Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11533

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 december 2022 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: N.V.T.

Overdracht advies aan UHT: 20 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te
kennen.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 7 december 2022 door UHT genomen beschikking met kenmerk UHT-DCHA. Hierbij is aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor het jaar 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 12 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 en 2011. Na overleg met belanghebbende is dit verzoek beperkt tot het jaar 2010.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek
    van belanghebbende op 19 oktober 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
    geoordeeld dat de compensatieregeling van artikel 49b van de Awir en de
    hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir (zoals deze destijds golden;
    Commissie) niet van toepassing zijn voor het jaar 2010.
  • UHT heeft bij beschikking van 7 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA aan
    belanghebbende geen compensatie toegekend voor het jaar 2010.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 18 januari 2023 tegen beschikking een
    bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 25 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 13 mei 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 23 mei 2025 heeft gemachtigde de Commissie verzocht advies uit te brengen
    op basis van de stukken. De Commissie ziet met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier/equality of arms
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT in strijd met het beginsel van equality of arms handelt. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad omdat hij niet de beschikking heeft over zijn persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 13 mei 2024 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Inhoudelijke bezwaren
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie af te wijzen.

Belanghebbende betoogt dat B/T vooringenomen heeft gehandeld door de KOT over het jaar 2010 vast te stellen op nihil. UHT stelt zich op het standpunt dat B/T niet vooringenomen heeft gehandeld, omdat belanghebbende voldoende in de gelegenheid is gesteld om informatie met betrekking tot zijn recht op KOT aannemelijk te maken. Uit de verklaring van belanghebbende blijkt dat hij niet op alle vraagbrieven van B/T heeft gereageerd.

De Commissie stelt op basis van de stukken vast dat belanghebbende voorafgaand aan de beschikking van 12 januari 2012 eerst tweemaal schriftelijk in de gelegenheid is gesteld om informatie aan te leveren om zijn recht op KOT aannemelijk te maken. Op 19 augustus 2011 heeft B/T belanghebbende verzocht om informatie met betrekking tot de genoten opvang. Op 28 oktober 2011 is het tweede informatieverzoek aan belanghebbende gezonden. Uit de stukken is niet gebleken dat belanghebbende op de uitvraagbrieven heeft gereageerd. Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat belanghebbende voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn recht op KOT aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de Commissie kan dan ook niet worden gezegd dat deze gang van zaken blijk geeft van vooringenomen handelen van de kant van B/T.

Verder betoogt belanghebbende dat hij in aanmerking behoort te komen voor
compensatie wegens hardheid bij de toepassing van het stelsel, omdat B/T geen
rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet bij de terugvordering van de KOT.
De Commissie volgt belanghebbende niet in dit betoog, nu de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt buiten de reikwijdte van de begrippen vooringenomen handelen en hardheid van het stelsel binnen het kader van de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure. Reeds hierom treft het door belanghebbende op dit punt ontwikkelde bezwaar geen doel.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken -
waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de onderliggende gegevens ten aanzien van de aanvraag van KOT in 2010, het RKT-overzicht, het Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzicht en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding
Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de
bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen de proceskosten niet voor
vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

De secretaris De voorzitter