Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11328

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 28 november 2022 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 26 maart 2025

Overdracht advies aan UHT: 30 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) compensatie toegekend voor een bedrag van € 7.193,- voor het jaar 2014.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 26 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over het jaar 2014.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH van 28 november 2022 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 7.193,- voor het jaar 2014. Dit bedrag is aangevuld tot € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 5 januari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 27 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld. UHT heeft op 24 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 26 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Belanghebbende heeft op 26 maart 2025 een aanvullend stuk overgelegd.
  • UHT heeft op 28 april 2025 en 26 mei 2025 een nadere reactie gegeven.
  • Belanghebbende heeft op 15 mei 2025 en 19 mei 2025 schriftelijk gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Op de zaak betrekking hebbende stukken en het persoonlijk dossier
De Commissie overweegt dat belanghebbende op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb inzagerecht in zijn dossier heeft en voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

UHT heeft gedurende de bezwaarprocedure een uitgebreid bezwaardossier overgelegd en bijbehorende producties. Het komt de Commissie daarmee voor dat belanghebbende kan beschikken over de op zijn zaak betrekking hebbende stukken, voorzover voor hem van belang.

De aanvraag van belanghebbende om zijn persoonlijk dossier te ontvangen, heeft UHT inmiddels in behandeling genomen (productie 16). Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde verzocht om het persoonlijk dossier af te wachten alvorens de Commissie overgaat tot advisering. Bij aanvullende beschouwing van 28 april 2025 stelt UHT zich op het standpunt dat - in lijn van het advies van de Commissie Van Dam - geen persoonlijk dossier meer zal worden verstrekt.

De Commissie heeft hiervan kennis genomen en overweegt dat het overgelegde bezwaardossier voldoende informatie bevat voor belanghebbende om zijn zaak te bepleiten en voor de commissie om te adviseren.

Compensatieberekening toeslagjaar 2014
Belanghebbende heeft bij beschikking van 28 november 2022 een compensatie ontvangen van € 7.193,- voor het jaar 2014. Dit bedrag is aangevuld tot € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling. Belanghebbende heeft in zijn bezwaar verzocht om een toelichting op alle onderdelen van de compensatieberekening.

De Commissie heeft kennis genomen van de Bijlage compensatieberekening welke door UHT aan de beschouwing is toegevoegd, waarbij alle onderdelen zijn uitgelegd.

In de beschouwing erkent UHT dat de berekening voor de rente over gemiste KOT onder component o van de compensatieberekening niet juist is berekend. De rente over toeslagjaar 2014 is onjuist vastgesteld op € 700,-.

Dit had € 763,- moeten zijn (productie 17). Belanghebbende zal een aanvullende vergoeding ontvangen.

Omdat het bezwaarschrift gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, zal de vergoeding voor immateriële schade (component n) opnieuw worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar. Dit geldt ook voor de aanvullende vergoeding van 1% (component p).

De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en zal dienovereenkomstig adviseren.

Vergoeding voor juridische kosten (component m)
Belanghebbende stelt dat hij voor toeslagjaar 2014 ten onrechte geen vergoeding heeft ontvangen voor de gemaakte juridische kosten (component m). Volgens UHT is dit onderdeel in de compensatieberekening terecht op nihil vastgesteld.

De Commissie overweegt dat de vergoeding voor juridische kosten een forfaitair bedrag betreft voor de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende en aan belanghebbende in rekening gebrachte rechtsbijstand met betrekking tot een beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, van de Wht. Uit het dossier blijkt niet dat belanghebbende bezwaar heeft gemaakt tegen een beschikking over de KOT van toeslagjaar 2014. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Stopzetting van de KOT in toeslagjaar 2014
Belanghebbende betwist dat hij per 31 mei 2014 de KOT heeft stopgezet. Volgens belanghebbende is de KOT ambtshalve door UHT beëindigd. Gemachtigde heeft op 26 maart 2025 een document - Behandelvoorschrift ‘Risicoselectie – vraagbrief’ - met de Commissie gedeeld en toegelicht dat daarin is opgenomen dat medewerkers de KOT ambtshalve moeten stopzetten met de melding ‘009 burger zet toeslag stop’ indien opgevraagde bewijsstukken ontbreken.

Bij aanvullende beschouwing van 28 april 2025 heeft UHT een XML-bestand overgelegd. In de nadere aanvullende beschouwing van 26 mei 2025 heeft UHT toegelicht dat bij ambtshalve verwerkingen altijd een gebruikersnaam in het burgerportaal staat. Dat is in deze zaak niet het geval. Ambtshalve wijzigingen staan volgens UHT niet in een XML-bestand, maar enkel in TVS. Verder heeft UHT toegelicht dat bij het stopzetten van een toeslag altijd code 9 wordt gebruikt, ongeacht wie de wijziging heeft doorgegeven. De herkomst van de wijziging blijkt uit het brontype: bij ambtshalve invoer wordt dit vermeld, inclusief de gebruikersnaam. Volgens UHT is er in dit geval sprake van een wijziging die door belanghebbende is gemaakt.

De Commissie stelt vast dat in de tijdlijn op 24 april 2014 is vermeld: ‘Melding 009-Burger zet toeslag stop’. Bij diezelfde melding staat: ‘Bron: burger’. Uit het overgelegde XML-bestand blijkt dat op 24 april 2014 een wijziging heeft plaatsgevonden voor de KOT per 31 mei 2014 via het Burgerportaal, waarbij onder ”Identificatie Aanleveraar” het sofinummer van belanghebbende is vermeld. Tevens is daarin vermeld: “Handtekening Aanwezig”.

Op basis van de gegevens uit de tijdlijn en het overgelegde XML-bestand en de toelichting daarop van UHT, ziet de Commissie onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie van belanghebbende dat de stopzetting door Belastingdienst/Toeslagen is doorgevoerd. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verrekeningen met andere toeslagen en werkelijk geleden schade
Belanghebbende stelt dat zijn schuld ten aanzien van de KOT werd verrekend met andere toeslagen en dat hij hiervoor gecompenseerd dient te worden.

De beoordeling door de Commissie is nu beperkt tot het jaar 2014. De Commissie overweegt over de verrekeningen met betrekking tot dat jaar het volgende.

Over toeslagjaar 2014 heeft belanghebbende compensatie ontvangen. Indien belanghebbende een compensatie heeft ontvangen, geldt dat in de berekening van het compensatiebedrag het bedrag aan verrekeningen al is inbegrepen.
De verrekeningen op zichzelf houden daarom geen aparte schadepost in.

Verder overweegt de Commissie dat uit de wetsgeschiedenis van de Wht en de systematiek van de compensatieregeling niet kan worden afgeleid dat de wetgever compensatie van dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. De situatie van verrekening wordt niet uitdrukkelijk door de wetgever genoemd. Indien belanghebbende van mening is dat hem aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als gevolg van deze verrekeningen toekomt, kan hij een verzoek daartoe indienen bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS). De Commissie adviseert aan UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

O/GS en FSV
Op de hoorzitting heeft belanghebbende verzocht om de onderliggende stukken van de beoordeling van de O/GS en FSV. De Commissie stelt vast dat UHT hiertoe de aanvullende beschouwing van 26 mei 2025 met bijlagen heeft overgelegd en heeft gewezen op de website van de Belastingdienst waar belanghebbende informatie kan opvragen over de FSV. Met betrekking tot de O/GS heeft UHT verklaard dat aan belanghebbende geen betalingsregeling is geweigerd.

De Commissie overweegt dat zij in het dossier geen aanknopingspunten heeft gevonden voor de stelling van belanghebbende dat hem een betalingsregeling is geweigerd. Wat daar overigens van zij, belanghebbende is voor het beoordeelde jaar 2014 reeds gecompenseerd op grond van vooringenomenheid, hetgeen geldt als de meest ruimhartige vorm van compensatie binnen de herstelprocedure.

Niet herbeoordeelde jaren
Belanghebbende stelt dat hij ook gedupeerd is ten aanzien van toeslagjaar 2013. Daarnaast zijn de jaren ná 2014 ten onrechte niet meegenomen in de herbeoordeling.

De Commissie stelt vast dat het verzoek van belanghebbende om herbeoordeling zag op toeslagjaar 2014. De Commissie zal geen advies uitbrengen over andere toeslagjaren omdat deze jaren geen onderdeel uitmaken van deze bezwaarprocedure. UHT heeft het verzoek tot herbeoordeling van het toeslagjaar 2013 inmiddels doorgestuurd naar de afdeling primair beschikken. Belanghebbende zal schriftelijk worden geïnformeerd over de voortgang.

Ten aanzien van de jaren ná 2014 adviseert de Commissie aan UHT om bij de beslissing op bezwaar aan belanghebbende een overzicht te verstrekken waaruit blijkt over welke jaren KOT op zijn naam is aangevraagd. Zonodig kan belanghebbende dan verzoeken om herbeoordeling van latere jaren.

Overige bezwaargronden
Gemachtigde heeft in aanvulling op het voorgaande een groot aantal klachten geformuleerd over de handelswijze van de Belastingdienst/Toeslagen en de schending van de mensenrechten van belanghebbende.

De Commissie overweegt dat, gelet op de forfaitaire aard van de bestreden beschikking, dit geen klachten zijn die kunnen leiden tot een andere uitkomst van deze bezwaarprocedure. Over het toeslagjaar in geschil wordt reeds compensatie toegekend. Belanghebbende heeft de mogelijkheid deze klachten voor te leggen bij CWS. De Commissie adviseert aan UHT om het bezwaar hieromtrent ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening conform de Bijlage compensatieberekening aan te passen aangaande;
    • de vergoeding voor immateriële schade (component n);
    • de rente over gemiste KOT (component o);
    • de aanvullende vergoeding van 1% (component p).
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter