BAC 2023-12222
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 januari 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 20 februari 2025 om 10:00 uur
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking - compensatie kinderopvangtoeslag (kenmerk: UHT-DCH).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) compensatie toegekend voor een bedrag van €30.502 voor de jaren 2008 en 2009.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 4 mei 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 27 september 2022 aan UHT verstuurd. CvW heeft - kort samengevat - geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2006 en 2007 niet in aanmerking komt voor compensatie op basis van vooringenomen handelen en ook geen recht bestaat op compensatie op basis van hardheid van het stelsel.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €29.809. Dit bedrag is aangevuld tot € 30.000.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.502.
- Gemachtigde heeft bij brief van 22 februari 2023, ingekomen op 23 februari 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 november 2023, ingekomen op 29 november 2023, het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 23 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 20 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Compleetheid dossier en motivering besluit
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek.
Ter voorbereiding van de definitieve compensatiebeschikking zijn de bedragen in de compensatieberekening vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De gegevens zijn afkomstig van onder meer de definitieve beschikking, de RKT-bestanden en SAS- en LIC-overzichten. De Commissie adviseert dat het bestreden besluit door middel van het indienen van een schriftelijke reactie en de bijbehorende producties voldoende is onderbouwd. Namens belanghebbende zijn geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere zienswijze nopen. De Commissie stelt vast dat belanghebbende inmiddels beschikt over de beschouwing van UHT d.d. 23 oktober 2024 en de bijbehorende stukken, namelijk de LIC-overzichten over de toeslagjaren 2007 t/m 2009. Op basis van de in dit dossier opgenomen stukken kon belanghebbende genoegzaam inzicht verkrijgen in de totstandkoming van de bestreden beschikking. De Commissie acht het bezwaar op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaar 2007
Belanghebbende betoogt dat over het toeslagjaar 2007 recht bestaat op compensatie op grond van vooringenomen handelen.
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat over het toeslagjaar 2007 sprake is geweest van vooringenomen handelen door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel van hardheid van het stelsel. De terugvordering kinderopvangtoeslag over toeslagjaar 2007 was gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop door belanghebbende geen aanspraak kan worden gemaakt. Met betrekking tot het door belanghebbende geuite bezwaar dat sprake zou zijn van institutioneel vooringenomen handelen is de Commissie van oordeel dat in haar geval niet is gebleken van het breed uitvragen van stukken. Het enkel uitvragen van informatie levert geen institutioneel vooringenomen op. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat B/T grote hoeveelheden bewijsstukken heeft opgevraagd. Concluderend is de Commissie van oordeel dat ten aanzien van het toeslagjaar 2007 geen recht bestaat op compensatie. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Rentevergoeding over gemiste KOT
UHT heeft in haar schriftelijke reactie opgemerkt dat de toeslagrente over toeslagjaar 2008 en toeslagjaar 2009 incorrect is berekend. De Commissie neemt met instemming kennis van het standpunt van UHT om de toeslagrente over toeslagjaar 2008 in het voordeel van belanghebbende te corrigeren naar € 2.790 in plaats van € 2.757. De Commissie heeft geen bezwaar tegen het voornemen van UHT om voor het toeslagjaar 2009 uit te gaan van de verkeerd berekende rentevergoeding, nu dit in het voordeel van belanghebbende is berekend.
Het bedrag van € 7.931, waar in de bestreden beschikking vanuit wordt gegaan, blijft daarom onveranderd. De Commissie adviseert UHT, aansluitend bij haar eigen standpunt, het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
Vergoeding voor immateriele schade
Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de toeslagrente gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriele schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wht daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de rentevergoeding over de gemiste kinderopvangtoeslag over het KOT jaar 2008 te corrigeren naar € 2.790.
- de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar.
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening] [handtekening]
Secretaris Fungerend voorzitter