BAC 2023-12081
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 december 2022 (UHT-DCHA) (verder onder meer: het bestreden besluit)
Hoorzitting: N.V.T.
Overdracht advies aan UHT: 28 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, om aan belanghebbende voor het toeslagjaar 2009 een compensatie wegens vooringenomenheid te verlenen, en om een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 10 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2009.
In overleg met belanghebbende zijn alleen de jaren 2009 en 2010 beoordeeld. - UHT heeft bij besluit van 26 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 november 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2009 en 2010.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 en 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 17 januari 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 25 oktober 2023 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft op 19 november 2025 te kennen gegeven dat belang-hebbende ervan afziet te worden gehoord op het bezwaarschrift en dat zij een verzoek doet om de zaak schriftelijk af te doen.
- Op 23 december 2025 heeft gemachtigde het bezwaarschrift daartoe verder aangevuld.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie verzocht, op 27 januari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend.
- De Commissie heeft UHT op 20 maart 2026 een nadere vraag gesteld. UHT heeft op 27 maart 2026 schriftelijk gereageerd. Gemachtigde heeft op 10 april 2026 gereageerd op de e-mail van UHT van 27 maart 2026.
- De Commissie ziet, op grond van artikel 7:3, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), af van het horen van belanghebbende.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Procedurele bezwaren
Onderliggende stukken en persoonlijk dossier
Belanghebbende heeft verzocht om de onderliggende stukken en om inzage in zijn persoonlijk dossier.
De Commissie overweegt als volgt. De schriftelijke beschouwing en de onder-liggende stukken zijn op 9 oktober 2025 aan gemachtigde toegezonden.
De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom dat deze bezwaargrond niet kan leiden tot gegrondverklaring van het bezwaar.
Termijnoverschrijding
Gemachtigde wijst erop dat UHT de beslistermijnen structureel overschrijdt. Hij vraagt de Commissie om daarover een signaal af te geven.
De Commissie adviseert inhoudelijk over de afdoening van bezwaren en het is niet aan haar om in haar advies een signaal als door belanghebbende gewenst af te geven. Belanghebbende heeft de mogelijkheid om bij termijnoverschrijding, na een ingebrekestelling, beroep wegens niet tijdig beslissen in te dienen bij de rechtbank.
Beoordeling afwijzing toeslagjaren 2009 en 2010
De Commissie ziet zich, uitgaande van de gronden van bezwaar en de inhoud van het bestreden besluit, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie af te wijzen.
Toeslagjaar 2009
Gemachtigde heeft betoogd dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld in 2009. Daartoe heeft gemachtigde aangevoerd dat het ontbreken van een registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (hierna: LRK) belanghebbende niet had mogen worden tegengeworpen.
UHT heeft in haar nadere schriftelijke reactie van 27 maart 2026 toegezegd om voor het toeslagjaar 2009 compensatie aan belanghebbende te verlenen. Volgens UHT is in dit toeslagjaar sprake geweest van een vooringenomen handelwijze van B/T vanwege onvoldoende uitvraag. UHT heeft daarbij aangegeven dat, hoewel evident geen recht bestond op kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) omdat geen sprake was van geregistreerde opvang vanwege het ontbreken van een LRK-registratie van het gastouderbureau, dit niet aan belanghebbende kan worden toegerekend. Volgens UHT was het voor belanghebbende ten tijde van de aanvraag van KOT immers niet mogelijk om te zien of het gastouderbureau op dat moment over een LRK-registratie beschikte. Verder is volgens UHT aannemelijk dat hij niet op een andere wijze van een eventuele registratie op de hoogte kon zijn, nu het aanvraagproces via het bemiddelingsbureau liep en belanghebbende daarbij niet betrokken was. Gelet op het voorgaande, heeft belanghebbende volgens UHT recht op compensatie over het volledige toeslagjaar. De Commissie ziet geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van dat oordeel en adviseert UHT om voormelde toezegging bij de beslissing op bezwaar na te komen. Het bezwaar is in zoverre gegrond. De Commissie adviseert UHT om het bestreden besluit op dit punt te herroepen, compensatie wegens vooringenomenheid te verlenen voor het toeslagjaar 2009 en om de desbetreffende compensatieberekening aan belanghebbende ter hand te stellen.
Toeslagjaar 2010
Ten aanzien van het toeslagjaar 2010 overweegt de Commissie dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning en aanpassing van de KOT voor toeslagjaar 2010 sprake is geweest van vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De nihilbeschikking van 30 maart 2010 is het gevolg van de door belanghebbende op 15 maart 2010 doorgevoerde stopzetting van de KOT met ingang van 1 januari 2010. Uit het XML-bestand volgt dat het BSN van belanghebbende is gebruikt bij het doorgeven van de stopzetting. Bovendien bevat het XML-bestand geen username van een ambtenaar, hetgeen volgens UHT wel het geval is als een ambtenaar een digitale wijziging doorvoert. [1]
[1] Rechtbank Amsterdam 10 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1937.
De Commissie acht het derhalve aannemelijk dat belanghebbende of iemand bevoegdelijk namens hem zelf de stopzetting heeft doorgegeven. Daarbij neemt de Commissie in aanmerking dat uit de stukken niet aannemelijk is geworden dat na 1 januari 2010 geregistreerde kinderopvang is afgenomen. De nihilstelling van de KOT is conform de wet uitgevoerd en geeft in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover ten aanzien aan belanghebbende anders te adviseren. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
FSV, O/GS en discriminatie
Gemachtigde heeft aangevoerd dat over de O/GS-kwalificatie en discriminatie geen algemene informatie te vinden is in het dossier. Ten aanzien van de FSV-check stelt gemachtigde dat dit een vast onderdeel betreft van het herstelproces en dat de onderliggende stukken overgelegd dienen te worden. De Commissie stelt vast dat uit de nadere beschouwing van UHT blijkt dat belanghebbende niet voorkomt op de FSV-lijst. Hiervan heeft UHT een afschrift overgelegd. Het FSV-systeem is een systeem dat niet meer wordt gebruikt. De Commissie adviseert UHT om aan belanghebbende alsnog een schermafdruk van de haar ter beschikking staande informatie te verstrekken tezamen met de beslissing op bezwaar. De Commissie overweegt ten aanzien van de O/GS dat UHT in de beschouwing heeft toegelicht dat geen sprake is geweest van een O/GSkwalificatie en gesteld dat er in het dossier ook geen stuk is aangetroffen waarin een verzoek van belanghebbende tot het treffen van een betalingsregeling is neergelegd. Ook uit andere omstandig-heden is deze stelling niet aannemelijk geworden. Ten aanzien van discriminatie overweegt de Commissie dat van aanwijzingen dat in het geval van belang-hebbende sprake is geweest van discriminatie, uit de ter beschikking staande stukken niet is gebleken. De Commissie adviseert UHT de bezwaren ongegrond te verklaren.
De Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag (deels) ontkennend beantwoordend, zal UHT daarom adviseren het bezwaar met betrekking tot het toeslagjaar 2009 gegrond te verklaren en het bestreden besluit deels te herroepen. Daarmee staat tevens vast dat de totstandkoming van het bestreden besluit deels onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering deels niet voldoende deugdelijk. Deze gebreken zullen bij de beslissing op bezwaar worden hersteld.
Overige bezwaren
Voor het overige heeft de gemachtigde van belanghebbende in deze procedure een aantal, meer algemene, bezwaren aangevoerd die naar aard, inhoud en strekking overeenstemmen met de bezwaren die zij in een andere procedure heeft aangevoerd. In die procedure heeft de Commissie op 28 januari 2026 een advies uitgebracht (zie BAC 2023-14521) en, onder aanvoering van de daartoe leidende overwegingen, geadviseerd die bezwaren ongegrond te verklaren. De Commissie adviseert, onder verwijzing naar haar overwegingen in laatstgenoemd advies, deze, meer algemene, bezwaren in deze procedure eveneens ongegrond te verklaren.
Proceskosten
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar tegen het besluit van
15 december 2022 (UHT-DCHA) gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- aan belanghebbende een compensatie wegens vooringenomen handelen toe te kennen over toeslagjaar 2009 en de beschikking in zoverre te herroepen;
- het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van één procespunt met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter