BAC 2023-11231
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 20 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 22 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 11 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren in de onderhavige zaak ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend over de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 23 april 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2012 tot en met 2016. In overleg met belanghebbende zijn de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 herbeoordeeld.
- UHT heeft bij beschikking van 20 december 2021, met kenmerk UHT CHR GU, aan belanghebbende medegedeeld dat hij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
- De Commissie van Wijzen heeft op 28 november 2022 aan UHT geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 20 december 2022, met kenmerk UHT-DCHA, aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op een vergoeding over de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014.
- Gemachtigde heeft op 27 december 2022, ingekomen op 29 december 2022, tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
- Gemachtigde heeft bij brief van 11 juni 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 16 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- UHT heeft op 16 januari 2026 een aanvullende beschouwing ingediend.
- Op 22 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig zijn voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Dossier
Belanghebbende stelt dat hij zonder het volledige persoonlijke dossier de bestreden beschikking niet op juistheid kan controleren. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwingen en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn op 29 oktober 2025 en 19 januari 2026 aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Volgens belanghebbende heeft UHT de juistheid van de hoogte van de KOT, zoals indertijd definitief vastgesteld, ten onrechte niet beoordeeld. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS). De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Herbeoordeling toeslagjaren 2012, 2013 en 2014
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT over deze jaren waren gebaseerd op de vaststelling door UHT dat er te hoge voorschotten waren toegekend. Die voorschotten zijn als gevolg van reguliere wijzigingen opnieuw berekend.
In 2012 heeft twee keer een neerwaartse correctie plaatsgevonden, van € 11 en €3, ten gevolge van een hoger toetsingsinkomen. In 2013 is de KOT eveneens verlaagd, met € 131, ten gevolge van een hoger toetsingsinkomen. In 2014 was er een aantal correcties. De grootste neerwaartse correctie, van € 11.391 naar €4.226, was ten gevolge van de stopzetting van de KOT met ingang van 16 mei 2014. De vrouw van belanghebbende had ten tijde van de stopzetting haar inburgeringscursus afgerond waardoor het recht op KOT kwam te vervallen. Er is gesteld noch gebleken dat er na 16 mei 2014 nog opvang heeft plaatsgevonden. Belanghebbende heeft de stopzetting niet betwist.
Vervolgens is de KOT in 2014 nog twee keer neerwaarts gecorrigeerd, met € 159 en € 160, ten gevolge van een hoger toetsingsinkomen. Belanghebbende heeft niet betwist dat de neerwaartse correcties in 2012, 2013 en 2014 in verband met een hoger toetsingsinkomen overeenkomstig de daarvoor geldende regels hebben plaatsgevonden.
Alle bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding in de bezwaarprocedure af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter