Belanghebbende stelt dat B/T voor het vaststellen van de KOT niet blindelings op de KOI-viewer mag vertrouwen, omdat kinderopvanginstellingen niet verplicht zijn om de gegevens in de viewer in te vullen.
De Commissie gaat uit van de stelregel dat B/T en UHT mogen uitgaan van de informatie vanuit de KOI-viewer, tenzij er contra-indicaties zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende heeft geen informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat de informatie uit de KOI-viewer niet juist is. Deze bezwaargrond treft geen doel.
Bezwaarprocedures
Belanghebbende stelt verder dat over de jaren waarover zij bezwaar heeft gemaakt geen beslissing op bezwaar is genomen en dat om deze reden sprake is van vooringenomen handelen. De Commissie overweegt dat uit de voor haar voorhanden stukken niet is gebleken dat belanghebbende destijds een bezwaar heeft ingediend. Deze bezwaargrond treft daarom geen doel.
Registratie KOI
Belanghebbende heeft aangevoerd dat gebreken in de registratie van een kinderopvanginstelling (hierna: KOI) belanghebbende niet behoren te worden tegengeworpen.
Met UHT stelt de Commissie vast dat in het geval van belanghebbende niet is gebleken van gebreken in de registratie van de KOI waarvan belanghebbende gebruik heeft gemaakt. De Commissie adviseert UHT derhalve dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
FSV-lijst
De Commissie stelt vast dat uit het bezwaardossier blijkt dat belanghebbende niet voorkomt op de FSV-lijst. Het FSV-systeem is een systeem dat niet meer wordt gebruikt en daarom uitsluitend kan worden geraadpleegd door medewerkers met een speciale bevoegdheid. UHT heeft niet voldoende bevoegdheden om de door belanghebbende gewenste gedetailleerde informatie te verstrekken.
De Commissie adviseert UHT wel om aan belanghebbende alsnog een schermafdruk van de haar ter beschikking staande informatie te verstrekken, tezamen met de beslissing op bezwaar.
Discriminatie
De Commissie overweegt dat zij in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet de bevoegdheid heeft om te beoordelen of in het geval van een belanghebbende sprake is geweest van discriminatie. De compensatiebeschikking gaat uit van forfaitaire bedragen en houdt geen rekening met individuele omstandigheden.
Bij de Commissie Werkelijke Schade worden deze individuele omstandigheden wel meegewogen en kan er een vergoeding worden toegekend voor ervaren discriminatie.
O/GS-tegemoetkoming
De Commissie overweegt dat zij niet toekomt aan de beoordeling van de O/GStegemoetkoming. Belanghebbende is voor toeslagjaar 2008 reeds gecompenseerd vanwege hardheid van het stelsel en voor toeslagjaar 2009 vanwege vooringenomenheid. Belanghebbende heeft slechts recht op compensatie op grond van één herstelregeling.
De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren en doet UHT de suggestie om de onderliggende O/GS-stukken (schermafdrukken van de raadpleging) aan belanghebbende te verstrekken bij de beslissing op bezwaar, zijnde deze stukken aan te merken als op de zaak betrekking hebbende de stukken.
Compensatieberekening, component a toeslagjaar 2008
Belanghebbende stelt dat zij geen jaaropgave of KOI-viewer gegevens heeft ontvangen, waardoor component a niet op juistheid te controleren is. Belanghebbende heeft op 11 november 2008 KOT aangevraagd met als ingangsdatum 27 oktober 2008. De KOT is toegekend voor alle drie de kinderen op basis van 90 uur per maand tegen een uurtarief van € 4,47,- en een toetsingsinkomen van € 14.656,-. Uit de KOI-viewer van toeslagjaar 2008 blijkt dat er per kind 195 uur opvang is genoten over de periode 27 oktober 2008 tot en met 31 december 2008. Hieruit volgt dat er in november en december 90 uur opvang is genoten en in oktober 15 uur. De beschikking komt overeen met de KOIviewer gegevens. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2009
Belanghebbende stelt dat zij per 1 november 2009 niet zelf de KOT heeft stopgezet en dat de stopzetting daarom een vooringenomen handeling van de B/T is. De KOT is op 22 januari 2010 op nihil beschikt op basis van de stopzetting per 1 november 2009. UHT stelt dat in het XML-bestand een GLD-nummer en een leverancierscode vermeldt, welke worden gebruikt voor de verwerking van de melding. Het GLD-nummer is bij elke belanghebbende 01829 bij wijzingen van de KOT. Hieruit volgt dat niet de KOI de KOT heeft stopgezet. Echter, de KOI-viewer toont aan dat er tot 30 november 2009 opvang is genoten. De stopzetting per
1 november 2009 is tegenstrijdig met de gegevens uit de KOI-viewer. De B/T dient uit te gaan van de gegevens uit de KOI-viewer. Dit betekent dat belanghebbende in de maand november 2009 recht had op KOT en de B/T voor deze maand vooringenomen heeft gehandeld. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.
Overige bezwaren
De Commissie is wat betreft de overige onderdelen van het bezwaar van oordeel dat deze, op zichzelf bezien noch in onderling verband gelezen, tot het door belanghebbende gewenste resultaat kunnen leiden.
Proceskostenvergoeding
Nu de primaire beschikking naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 1 procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter