BAC 2023-12422
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 20 december 2022 en 3 mei 2022 (UHT-DCHA, UHT CHR GU)
Hoorzitting: 3 april 2025
Overdracht advies aan UHT: 1 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking van 20 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 29 juni 2021 verzocht om herbeoordeling van de
kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2011. Uit het
informatie- en beoordelingsformulier blijkt dat het oorspronkelijke
herbeoordelingsverzoek is beperkt tot de jaren 2010 en 2011. - UHT heeft bij beschikking van 3 mei 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van 30.000 op grond van de
Catshuisregeling. Belanghebbende heeft op 11 juni 2022, ingekomen op 22 juni
2022, bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. - De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek
van belanghebbende op 9 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht
niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2010 en 2011. - UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA van 20 december 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op
compensatie voor de jaren 2010 en 2011. - Gemachtigde heeft bij brief van 6 januari 2023, ingekomen op 10 januari 2023,
tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. - Gemachtigde heeft bij brief van 26 september 2023, ingekomen op 26 december
2023, het bezwaarschrift aangevuld. - UHT heeft op 24 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Op 3 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een
verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. - UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 14 april 2025 een
nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 25 april 2025
op gereageerd. Vervolgens heeft de Commissie partijen in de gelegenheid gesteld om nogmaals op elkaars standpunt te reageren. UHT heeft op 2 mei 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend, waar gemachtigde op 12 mei 2025 op heeft gereageerd. - Desgevraagd heeft gemachtigde op 22 mei 2025 schriftelijk bevestigd dat geen
nieuwe hoorzitting nodig is - zodat op basis van de stukken tot advisering kan
worden overgegaan. - Dit advies wordt uitgebracht door voorzitter en leden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Gemachtigde heeft ter zitting van 3 april 2025 het bezwaar tegen de beschikking van 3 mei 2022 met kenmerk UHT CHR GU ingetrokken. Niet in geschil is dat het bezwaar tegen de beschikking van 20 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT, gelet op de aangevoerde
bezwaren, terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Het toeslagjaar 2010
Belanghebbende betoogt dat zij over het toeslagjaar 2010 ten onrechte niet is
gecompenseerd op grond van vooringenomen handelen. UHT heeft in haar aanvullende schriftelijke reactie van 14 april 2025 geconcludeerd dat zij - op basis van het ouderverhaal en de afwezigheid van contra-informatie - het alsnog aannemelijk acht dat belanghebbende over de periode april tot en met oktober 2010 gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Volgens UHT is daarom in eerste instantie ten onrechte uitgegaan van een situatie waarin belanghebbende evident geen recht heeft op een bedrag aan compensatie op grond van de Wht. UHT stelt zich op het standpunt dat belanghebbende daarom over deze periode aanspraak maakt op een bedrag aan compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT - aansluitend bij haar eigen standpunt - om het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren en belanghebbende alsnog een bedrag aan compensatie toe te kennen over de periode april tot en met oktober 2010.
Ontbrekende jaren
Belanghebbende stelt dat de toeslagjaren 2005 tot en met 2009 en 2012 tot en met 2019 ten onrechte niet zijn meegenomen in de herbeoordeling. Belanghebbende stelt dat zij aanvankelijk heeft verzocht om alle toeslagjaren te laten herbeoordelen omdat in de overige toeslagjaren eveneens sprake is geweest van afname van kinderopvang. De Commissie stelt vast dat de onderhavige bezwaarprocedure niet ziet op de toeslagjaren 2005 tot en met 2009 en 2012 tot en met 2019 en beperkt zich daarom tot de beoordeling van de jaren die in de bezwaarschriften zijn genoemd. UHT heeft toegezegd om de jaren 2005 tot en met 2009 en 2012 tot en met 2019 apart te beoordelen.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking van 20 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter