BAC 2023-12494
Publicatiedatum 04-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 31 januari 2023 (UHT-DCH ZV)
Hoorzitting: 24 november 2025
Overdracht advies aan UHT: 13 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bestreden beschikking op onderdelen te herroepen, de compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 22.926,-, voor de jaren 2010 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 17 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009, 2010 en 2011. Deze toeslagjaren zijn door UHT herbeoordeeld.
- UHT heeft bij besluit van 26 januari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, in het kader van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 9 januari 2023 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor het toeslagjaar 2009.
- UHT heeft bij het bestreden besluit van 31 januari 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor toeslagjaar 2009, maar wel voor de toeslagjaren 2010 en 2011, voor een bedrag van € 22.926,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 maart 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 januari 2024, ingekomen op 3 januari 2024, het bezwaarschrift aangevuld.
- In zijn e-mail van 5 mei 2025 heeft gemachtigde laten weten dat hij deze zaak overgenomen heeft van voormalig gemachtigde en voortaan als gemachtigde van belanghebbende optreedt.
- Gemachtigde heeft bij e-mail van 21 november 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 13 augustus 2024 schriftelijk en in de hoorzitting van 24 november 2025 mondeling gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 24 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende voert aan dat sprake is van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Commissie verstaat in het bijzonder dat daaronder valt strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden besluiten behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit(en) leidt immers niet tot het herroepen daarvan. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Evenredigheidsbeginsel
Bij het nemen van de beslissing heeft UHT niet alleen zorgvuldig gekeken naar alle relevante feiten en omstandigheden maar ook rekening gehouden met het belang van belanghebbende bij het besluit. UHT acht het genomen besluit in overeenstemming met de doelen die de wet wil bereiken. Uit het bestreden besluit volgen geen nadelige gevolgen die onevenredig zijn in de verhouding tot de met het bestreden besluit te dienen doelen. De Commissie ziet geen reden om tot een andere conclusie dan het UHT te komen en adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Gelijkheidsbeginsel
In hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, ziet de Commissie geen aanleiding om een schending van het gelijkheidsbeginsel aan te nemen. Belanghebbende heeft niet concreet gemaakt in welke gevallen UHT gedupeerde ouders, die in een gelijke situatie als belanghebbende verkeren, gunstiger heeft behandeld. Zonder een duidelijke, concrete verwijzing naar een gelijk geval kan niet aan deze bezwaargrond tegemoetgekomen worden. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2007, 2008, 2012 en 2013
Gemachtigde voert aan dat een deugdelijke motivering ontbreekt waaruit blijkt of belanghebbende in andere jaren, zoals 2007, 2008, 2012 of 2013, KOT heeft aangevraagd of ontvangen. De behandelend ambtenaar UHT heeft in de hoorzitting toegezegd dat de niet in de herbeoordeling betrokken toeslagjaren waarin KOT is aangevraagd, alsnog zullen worden beoordeeld.
Toeslagjaar 2009
In 2009 heeft geen verlaging van de KOT plaatsgevonden. Verder heeft de Commissie geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over het toeslagjaar 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
Belanghebbende komt daarom voor dit toeslagjaar niet in aanmerking voor een herstelregeling. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2010 (Componenten m, n, o en p)
Belanghebbende voert aan dat voor toeslagjaar 2010 de vergoeding juridische hulp (component m) onjuist is berekend. In haar beschouwing erkent UHT dit en zegt zij toe dit in de beslissing op bezwaar te zullen corrigeren. UHT heeft verder in de schriftelijke beschouwing aangegeven dat zij de vergoeding immateriële schade (component n), de toeslagrente gemiste KOT (component o) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) onjuist heeft berekend. De Commissie adviseert de compensatieberekening op deze punten aan te passen in de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van dit onderdeel gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen overeenkomstig hetgeen daarover in de beschouwing wordt opgemerkt.
Toeslagjaar 2011 (Componenten n, o en p)
UHT heeft verder in de schriftelijke beschouwing aangegeven dat zij voor toeslagjaar 2011 de vergoeding immateriële schade (component n), de toeslagrente gemiste KOT (component o) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) onjuist heeft berekend. De Commissie adviseert de compensatieberekening op deze punten aan te passen in de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van dit onderdeel gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen overeenkomstig hetgeen daarover in de beschouwing wordt opgemerkt.
Proceskosten
Omdat het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
De Commissie adviseert om het bezwaar gegrond te verklaren en de vergoedingen voor de toeslagjaren 2010 en 2011 te herzien en aan te passen overeenkomstig hetgeen in de beschouwing van de UHT is opgemerkt. Ook adviseert de Commissie om aan belanghebbende de forfaitaire vergoeding, zoals hierboven is omschreven toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter