BAC 2023-11590
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 4 juli 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te
kennen.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 19 december 2022 door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHA. Hierbij is aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2017.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 13 maart 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2017. Na overleg met belanghebbende is dit verzoek uitgebreid met de jaren 2006 tot en met 2016.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 mei 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 49b van de Awir en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir, zoals deze destijds van kracht waren, niet van toepassing zijn voor de jaren 2006 tot en met 2017.
- UHT heeft bij beschikking van 19 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2017.
- Belanghebbende heeft bij brief van 26 januari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 19 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 4 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Het bezwaarschrift van belanghebbende richt zich niet op de jaren 2006 tot en met 2015 en ter zitting heeft belanghebbende bevestigd dat het jaar 2018 buiten het
herbeoordelingsverzoek valt en daarmee geen onderdeel (meer) is van het bezwaar. De Commissie ziet zich nog gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over de jaren 2016 en 2017 af te wijzen.
De Commissie wijst erop dat de Wht voorziet in compensatie of een tegemoetkoming voor een ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van de aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van institutioneel vooringenomen handelen van B/T, of dat sprake is geweest van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS). Belanghebbende heeft aangevoerd dat B/T haar zorgplicht heeft geschonden door haar niet te wijzen op de grote verschillen tussen het opgegeven inkomen en de opvanguren enerzijds, en het daadwerkelijk genoten inkomen en de afgenomen opvanguren anderzijds. Ter zitting heeft belanghebbende naar voren gebracht dat deze handelwijze van B/T duidt op vooringenomenheid. Bovendien heeft belanghebbende zichzelf juist willen beschermen tegen hoge terugvorderingen, door de KOT pas na afloop van de toeslagjaren aan te vragen. Geplaatst tegen die achtergrond overweegt de Commissie het volgende.
De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. B/T mag bij de beoordeling van het recht op KOT uitgaan van inkomens- en opvanggegevens die belanghebbende aan B/T heeft doorgegeven. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende, en komt daarmee voor haar rekening en risico, om tijdig wijzigingen door te geven aan B/T zodat het recht op KOT kan worden vastgesteld. De Commissie is van opvatting dat de neerwaartse bijstelling van KOT in het jaar 2016 en de vaststelling van KOT vanaf 1 augustus 2017 conform de wet zijn uitgevoerd en dat de handelwijze van B/T geen blijk geeft van vooringenomen handelen. De enkele omstandigheid dat B/T als gevolg van herzieningsverzoeken wel KOT heeft toegekend over de periode van 1 juli
tot en met 31 december 2016, maar KOT heeft geweigerd over de periode van 1 januari tot en met 31 juli 2017, terwijl volgens belanghebbende de omstandigheden in het jaar 2017 niet anders waren, dwingt op zich zelf niet tot de conclusie dat de weigering van KOT in het jaar 2017 moet worden aangemerkt als vooringenomen handelen door B/T. Van bijzondere omstandigheden waarom hier in dit geval anders over zou moeten worden geoordeeld is niet gebleken. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Hoewel de Commissie adviseert om het bezwaar van belanghebbende ongegrond te verklaren, begrijpt zij waarom belanghebbende, gezien de situatie, de KOT voor het jaar 2017 achteraf heeft willen aanvragen. Het is begrijpelijk dat zij zichzelf en haar gezin heeft willen beschermen tegen eventuele hoge terugvorderingen. De Wht biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid tot compensatie.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken
waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incassocentrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.
Proceskostenvergoeding
Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de
bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen de proceskosten niet voor
vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter