BAC 2023-11550
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 december 2022 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 14 mei 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 4 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan
te passen en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toe te
kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 december 2022.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €87.133,- voor de jaren 2009, 2010 en 2011 en de maanden januari tot en met maart 2012 en geen compensatie toegekend voor de maanden april tot en met december 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 21 december 2020 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk
zaakbehandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2009 tot en met 2012. - UHT heeft bij beschikking met kenmerk UHT-DCH (hierna: ''bestreden
beschikking'') aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor
een bedrag van € 87.133,- voor de jaren 2009, 2010 en 2011 en de maanden
januari tot en met maart 2012 en geen compensatie toegekend voor de maanden april tot en met december 2012. - Gemachtigde heeft bij brief van 27 januari 2023 tegen deze beschikking een
bezwaarschrift ingediend. - Gemachtigde heeft bij brief van 3 april 2024 de gronden van het bezwaarschrift
aangevuld. - UHT heeft op 12 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 14 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 14 mei 2025 een
tweetal stukken nagezonden die aan het bezwaardossier zijn toegevoegd. Dat
betreft het verslag van het gesprek tussen belanghebbende en de persoonlijk
zaakbehandelaar gehouden op 22 juni 2021 en het volledige SAS-overzicht.
Gemachtigde heeft in een e-mailbericht van 3 juni 2025 hierop gereageerd. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Procedurele bezwaren
Motivering bestreden besluit / onvolledig dossier / equality of arms
Belanghebbende voert aan dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd. Belanghebbende voert verder aan dat UHT in strijd met het beginsel van ''equality of arms'' handelt. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad omdat hij niet beschikt over het volledige dossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van
belanghebbende dat de motivering van de bestreden beschikking onvolledig moet worden geacht. De Commissie constateert dat in de bestreden beschikking al uitleg per toeslagjaar is gegeven waarmee UHT haar oordeel per jaar motiveert. In bezwaar heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend met een aanvullende uitgebreide uitleg met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: ''LIC'') en overige producties.
De Commissie overweegt dat de schriftelijke beschouwing en het bezwaardossier op 25 maart 2025 aan gemachtigde zijn gezonden. De Commissie heeft geen
aanknopingspunten dat niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid twee, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Deze bezwaargrond slaagt niet.
Compensatie
Compensatieberekening
UHT heeft in reactie op het bezwaar van belanghebbende de compensatieberekening nagerekend en vastgesteld dat die berekening op enkele punten onjuist is geweest. De toeslagrente over gemiste KOT (component o) is onjuist berekend. De juiste bedragen moeten zijn: €12.176,- (2009), €12.519,- (2010) en €12.195,- (2011). Omdat de foutieve berekening van gemiste KOT over de maanden januari tot en met maart van het jaar 2012 in het voordeel van belanghebbende is, wordt dat niet aangepast. De onderliggende berekeningen waaruit de juiste bedragen blijken zijn in het bezwaardossier opgenomen. Een en ander betekent volgens UHT dat de immateriële schade (component n) en de 1%-vergoeding over het totaal (component p) dienen te worden aangepast, in die zin dat deze doorlopen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.
De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en adviseert UHT het bezwaar tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking te herroepen en de compensatieberekening aan te passen zoals hiervoor omschreven.
Startdatum immateriële schadevergoeding
Belanghebbende stelt verder dat hij niet kan controleren of de juiste aanvangsdatum is aangehouden voor de berekening van de vergoeding voor immateriële schade. Volgens UHT is uitgegaan van de juiste datum, 24 december 2010 (producties 19), zijnde de eerste brief van B/T waarin aan belanghebbende is medegedeeld dat hij KOT moet terugbetalen.
Wat betreft de ingangsdatum van de vergoeding voor de immateriële schade overweegt de Commissie dat deze op grond van artikel 2.3, vierde lid, van de Wht dient te worden gesteld op de dagtekening van een eerste beschikking tot het verminderen of niet toekennen van KOT of het beëindigen van voorschotverlening voor KOT die een direct gevolg is van (onder meer) vooringenomen handelen van B/T. De Commissie is van oordeel dat uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt dat is uitgegaan van de juiste datum van 24 december 2010. Dit onderdeel van het bezwaar kan daarom niet slagen.
Component a over toeslagjaren 2009 en 2012
Verder heeft UHT in haar schriftelijke beschouwing een toelichting gegeven op de
berekening van component a voor de toeslagjaren 2009 en 2012, waarbij is verwezen naar de onderliggende producties in het bezwaardossier. De Commissie meent dat op grond van deze toelichting zij geen aanknopingspunten heeft om te twijfelen aan de juistheid van de berekening van component a over de toeslagjaren 2009 en 2012. In zoverre kan het bezwaar niet slagen.
Toeslagjaar 2012
Belanghebbende heeft voorts aangevoerd dat onjuist is dat hij zou hebben verklaard dat hij (tot ongeveer) drie maanden in 2012 gebruik maakte van kinderopvang maar daarna niet meer. Dat is verkeerd genoteerd, aldus belanghebbende, in het informatie- en beoordelingsformulier (productie 3 bezwaardossier) als in het gespreksverslag met persoonlijk zaakbehandelaar van 22 juni 2021 (door UHT op 14 mei 2025 nagezonden en aan het bezwaardossier toegevoegd).
De Commissie overweegt dat belanghebbende over de opvang in het jaar 2012 (namelijk dat alleen sprake was van opvang in de eerste drie maanden van 2012) steeds eenduidig heeft verklaard, zowel in het informatie- en beoordelingsformulier (pagina 17 en 18 bezwaardossier) als in het gespreksverslag met de persoonlijk zaakbehandelaar. Bovendien is in beide stukken ook de verklaring van belanghebbende opgenomen dat zowel belanghebbende als zijn toeslagpartner omstreeks maart 2012, althans in de winter van 2012, zijn gestopt met werken. De Commissie ziet in het licht hiervan geen aanknopingspunten voor de stelling van belanghebbende dat hij en zijn toeslagpartner na maart 2012 opvang hebben afgenomen. Deze bezwaargrond kan daarom niet slagen.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren deels gegrond zijn en zullen moeten leiden tot herroeping van de
bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH, zal de Commissie UHT adviseren de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten
bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren
en het bestreden besluit te herroepen; - de compensatieberekening als volgt aan te passen:
- de toeslagrente over gemiste KOT vast te stellen op €12.176,- (2009),
€12.519,- (2010) en €12.195,- (2011); - de einddatum van de vergoeding van immateriële schade vast te stellen op de
datum van de beschikking op bezwaar; - de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw te berekenen;
- de toeslagrente over gemiste KOT vast te stellen op €12.176,- (2009),
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
De secretaris, De voorzitter,