Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12531

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 december 2022 (UHT-DCHA)

Overdracht advies aan UHT: 2 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking "beoordeling compensatie kinderopvangtoeslag" van 26 december 2022 met kenmerk (UHT-DCHA).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij beschikking van 21 februari 2022 met kenmerk UHT-CHR GU aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 november 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden. Voor het jaar 2014 was er wel sprake van vooringenomen handelen maar is er geen reden voor compensatie omdat belanghebbende niet was benadeeld.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 26 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010, 2012 tot en met 2014, 2016 tot en met 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 maart 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 24 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 29 augustus 2025 heeft belanghebbende per e-mail aangegeven af te zien van het recht om gehoord te worden. Op grond van artikel 7:3, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft er daarom geen hoorzitting plaatsgevonden.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit


Ontbrekende stukken/volledige dossierBelanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.


Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie.
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2010, 2012 tot en met 2014, 2016 tot en met 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen. De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b, Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De verlaging van de KOT voor het toeslagjaar 2014 vloeide voort uit informatie van DUO en was ook terecht omdat belanghebbende geen kinderopvang heeft afgenomen vanaf maart 2014.

Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om ook dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter