BAC 2023-11565
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 13 december 2022 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 28 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 17 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen conform de Bijlage compensatieberekening, alsnog compensatie over de periode 1 april tot en met 25 oktober 2011 toe te kennen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door toenmalige gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking
compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
Gemachtigde staat belanghebbende bij.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 9.481,- voor de jaren 2008 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2008 tot en met 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek
van belanghebbende op 17 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
geadviseerd dat gedurende de jaren 2009, 2010 en de maanden april tot en met
december 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of
bijzondere omstandigheden. - UHT heeft bij vooraankondiging van 11 oktober 2022 aan belanghebbende een
compensatie toegekend voor een bedrag van € 9.452,-.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 13 december 2022 met kenmerk UHTDCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 9.481,- voor het jaar 2008 en de maanden januari tot en met maart 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2010 en de maanden april tot en met december 2011.
- Belanghebbende heeft bij brief van 17 januari 2023 tegen deze beschikking een
bezwaarschrift ingediend. - Het bezwaarschrift is aangevuld op 7 augustus 2024, ontvangen op 9 augustus
2024 en nogmaals aangevuld op 4 april 2025. - UHT heeft op 27 september 2024 en 10 april 2025 schriftelijk gereageerd op het
bezwaarschrift. - Op 28 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een
verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. - UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 16 juni 2025 een
nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 17 juni 2025 op gereageerd. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2008 en de maanden januari tot en met maart 2011 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2009 en 2010 en de maanden april tot en met december 2011 af te wijzen.
Recht op KOT vanaf juli 2008
Belanghebbende stelt dat zij vanaf juli 2008 al recht had op KOT. Uit het ouderdossier zou blijken dat de aanvraag niet in behandeling is genomen, omdat het formulier onvolledig was ingevuld.
UHT stelt zich op het standpunt dat sprake is van een misverstand, omdat de aanvraag is gedaan voor kindertoeslag (hierna: KIT). Dit is nu het kindgebonden budget. De aanvraag KIT is volgens UHT niet relevant voor de compensatie inzake de KOT.
De Commissie overweegt dat nu op geen enkele wijze uit de stukken blijkt of anderszins aannemelijk is geworden dat belanghebbende vanaf juli 2008 KOT heeft aangevraagd, of over KOT is beschikt en ook overigens niet blijkt dat belanghebbende daadwerkelijk aanspraak had op KOT, is de Commissie ziet de Commissie voor de maanden juli tot en met september 2008 geen aanknopingspunten voor een terecht beroep op de Wht.
Toeslagjaar 2011 - alsnog compensatie over de periode 1 april tot en met
oktober 2011
Belanghebbende betwist dat zij geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in de periode 1 april tot en met 25 oktober 2011. Zij is overgestapt naar een ander
gastouderbureau en heeft daarvoor een nieuwe KOT aanvraag ingediend. Deze aanvraag is echter bevroren en daarna niet opnieuw in behandeling genomen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende toegelicht dat zij het hele jaar heeft gewerkt. Zij heeft opvang afgenomen tot aan de geboorte van haar tweede kind, op 26 oktober 2011.
Naar aanleiding van de hoorzitting heeft UHT op 16 juni 2025 een aanvullende
beschouwing ingediend en erkend dat aanleiding bestaat om ook compensatie toe te kennen over de periode 1 april tot en met 25 oktober 2011. Dit leidt ertoe dat de grondslag voor de compensatie over 2011 zal worden vastgesteld op € 6.793,-. De extra grondslag voor compensatie werkt ook door in de materiële schadevergoeding, de toeslagrente en de vergoeding voor immateriële schade. De terugvordering van € 1.520,- van de beschikking van 21 januari 2012 wordt niet gecompenseerd. In deze beschikking wordt de KOT vanaf 26 oktober 2011 tot en met 31 december 2011 teruggevorderd. Belanghebbende heeft immers verklaard dat zij over deze periode geen opvang heeft afgenomen.
De Commissie neemt van dit nadere standpunt met instemming kennis en zal UHT
dienovereenkomstig adviseren. De Commissie volgt eveneens de nadere toelichting van UHT dat de terugvordering in 2011 niet wordt gecompenseerd.
Compensatieberekening toeslagjaar 2008 en januari tot en met maart 2011
Onjuiste grondslag - onderdelen a, e en h van de compensatieberekening
UHT erkent in de beschouwing dat ten aanzien van toeslagjaar 2011 een onjuist bedrag onder onderdeel a (de KOT vóór het onderzoek) van de compensatie is opgenomen. Het bedrag zal worden aangepast van €2.079,- naar €2.321,04,-. De KOT na het onderzoek (onderdeel b) is terecht vastgesteld op €0,-. Dit heeft als gevolg dat ook het bedrag onder onderdeel e wordt aangepast naar €2.321,04,-. De materiele schade van 25% (onderdeel h) wordt in samenhang daarmee aangepast naar € 580,26,-.
De Commissie heeft hiervan kennisgenomen en adviseert aan UHT om bovengenoemde onderdelen aan te passen in samenhang met de toezegging van UHT om een aanvullende compensatie over de periode 1 april tot en met 25 oktober 2011 toe te kennen.
Vergoeding voor immateriële schade en rente over gemiste KOT
UHT heeft na een herberekening vastgesteld dat de berekening van de rente over
gemiste KOT (onderdeel o) over het jaar 2008 en de maanden januari tot en met maart 2011 onjuist tot stand is gekomen. De rente over toeslagjaar 2008 zal worden aangepast naar €806,- en de rente over toeslagjaar 2011 naar €924,- (producties 43 en 44). De startdatum ten aanzien van toeslagjaren 2008 en 2011 is ten gunste van belanghebbende aangepast naar 1 juli 2009 en 1 juli 2012. De einddatum ten aanzien van toeslagjaar 2008 zal gewijzigd worden in de datum van de primaire beschikking, 19 december 2022 (productie 43). Omdat de grondslag (onderdeel e) is gewijzigd ten aanzien van toeslagjaar 2011, zal de einddatum van de rente over gemiste KOT doorlopen tot de datum van de beslissing op bezwaar. De vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n) zal eveneens doorlopen tot de datum van de beslissing op bezwaar, omdat het bezwaar deels gegrond is. In lijn met het voorgaande zal UHT de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw berekenen en aanpassen.
De Commissie stemt in met de wijzigingen voor toeslagjaar 2008 en zal UHT
dienovereenkomstig adviseren. Met betrekking tot toeslagjaar 2011 adviseert de
Commissie UHT om de aanpassing toe te passen in samenhang met de toegezegde
aanvullende compensatie over de periode van 1 april tot en met 25 oktober 2011.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening als volgt aan te passen:
- het bedrag onder onderdeel a en e (het bedrag vóór het onderzoek en de
grondslag) ten aanzien van toeslagjaar 2011 aan te passen; - het bedrag onder onderdeel h (de materiele schadevergoeding van 25%) ten
aanzien van toeslagjaar 2011 aan te passen; - het bedrag onder onderdeel n (de vergoeding voor immateriële schade) ten
aanzien van toeslagjaren 2008 en 2011 aan te passen; - het bedrag onder onderdeel o (de rente over gemiste KOT) ten aanzien van
toeslagjaren 2008 en 2011 aan te passen; - het bedrag onder onderdeel p (de aanvullende vergoeding van 1%) aan te
passen ten aanzien van toeslagjaren 2008 en 2011.
- het bedrag onder onderdeel a en e (het bedrag vóór het onderzoek en de
- compensatie toe te kennen over de periode 1 april tot en met 25 oktober 2011 en de (onjuiste) berekening in samenhang met de Bijlage compensatieberekening aan te passen.
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
handtekening
Secretaris
handtekening
Fungerend voorzitter