Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11810

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 januari 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 20 januari 2025 om 13:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 25 februari 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te
kennen.

Onderwerp van advies

Het door toenmalig gemachtigde namens belanghebbende
ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 17 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2015 en 2019. In overeenstemming met de persoonlijk zaakbehandelaar is een herbeoordeling uitgevoerd over de toeslagjaren 2013 tot en met 2015.
  • UHT heeft bij beschikking van 7 maart 2022 met kenmerk UHT CHR GU aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 9 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2015.
  • De toenmalige gemachtigde heeft bij brief van 8 februari 2023, ingekomen op 20 februari 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • De toenmalige gemachtigde heeft op 2 oktober 2023 de Commissie geïnformeerd dat zij niet langer zal optreden als gemachtigde. Gemachtigde X heeft de zaak overgenomen.
  • UHT heeft op 30 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat aan dit advies is gehecht.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft het bezwaar behandeld en dit advies uitgebracht.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden beschikking

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2015 af te wijzen.

Afwijzing compensatie

Belanghebbende stelt dat zij ten onrechte niet als gedupeerde is aangemerkt. Gemachtigde heeft ter zitting aangegeven dat het bezwaar zich enkel richt tegen het toeslagjaar 2015. Belanghebbende stelt dat de KOT over het toeslagjaar 2015 ten onrechte is teruggevorderd, omdat zij van januari tot en met mei 2015 kinderopvang heeft afgenomen en zij recht had op KOT. UHT stelt dat de KOT over het toeslagjaar 2015 is teruggevorderd op basis van het antwoordformulier dat belanghebbende heeft opgestuurd en waarin zij heeft aangegeven geen kinderopvang te hebben afgenomen in 2015 en dat dit niet duidt op vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).

De Commissie overweegt dat zij aanknopingspunten heeft gevonden om te adviseren dat bij de terugvordering van de KOT over het toeslagjaar 2015 sprake is geweest van individuele vooringenomenheid. De verlagingen van de KOT over het toeslagjaar 2015 waren gelegen in te hoge voorschotten, die op basis van reguliere wijzigingen opnieuw zijn berekend. De redenen voor de verlaging waren wijzigingen die belanghebbende heeft doorgegeven. Belanghebbende heeft op 3 juni 2015 de KOT stopgezet. Dit komt overeen met haar mededeling dat zij van januari tot en met mei 2015 kinderopvang heeft afgenomen. De Commissie gaat uit van de juistheid van die mededeling, omdat zij die geloofwaardig vindt. De KOT over het toeslagjaar 2015 werd op nihil gesteld nadat B/T op 29 juli 2016 een antwoordformulier ontving waarin belanghebbende vermeldde in het toeslagjaar 2015 geen gebruik te hebben gemaakt van kinderopvang.

De Commissie meent dat deze mededeling van belanghebbende voor B/T aanleiding had moeten zijn om een uitvraag bij belanghebbende te doen. Zij stond immers haaks op de stopzetting van de KOT door belanghebbende op 3 juni 2015, waarbij niet was vermeld dat die stopzetting met ingang van 1 januari 2015 moest plaatsvinden. Mede gegeven de overduidelijke financiele consequenties voor belanghebbende, had B/T actie richting haar moeten ondernemen.

De Commissie hecht overigens geloof aan de verklaring van belanghebbende ter hoorzitting dat de vermelding in het antwoordformulier dat zij in 2015 geen gebruik hadgemaakt van kinderopvang op een vergissing berust, omdat zij ervan uitging dat het formulier betrekking had op het lopende jaar 2016.

Bij het oordeel van de Commissie speelt nog mee, dat de ouder geen nader bewijs kan overleggen, omdat de betrokken instelling failliet is verklaard en dus niet nader kan berichten. Een en ander leidt voor de Commissie tot de conclusie dat B/T individueel vooringenomen heeft gehandeld jegens belanghebbende en dat zij daarvoor dient te worden gecompenseerd. De Commissie adviseert UHT daarom het bezwaar gegrond te verklaren en alsnog compensatie toe te kennen voor het toeslagjaar 2015.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar gericht tegen de beschikking met het kenmerk UHT-DCHA naar het oordeel van de Commissie gegrond is, adviseert de Commissie UHT de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en:

  • compensatie toe te kennen voor het toeslagjaar 2015;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter