BAC 2023-12099
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 januari 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 15 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 2 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 12 januari 2023 (kenmerk: UHT-DCHA).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 en 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 en 2013.
- UHT heeft bij beschikking van 26 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 en 2013.Gemachtigde heeft op 22 februari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft op 23 juli 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 13 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Op 15 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Toeslagjaren 2012 en 2013
Belanghebbende betoogt dat UHT ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat geen recht bestaat op compensatie over de toeslagjaren 2012 en 2013.
De Commissie overweegt hierover als volgt. Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, ingevolge artikel 2.1, lid 2, van de Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake over de toeslagjaren 2012 en 2013, nu belanghebbende in deze jaren geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Belanghebbende heeft de juistheid van dat standpunt vervolgens niet bestreden. Bovendien is uit de voorhanden zijnde stukken, waaronder KOI-viewergegevens over de respectievelijke toeslagjaren, niet gebleken van afname van geregistreerde kinderopvang. Volgens beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. Niet, althans onvoldoende, is gebleken, dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd.
Verder is ook geen sprake van een onterechte kwalificatie voor opzet/grove schuld (hierna: O/GS). Belanghebbende heeft namelijk - volgens het ouderverhaal zoals blijkt uit het beoordelingsformulier - de door haar ontvangen KOT aan andere zaken besteed dan aan afname van kinderopvang. De Commissie is daarom van oordeel dat de aan belanghebbende toegekende kwalificatie O/GS niet als onterecht moet worden gezien.
Concluderend is de Commissie van oordeel dat belanghebbende over de toeslagjaren 2012 en 2013 niet in aanmerking komt voor een bedrag aan compensatie of tegemoetkoming op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Het toeslagensysteem
Belanghebbende betoogt dat het toeslagensysteem bijzonder complex en verwarrend is. Zij stelt dat het lang heeft geduurd voordat haar KOT door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) werd stopgezet en dat zij tot die tijd nooit had kunnen vermoeden dat zij geen recht had op KOT. Bovendien was het belanghebbende niet duidelijk aan welke voorwaarden zij moest voldoen om recht te hebben op KOT. Dit mede omdat geen informatie hierover beschikbaar was in het Turks of in het Bulgaars. De Commissie overweegt als volgt. De Commissie betreurt dat de inrichting van het toeslagensysteem als zodanig voor vervelende ervaringen heeft gezorgd aan de zijde van belanghebbende.
In deze bezwaarprocedure wordt echter uitsluitend getoetst of belanghebbende recht heeft op compensatie op basis van de Wht. De onderhavige bezwaarprocedure ziet niet op de toetsing van de wijze waarop het toeslagensysteem is ingericht. Het bezwaar kan daarom niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden.
Fraude door derden
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij slachtoffer is geworden van fraude door derden. Belanghebbende stelt dat zij haar DigiD inloggegevens met haar boekhouder heeft gedeeld en dat haar boekhouder vervolgens frauduleus met deze gegevens is omgegaan. Hoewel de Commissie niet uitsluit dat belanghebbende dit te goeder trouw heeft gedaan, is zij van mening dat het delen van DigiD inloggegevens voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter