BAC 2023-11719
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 27 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 21 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 18 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT. UHT heeft de jaren 2008 tot en met 2012 beoordeeld.
- UHT heeft bij besluit van 17 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 15 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren 2008 tot en met 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 27 december 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 februari 2023, ingekomen op 21 februari 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 18 maart 2025, het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 17 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 21 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- De Commissie acht zich voldoende geïnformeerd om tot dit advies te komen.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen voor de jaren 2008 tot en met 2012. Op de hoorzitting heeft gemachtigde verklaard dat het bezwaar niet is gericht tegen de toeslagjaren 2009 tot en met 2012. De Commissie zal deze toeslagjaren daarom buiten beschouwing laten en uitsluitend toeslagjaar 2008 herbeoordelen.
Toeslagjaar 2008
Belanghebbende heeft over het toeslagjaar 2008 KOT aangevraagd en toegekend gekregen. In het antwoordformulier heeft belanghebbende aangegeven dat zij geen gebruik heeft gemaakt van opvang in 2008 (productie 11). Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft op basis van deze opgave de KOT teruggevorderd. Belanghebbende heeft hier vervolgens buiten de bezwaartermijn bezwaar tegen ingesteld. Dat bezwaar was kennelijk ongegrond vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn, maar had wel behandeld kunnen worden als een herzieningsverzoek. De reden waarom dit niet is gebeurd is onduidelijk. Op 23 mei 2023 heeft B/T de definitieve vaststelling van de KOT alsnog hersteld op het bedrag waar belanghebbende recht op had, namelijk €311,-(productie 15). Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde aangevoerd dat belanghebbende kennelijk per abuis heeft aangekruist dat in 2008 geen opvang heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt verder dat de nabetaling mogelijk niet toereikend is, nu vaststaat dat belanghebbende nadelige gevolgen van de terugvordering heeft ondervonden, en dat hij tevens niet begrijpt waarom de jaaropgave niet is verwerkt.
De Commissie overweegt als volgt.
Gelet op het voorgaande is de vraag die voorligt of het niet eigener beweging omzetten van een te laat ingediend bezwaarschrift in een verzoek om herziening van een bestreden besluit moet worden aangemerkt als vooringenomen handelen. De Commissie beantwoordt die vraag ontkennend. Alhoewel de Commissie de situatie vervelend voor belanghebbende vindt, heeft zij in hetgeen naar voren is gebracht over de gang van zaken geen aanknopingspunten gevonden die zien op vooringenomenheid. De Commissie adviseert daarom aan UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Uit het vorenstaande volgt dat er geen aanleiding is voor herroeping van het bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter