Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11416

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan:Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 juli 2022 met kenmerk UHT-DH5 A

Hoorzitting: 20 juni 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: geen datum

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor toeslagjaren 2013 (november en december) en 2014.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 27 november 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2013. Het herbeoordelingsverzoek is later, na overleg met de ouder, uitgebreid en ziet dan op de jaren 2007 tot en met 2014.
  • UHT heeft bij beschikking   aan belanghebbende medegedeeld dat zij l in aanmerking komt voor een betaling van € 139.123 aan compensatie over de jaren 2007 tot en met (oktober) 2013.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 26 juli 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2013 (november en december) en 2014 (de compensatiebeschikking).
  • Gemachtigde heeft op 11 januari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 oktober 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 28 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 18 juni 2025 heeft UHT een aanvullende beschouwing toegezonden die ziet op de compensatiebeschikking.
  • Op 20 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen over de jaren 2013 (november en december) en 2014.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover UHT haar beoordeling bij het uitbrengen van de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben gemotiveerd dan wel onzorgvuldig zou hebben voorbereid, is dat gebrek door het indienen van de schriftelijke beschouwing, met daarin een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijk incassocentrum (hierna: LIC) en overige producties hersteld. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren

Toeslagjaren 2013 (november en december) en 2014
Voor een compensatie of tegemoetkoming in het kader van de Wht komt in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op kot in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T, of de ouder die ten onrechte een kwalificatie opzet/grove schuld heeft gekregen. Toekenning van compensatie of tegemoetkoming blijft, ingevolge het bepaalde bij artikel 2.1, lid 2, van de Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT.

Volgens UHT was daarvan sprake vanaf 31 oktober 2013. De KOT is toen stopgezet omdat de zoon van belanghebbende niet langer op een Nederlands woonadres stond ingeschreven. Voorts volgt uit de KOI-viewer dat de zoon van belanghebbende in de maanden november en december 2013 en 2014 geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang in Nederland. De Commissie overweegt dat dit overeenkomt met de verklaring van belanghebbende dat haar zoon in 2013 (een gedeelte van het jaar) en 2014 in Suriname is opgevangen door zijn oma. Weliswaar is belanghebbende als gedupeerde aangemerkt voor de jaren 2007 tot en met 2013 (januari tot en met oktober), maar de Commissie is van mening dat UHT ten aanzien van toeslagjaar 2013 (november en december) en 2014 terecht tot de conclusie is gekomen dat geen recht bestond op KOT en dat belanghebbende daarom niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van artikel 2.1, lid 1, van de Wht. De Commissie adviseert UHT om ook dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Indien belanghebbende meent dat zij meer schade heeft geleden dan waar in het compensatiebedrag voor de jaren 2007 tot en met 2013 rekening mee is gehouden, kan zij een aanvraag indienen voor vergoeding van de werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS).

Aanvraag persoonlijke betalingsregeling
De Commissie heeft geen bevestiging gevonden voor het door belanghebbende gestelde dat B/T haar niet serieus nam toen zij heeft gevraagd om een betalingsregeling voor of kwijtschelding van de openstaande KOT schuld.

Compensatiebeschikking
UHT heeft, blijkens het gestelde in de aanvullende beschouwing van 19 juni 2025, geconstateerd dat de berekeningen van de compensatie over de jaren 2007 tot en met 2013 (tot en met oktober) in de beschikking met betrekking tot die jaren onjuist zijn geweest voor wat betreft de toeslagrente over de gemiste KOT en de vergoeding van de immateriële schade. UHT heeft daarbij, onder verwijzing naar de bij die beschouwing behorende bijlage, uiteengezet hoe zij deze berekening bij de beslissing op bezwaar in het voordeel van belanghebbende zal aanpassen. Weliswaar maakt deze beschikking geen onderdeel uit van dit bezwaar, maar de Commissie adviseert UHT toch deze toezegging bij de beslissing op bezwaar of anderszins gestand te doen.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter