BAC 2023-11677
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 februari 2023 (UHT-DCH ZV)
Hoorzitting: 25 augustus 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 18 september 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH ZV.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 89.989,- voor de jaren 2005, 2006, 2008, 2009, 2011 en 2012 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2010, 2013, 2014 en 2015.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 29 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 t/m 2015.
- UHT heeft bij beschikking van 21 april 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 3 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW is van oordeel dat gedurende de jaren 2007, 2010 en 2013 tot en met 2015 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 89.989,- voor de jaren 2005, 2006, 2008, 2009, 2011 en 2012 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2010, 2013, 2014 en 2015.
- UHT heeft op 28 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 februari 2023, ingekomen op 7 februari 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 19 augustus 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 16 april 2025 een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 25 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 28 augustus 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 11 september 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2005, 2006, 2008, 2009, 2011 en 2012 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2007, 2010, 2013, 2014 en 2015 af te wijzen.
Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat sprake is van schending van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT tot het bestreden besluit is gekomen.
UHT heeft het dossier en twee schriftelijke reacties aan belanghebbende verstrekt. Belanghebbende heeft gelegenheid gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van haar bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende gelegenheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen.
De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit voldoende heeft toegelicht. Hiernaast geldt dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de betaal- en verrekenoverzichten van het "Landelijk Incasso Centrum" (hierna: LIC) en de overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
De juistheid van de compensatieberekening is door gemachtigde betwist. UHT stelt zich op het standpunt dat het bezwaar op dit punt deels gegrond is omdat voor de berekening van component o, de gemiste toeslagrente, voor een aantal toegewezen toeslagjaren verkeerde data zijn gebruikt. Belanghebbende heeft als gevolg hiervan minder gemiste rente gecompenseerd gekregen dan waar zij recht op heeft en UHT geeft aan dit te zullen herstellen in de beslissing op bezwaar.
Het is de Commissie gebleken dat de rentevergoeding over de gemiste KOT voor ieder toegewezen toeslagjaar inderdaad onjuist is vastgesteld. De correcte data en de daarop gebaseerde renteberekeningen zijn door UHT overgelegd bij haar schriftelijke reactie.
Voor de toeslagen 2006, 2008, 2009 en 2012 heeft belanghebbende recht op aanvullende compensatie. De Commissie merkt op dat de aanpassingen in de berekening tevens tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% wijzigt.
Voor de berekening van de rentevergoeding voor de toeslagjaren 2005 en 2011 zijn de gemaakte fouten in het voordeel van belanghebbende. In verband met het verbod op verandering naar een slechtere positie op grond van artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht wordt de berekening voor deze twee toeslagjaren niet aangepast aangezien dit in het nadeel zou zijn van belanghebbende.
De Commissie adviseert UHT, aansluitend bij haar eigen standpunt, dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en om aan haar toezeggingen uit de schriftelijke reactie gevolg te geven en de compensatieberekening dienovereenkomstig aan te passen in de beslissing op bezwaar.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV (gedeeltelijk) te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (twee bezwaarschriften en een hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:
- De beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV te herroepen en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen; en
- Een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter