BAC 2023-12225
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit:1 februari 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 25 april 2025 om 11:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 12 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 1 februari 2023 door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHA. Hierbij is aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 25 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2012. Na overleg met belanghebbende is dit verzoek uitgebreid met de jaren 2007 tot en met 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 14 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van
€ 30.000,-. - De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) niet van toepassing is voor de jaren 2007 tot en met 2012.
- UHT heeft bij de beschikking van 1 februari 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 20 februari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Bij brief van 5 juli 2024 heeft gemachtigde het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 4 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Het bezwaar van belanghebbende is op 25 april 2025 in een hoorzitting bij de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om over voormelde jaren compensatie af te wijzen.
Ter zitting heeft gemachtigde aangegeven dat de bezwaren zich beperken tot toeslagjaren 2009 en 2011.
Afwijzing compensatie toeslagjaar 2009
Belanghebbende meent, in de kern weergegeven, dat B/T in het jaar 2009 vooringenomen heeft gehandeld door de KOT bij beschikking van 22 mei 2012 neerwaarts bij te stellen. B/T had moeten weten dat de vermelding van € 0,00 opvangkosten in het antwoordformulier van 6 september 2010 een vergissing was, aangezien uit de bijgevoegde jaaropgave voldoende duidelijk blijkt dat in 2009 in totaal 1600 opvanguren zijn afgenomen. Dat belanghebbende op 16 december 2011 abusievelijk heeft aangegeven geen gebruik te hebben gemaakt van de buitenschoolse opvang, doet daar niet aan af. B/T had moeten uitgaan van de informatie op de jaaropgave over 2009. UHT stelt zich - mede gelet op de door belanghebbende zelf verstrekte gegevens - op het standpunt dat B/T niet vooringenomen heeft gehandeld, omdat de jaaropgave over 2009 onvoldoende duidelijk was en belanghebbende voldoende in de gelegenheid is gesteld om aannemelijk te maken dat buitenschoolse opvang is afgenomen.
De Commissie stelt op grond van de stukken vast dat de KOT op 22 mei 2012 eerst neerwaarts is bijgesteld nadat belanghebbende door B/T tweemaal in de gelegenheid is gesteld om informatie aan te leveren. Tweemaal heeft belang-hebbende aangegeven geen gebruik te hebben gemaakt van buitenschoolse opvang. Het standpunt van UHT dat de jaaropgave over 2009 onvoldoende duidelijkheid bood, acht de Commissie navolgbaar. Het volgen van de door of namens belanghebbende verstrekte informatie levert geen vooringenomen handelen op. Het bezwaar van belanghebbende tegen de neerwaartse beschikking is op 26 augustus 2013 gegrond verklaard. Als gevolg daarvan is de KOT op 10 september 2013 gewijzigd en de terugvordering van 22 mei 2012 ongedaan gemaakt, zodat belanghebbende uiteindelijk geen financieel nadeel heeft ondervonden. Niettemin merkt de Commissie op dat indien UHT bij de beoordeling van de aangeleverde informatie nauwkeuriger had gehandeld, de aanleiding voor het indienen van bezwaar mogelijk in een eerder stadium had kunnen zijn weggenomen. De Commissie betrekt daarbij dat de partner van belanghebbende, die de administratie van de KOT bijhield, ter zitting heeft aangegeven dat zij veelvuldig contact had met B/T voor hulp rondom het invullen en aanleveren van informatie.
Dit laat echter onverlet dat van een vooringenomen handelwijze door B/T geen sprake is geweest. Daarnaast acht de Commissie het standpunt van UHT dat bij de terugvordering van de KOT geen sprake is geweest van bijzondere hardheid van het stelsel navolgbaar. De Commissie heeft daarvoor geen aanknopingspunten gevonden. Zoals UHT in de schriftelijke beschouwing heeft toegelicht, is de reden voor de neerwaartse bijstelling niet gelegen in het niet betalen van een deel van de kosten voor de opvang, dan wel een kleine formele tekortkoming, dan wel fraude door derden of andere bijzondere omstandigheden. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Afwijzing compensatie toeslagjaar 2011
Verder stelt belanghebbende dat B/T vooringenomen heeft gehandeld door de KOT over het jaar 2011 bij beschikking van 1 april 2014 neerwaarts bij te stellen zonder voorafgaand een tweede uitvraag te doen. De partner van belanghebbende heeft op 2 december 2013 twee jaaropgaven over 2011 aan B/T verstrekt. Dat de jaaropgave voor het tweede kind (pagina 366 van het bezwaardossier) niet leesbaar is, is niet aan belanghebbende te wijten. Volgens belanghebbende heeft B/T vervolgens niet mogen volstaan met slechts een nadere uitvraag. UHT stelt zich op het standpunt dat B/T niet vooringenomen heeft gehandeld. Belanghebbende is voldoende in de gelegenheid gesteld om informatie aan te leveren. Omdat hij niet heeft gereageerd op het tweede informatieverzoek, is B/T uitgegaan van de in de KOi-viewer geregistreerde gegevens. Volgens UHT was er geen reden om aan de juistheid van die gegevens te twijfelen.
De Commissie stelt op basis van de stukken vast dat belanghebbende voorafgaand aan voormelde beschikking eerst tweemaal schriftelijk in de gelegenheid is gesteld om informatie aan te leveren om zijn recht op KOT aannemelijk te maken. Op 2 december 2013 heeft belanghebbende gereageerd op het eerste verzoek van B/T om informatie. Op 9 december 2013 heeft B/T een tweede uitvraag gedaan, waarin is aangegeven dat voor de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 opvanggegevens ontbreken. Uit de stukken is niet gebleken dat belanghebbende op de tweede uitvraagbrief heeft gereageerd of heeft aangegeven dat deze informatie onjuist was. Gelet hierop, acht de Commissie het standpunt van UHT dat belanghebbende voldoende in de gelegenheid is gesteld om informatie aan te leveren navolgbaar. Omdat een reactie aan de zijde van belanghebbende op het tweede informatieverzoek uitbleef, heeft B/T de KOi-viewer geraadpleegd en op basis daarvan de KOT neerwaarts bijgesteld. Met UHT is de Commissie van oordeel dat in redelijkheid niet hoefde te worden getwijfeld aan de juistheid van de gegevens in de KOi-viewer, nu die gegevens niet sterk afweken van de door belanghebbende verstrekte informatie. De Commissie heeft op basis van de KOi-viewer geen aanknopingspunten voor onregelmatigheden aangetroffen. Naar het oordeel van de Commissie kan dan ook niet worden gezegd dat die gang van zaken blijk geeft van vooringenomen handelen van de kant van B/T. Dat belanghebbende stelt een leesbaar exemplaar van de jaaropgave over 2011 ten aanzien van het tweede kind te hebben aangeleverd maakt het voorgaande niet anders, nu niet het ontbreken van die jaaropgave, maar de gegevens in de KOi-viewer tot de neerwaartse correctie hebben geleid. Tevens merkt de Commissie op dat belanghebbende geen bezwaar heeft aangetekend tegen de definitieve beschikking KOT 2011 zodat deze ook in de visie van belanghebbende als juist moet worden aangemerkt.
De Commissie volgt UHT eveneens in het standpunt dat de hardheidstegemoetkoming ten aanzien van het jaar 2011 niet kan worden toegekend, omdat de Commissie ook ten aanzien van dit jaar geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat van bijzondere hardheid sprake is geweest. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende stelt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldig-heidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Tevens voert belanghebbende aan dat de bestreden beschikking willekeurig en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel is genomen. Met betrekking tot het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft UHT in de beschouwing gesteld dat de bestreden beschikking zorgvuldig is voorbereid. Voor zover de beschikking onvoldoende was gemotiveerd, is enig gebrek met de beschouwing en de daarbij gevoegde stukken hersteld. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de beschouwing en een uitgebreide uitleg onder meer met behulp van XML-overzichten, SAS-overzichten en antwoordformulieren over de relevante toeslagjaren, de bestreden beschikking voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen.
Naar het oordeel van de Commissie heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat in zijn geval sprake is geweest van een schending van het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Belanghebbende heeft dit bezwaar niet onderbouwd. Het bezwaar treft in zoverre geen doel.
Proceskostenvergoeding
Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen de proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening] [handtekening]
Secretaris Fungerend voorzitter