BAC 2023-12112
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 27 januari 2023 ( UHT DCHA)
Hoorzitting: 21 januari 2025 om 10:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 27 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van
21 februari 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 27 maart 2023 (UHT DCHA).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 15 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 en 2009.
- UHT heeft bij beschikking van 8 mei 2021 (UHT-B DMB2) aan belanghebbende medegedeeld dat hij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2009 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden. Voor het jaar 2008 laat de CvW een beoordeling achterwege, maar geeft wel aan dat de hardheidsregeling in beginsel wel van toepassing is (pagina 33).
- UHT heeft bij bestreden beschikking van 27 januari 2023 (UHT-DCHA) aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 en 2009.
- Gemachtigde heeft bij brief van 21 februari 2023, ingekomen op 23 februari 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 maart 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 5 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 21 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende meent dat bij de voorbereiding en totstandkoming van het besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen.
De Commissie overweegt dat UHT de bestreden beslissing inderdaad niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat dit niet impliceert dat er van een gebrekkige motivering sprake is.
Voor wat betreft de zorgvuldigheid van de besluitvorming merkt de Commissie op dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) onzorgvuldig heeft gehandeld omdat er geen zienswijzeprocedure heeft plaatsgevonden. Deze omissie is echter in de bezwaarprocedure hersteld omdat belanghebbende zijn standpunten heeft kunnen indienen en deze ook tijdens de hoorzitting kenbaar heeft kunnen maken. Hij is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.
Geen compensatie toeslagjaar 2008
Belanghebbende stelt dat hij voor het jaar 2008 recht heeft op compensatie.
De Commissie merkt hierover het volgende op.
Voor een compensatie of tegemoetkoming in het kader van de Wht komt de ouder in aanmerking van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T, of de ouder die ten onrechte een kwalificatie opzet/grove schuld heeft gekregen.
De Commissie kan het standpunt van UHT met betrekking tot de afwezigheid van hardheid over het toeslagjaar 2008 niet volgen. De Commissie verwijst hiervoor naar punt 3.3 van de overwegingen van de CvW. De CvW stelt dat de hardheidsregeling in beginsel van toepassing is voor de over januari 2008 geweigerde KOT. UHT stelt in de beschouwing dat het recht op KOT voor 2008 niet te laag is vastgesteld omdat belanghebbende meer heeft gekregen dan uit de urenstaat volgt. Er is beschikt voor 240 rekenuren (240 x 11 = 2640) terwijl uit de urenstaat blijkt dat er 2275 opvanguren zijn afgenomen. Het is volgens UHT niet aannemelijk dat in december, waarvan de urenstaat ontbreekt, meer dan 365 uren zijn afgenomen. UHT gaat daarbij echter uit van 11 maanden KOT terwijl volgens de Commissie moet worden uitgegaan van 12 maanden. Het ontbreken van de VOG voor de gastouder voor de maand januari mag immers niet aan de belanghebbende worden toegerekend. Het gaat er om of belanghebbende schade heeft geleden. Aannemende dat in januari ook 240 uren zijn afgenomen moet die vraag bevestigend worden beantwoord (indien wordt uitgegaan van 240 uren in december).
De Commissie is daarom van mening dat er wel sprake is van hardheid en adviseert UHT om belanghebbende hiervoor te compenseren en het bezwaar voor dit toeslagjaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Geen compensatie 2009
Belanghebbende stelt dat hij ook voor het jaar 2009 recht heeft op compensatie.
De Commissie merkt hierover op dat uit de stukken blijkt dat belanghebbende op
4 februari 2009 de KOT heeft stopgezet. De Commissie acht de stukken en hetgeen UHT op zitting heeft toegelicht voldoende om aan te nemen dat belanghebbende de KOT wel heeft stopgezet. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is, en de Commissie adviseert tot herroeping van het bestreden besluit, adviseert de Commissie UHT de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (indienen van een bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen (wegingsfactor twee).
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- De bezwaren tegen de beschikking UHT-DCHA gegrond te verklaren ten aanzien van het toeslagjaar 2008 en het bestreden besluit te herroepen;
- een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter