Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12551

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 27 januari 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 5 februari 2025

Overdracht advies aan UHT: 4 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) met kenmerk UHT-DCHA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft zich op 7 december 2021 bij UHT gemeld voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. UHT heeft in overleg met belanghebbende gekeken naar de toeslagjaren 2005 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 27 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA geen compensatie toegekend over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 3 maart 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 juni 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 5 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat bij het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Op de zaak betrekking hebbende stukken
De Commissie overweegt dat belanghebbende op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb inzagerecht in zijn dossier heeft en voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

UHT heeft gedurende deze procedure een bezwaardossier overgelegd en bijbehorende producties. De Commissie acht het aannemelijk dat belanghebbende daarmee kan beschikken over de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Kinderopvangtoeslag niet aangevraagd
Ingevolge artikel 2.1 lid 1 Wht kan de aanvrager van kinderopvangtoeslag in aanmerking komen voor compensatie, indien vóór 23 oktober 2019 vooringenomen en of met hardheid bij de uitvoering jegens de aanvrager is gehandeld.

Volgens UHT komt belanghebbende niet in aanmerking voor compensatie.
Uit de systemen volgt niet dat zij ooit kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd.
UHT verwijst naar het klantbeeld herstel en compensatie (productie 9).

Een nadere onderbouwing van belanghebbende dat wel kinderopvangtoeslag is aangevraagd, is uitgebleven. De enkele mededeling van de zijde van belanghebbende dat € 10.000,- van haar teruggevorderd, is daarvoor onvoldoende. Op de hoorzitting heeft UHT toegelicht welke systemen er zijn geraadpleegd en dat daarin geen aanvragen, uitbetalingen, terugvorderingen zijn aangetroffen.

Nu over de toeslagjaren 2005 tot en met 20019 niet is komen vast te staan dat kinderopvangtoeslag is aangevraagd of van een neerwaartse correctie sprake is geweest, komt belanghebbende over deze jaren niet voor compensatie op grond van een herstelmaatregel in aanmerking. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van de bij bezwaar bestreden beschikking. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter