Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12441

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 december 2022 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 12 mei 2025 om 13:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 20 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren, compensatie toe te kennen voor de toeslagjaren 2009 en 2012, de compensatie voor de toeslagjaren 2010 en 2011 opnieuw te berekenen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 30 december 2022 met kenmerk UHT-DCH (hierna: de bestreden beschikking).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 41.007,- voor de jaren 2010 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2012.
  • UHT heeft bij beschikking van 20 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 september 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft in haar advies overwogen dat niet vooringenomen is gehandeld door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 40.832,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 41.007,- voor de jaren 2010 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 februari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 9 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij mail van 7 mei 2025 aanvullende gronden en stukken ingediend.
  • UHT heeft op 12 mei 2025 een aanvullende beschouwing en producties overgelegd.
  • Op 12 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Tussen partijen is niet in geschil dat de B/T over de toeslagjaren 2010 en 2011 vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Hiervoor heeft UHT bij

beschikking met kenmerk UHT-DCH, volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht, belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 41.007,-. Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een compensatieberekening.

Toeslagjaar 2009

Belanghebbende stelt dat ten onrechte is aangenomen dat zij niet zou hebben gereageerd op de vraagbrieven van B/T. Als gevolg van het niet reageren heeft B/T de KOT 2009 ten onrechte op nihil gesteld. Van ernstige onregelmatigheden die aan belanghebbende toerekenbaar zijn, is geen sprake.

UHT stelt dat er geen vraag- en/of rappelbrieven die aan de nihilstelling vooraf gingen zijn teruggevonden in de systemen van B/T. Voor zover deze wel zijn verstuurd is er geen sprake van non-respons. Belanghebbende reageerde namelijk telefonisch, omdat zij zwaar dyslectisch is. B/T heeft dus vooringenomen gehandeld. UHT stelt zich nu op het standpunt dat B/T destijds op basis van de door de bewindvoerder en de gemachtigde overgelegde stukken, namelijk het plaatsingscontract en de jaaropgave 2009, niet alleen KOT had moeten toekennen voor de maanden november en december 2009, maar ook voor de maanden augustus tot en met oktober 2009. Belanghebbende dient dan ook te worden gecompenseerd voor de maanden augustus tot en met december van het toeslagjaar 2009.

Belanghebbende heeft ter zitting aangegeven dat zij zich kan verenigen met het standpunt van UHT.

Nu UHT het standpunt heeft ingenomen dat er in het toeslagjaar 2009 vooringenomen is gehandeld en daarmee het bezwaar van belanghebbende gegrond acht, zal de Commissie dienovereenkomstig adviseren.

Toeslagjaar 2012

Belanghebbende stelt dat er in het toeslagjaar 2012 geen KOT aan haar is uitbetaald omdat deze toeslag direct werd verrekend met openstaande schulden. Dit betroffen, zo blijkt nu, onterecht geclaimde vorderingen van B/T die betrekking hadden op het toeslagjaar 2010. Het gevolg was dat belanghebbende niet in staat was om de kosten van de kinderopvang te voldoen, waardoor ze geen gebruik meer kon maken van de kinderopvang. Van een (vrijwillige) stopzetting van de KOT door belanghebbende en/of haar bewindvoerder, zoals UHT stelt, is dan ook geen sprake.

In afwijking van haar oorspronkelijke standpunt heeft UHT in een aanvullende beschouwing gesteld dat B/T vooringenomen heeft gehandeld en dat er recht is op compensatie over de maanden januari tot en met oktober van het toeslagjaar 2012. Er is onterecht niet automatisch gecontinueerd in het toeslagjaar 2012 en er is onvoldoende uitvraag gedaan naar de opvang vanaf 1 januari 2012, de aanvangsdatum van de opvang waar de eerste aanvraag van belanghebbende op zag. Nu uit KOI-viewer blijkt dat er opvang was tot 31 oktober 2012 en B/T beschikte over de gegevens dat belanghebbende per november was gestopt met haar opleiding, dient zij gecompenseerd te worden tot en met oktober 2012.

Belanghebbende heeft ter zitting aangegeven dat zij zich kan verenigen met het standpunt van UHT.

Nu UHT het standpunt heeft ingenomen dat er in het toeslagjaar 2012 vooringenomen is gehandeld en daarmee het bezwaar van belanghebbende gegrond acht, zal de Commissie dienovereenkomstig adviseren.

Ambtshalve toetsing door UHT

Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening (2010 en 2011) nader bekeken en geconstateerd dat component o “rente gemiste KOT” niet juist is berekend. Deze rente wordt berekend vanaf een half jaar na het te compenseren toeslagjaar tot de datum van de definitieve beschikking (art. 2.3 lid 7 Wht jo. art. 27 lid 2 Awir). Deze wettelijke systematiek is bij de bestreden beschikking niet gevolgd voor de gecompenseerde toeslagjaren 2010 en 2011. Bij component n “de immateriële schade” is tevens van een onjuiste startdatum uitgegaan. Nu belanghebbende gecompenseerd wordt voor het jaar 2009, wordt de startdatum 24 december 2010. Omdat de renteberekening verkeerd is geweest, zullen de immateriële schadevergoeding en de aanvullende 1% (component p) doorlopen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. UHT heeft bij haar beschouwing een bijlage compensatieberekening gevoegd voor de toeslagjaren 2010 en 2011, waarin alle aanpassingen die zij bij beslissing op bezwaar wil doorvoeren, zijn opgesomd. In de aanvullende beschouwing heeft UHT de bijlage compensatieberekening gevoegd voor de toeslagjaren 2009 en 2012. De Commissie heeft naar de voorgenomen aanpassingen en nieuwe compensatieberekening gekeken en deze komen haar juist voor.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

De Commissie is ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek van oordeel dat, in aanmerking genomen de in het verweerschrift opgenomen toelichtingen en het ter hoorzitting verhandelde, thans kan worden gesproken van een zorgvuldig tot stand gekomen en gemotiveerd besluit.

Proceskostenvergoeding

De Commissie adviseert om de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren en het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren;
  • compensatie toe te kennen voor de maanden augustus tot en met december 2009 en januari tot en met oktober 2012.
  • de bedragen in de compensatieberekening vast te stellen, conform de berekening in de bijlage compensatieberekening bij de beschouwing en aanvullende beschouwing van UHT;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter