Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12343

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 februari 2023 (UHT-DCH ZV)

Hoorzitting: 18 december 2024 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar deels gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 2 februari 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.882,- voor de jaren 2010 en 2011. Over het toeslagjaar 2009 is geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft 12 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de
    kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). UHT heeft in overleg met belanghebbende
    gekeken naar de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij definitieve compensatiebeschikking van 2 februari 2023
    belanghebbende een compensatie toegekend van €43.882,-.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 28 februari 2023 tegen deze beschikking een
    bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft 1 juli 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 18 december 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, 9 januari 2025 een
    aanvullende beschouwing ingediend.
  • Gemachtigde heeft 24 januari 2025 op de aanvullende beschouwing gereageerd.
  • UHT heeft 3 februari 2025 op de reactie van gemachtigde gereageerd.
  • Het volgende advies is uitgebracht door voorzitter en leden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Ingevolge artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

UHT heeft gedurende de bezwaarprocedure het bezwaardossier overgelegd. De
Commissie stelt vast dat belanghebbende hiermee beschikt over de relevante stukken. UHT is niet gehouden gedurende deze bezwaarprocedure het persoonlijk dossier aan belanghebbende te verstrekken.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2010 en 2011

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen over de toeslagjaren 2010 en 2011 met hardheid bij de uitvoering jegens belanghebbende heeft gehandeld. UHT heeft belanghebbende ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht € 43.882,- toegekend.

UHT heeft erkend dat de rente gemiste kinderopvangtoeslag 2010 en 2011 niet volgens de wettelijke systematiek van artikel 27 lid 2 Awir is berekend. Dat betekent dat de beschikking op dit punt niet in stand kan blijven en moet worden aangepast. De Commissie neemt hierbij in overweging dat UHT heeft toegezegd af te zien van interne compensatie.

Vergoeding kosten voor juridische bijstand in het verleden

Onderdeel m) van de compensatieberekening betreft een vergoeding voor kosten van juridische bijstand. Deze kosten maakte belanghebbende eerder, bijvoorbeeld bij een bezwaar- of beroepsprocedure. Belanghebbende ontvangt voor deze kosten een vaste vergoeding, in overeenstemming met de bedragen in het Besluit proceskosten Bestuursrecht. Uit de stukken volgt dat belanghebbende in 2012 bezwaar en beroep heeft gemaakt tegen KOT-beschikkingen over 2010 en 2011.

De Commissie acht het voldoende aannemelijk dat belanghebbende bij het opstellen van het bezwaar (volgens stempel Belastingdienst/Toeslagen ontvangen 2 april 2012, p. 131 dossier) juridische hulp heeft ontvangen door een rechtsbijstandverlener, gelet op de opstelling en bewoording van het bezwaarschrift, en adviseert UHT - in lijn met het begunstigend beleid op dit punt - om over zowel 2010 als 2011 vergoeding voor juridische kosten in bezwaar toe te kennen, in verdere overeenstemming met artikel 2.3 lid 6 Wht bepaald.

Immateriële schadevergoeding

Ingevolge artikel 2.3 lid 4 Wht dient bij hardheidscompensatie de begindatum voor de berekening van de hoogte van de immateriële schadevergoeding (€ 500,- per half jaar) te worden gesteld op de dagtekening van de eerste neerwaartse beschikking.

UHT heeft de begindatum voor de berekening van de immateriële schadevergoeding gesteld op 2 september 2011. De dagtekening van de eerste neerwaartse beschikking is echter 17 september 2011. Nu deze afwijking in het voordeel van belanghebbende is, zal de Commissie het bij deze constatering laten. Voor het hanteren van een eerdere datum - belanghebbende stelt dat de stress is aangevangen in februari 2011 bij de melding - ziet de Commissie geen aanleiding, aangezien belanghebbende pas bij de neerwaartse beschikking in september 2011 werd geconfronteerd met een actie van Belastingdienst/Toeslagen.

Het bezwaar is gegrond. In een dergelijke situatie hanteert UHT als einddatum van de forfaitaire vergoeding voor de immateriële schade het moment van de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom de vergoeding voor immateriële schade van belanghebbende te berekenen tot het moment van de beslissing op bezwaar.

Compensatie over het toeslagjaar 2009

De Belastingdienst/Toeslagen heeft volgens de bestreden beschikking door zijn aanvraag kinderopvangtoeslag 2009 af te wijzen vooringenomen jegens belanghebbende gehandeld. UHT heeft desondanks geen compensatie toegekend, nu belanghebbende 11 september 2010 een antwoordformulier heeft ingediend waarin hij aangeeft in het toeslagjaar 2009 geen gebruik te hebben gemaakt van kinderopvang (productie 14). ''De verlaging is daarmee niet onterecht,'' schrijft UHT.

UHT heeft bij schriftelijke reactie van 9 januari 2025 haar standpunt nader toegelicht. Er bestond enige onduidelijkheid nadat de bezwaarbehandelaar zich ter zitting beriep op artikel 2.1 lid 2 Wht. Dat lid bevat een afwijzingsgrond indien de schade te wijten is aan ernstige onregelmatigheden, die aan de aanvrager van de compensatie toe te rekenen zijn (in welk kader wel wordt gesproken van 'evident geen recht').

Ingevolge artikel 2.1 lid 1 aanhef Wht dient de aanvrager van compensatie schade te hebben geleden als gevolg van de vooringenomenheid of hardheid bij de uitvoering. De Commissie acht het niet aannemelijk dat belanghebbende schade heeft geleden door de niet-toekenning van kinderopvangtoeslag over 2009. Uit het antwoordformulier van 11 september 2010 blijkt namelijk dat er geen kinderopvang is gebruikt in dat jaar. Gemachtigde betwijfelt ernstig of belanghebbende het formulier zelf heeft ingediend, vanwege de afwijkende handtekening en de correctie van het telefoonnummer op het formulier. UHT deelt deze twijfel niet en de Commissie sluit zich hierbij aan.

Wat oorspronkelijk als cijfers van het telefoonnummer is vermeld, is op het aanwezige exemplaar van het antwoordformulier niet goed zichtbaar. De in het dossier aanwezige Wat oorspronkelijk als cijfers van het telefoonnummer is vermeld, is op het aanwezige exemplaar van het antwoordformulier niet goed zichtbaar. De in het dossier aanwezige.

Schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Nu de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV volgens de Commissie niet in stand kan blijven, zoals hierboven benoemd, staat daarmee vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar dient te worden verbeterd.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie het bezwaar gegrond acht en adviseert om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV te herroepen, adviseert zij om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding van twee procespunten (bezwaar en hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV gegrond te
    verklaren; en daarbij
  • de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de datum van de
    beslissing op bezwaar;
  • de rentevergoeding voor gemiste kinderopvangtoeslag vast te stellen zoals
    omschreven in de schriftelijke reactie van UHT;
  • over de toeslagjaren 2010 en 2011 juridische kosten toe te kennen zoals in het
    advies omschreven;
  • de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal van het compensatiebedrag aan te passen;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per
    procespunt toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter