Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-12287

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit:18 oktober 2022 (UHT-DC IA, UHT-DH A en UHT-DH5 A) en
6 februari 2023 (UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 11 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 26 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag en de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2017. Wel is aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen een opzet/grove schuld (O/GS) tegemoetkoming toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2017 van €7.919,-. Dit bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot €30.000,-.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 tot en met 2017.
  • UHT heeft bij beschikking van 12 maart 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 juni 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling en hardheidscompensatie niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikkingen met kenmerk UHT-DC IA, UHT-DH A en UHT-DH5 A aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2017.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 1 december 2022, ingekomen op 2 december 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van €7.919,- voor de jaren 2015 tot en met 2017. Belanghebbende heeft geen extra bedrag ontvangen, omdat aan haar al € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling is uitbetaald.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 3 maart 2023, ingekomen op 7 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 januari 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 11 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2017 af te wijzen en of UHT de toegekende O/GStegemoetkoming voor de jaren 2015 tot en met 2017 op de juiste wijze heeft berekend.

Compensatie en O/GS-tegemoetkoming

Op de hoorzitting heeft belanghebbende verklaard dat niet ter discussie staat dat zij voor 2015 recht had op minder KOT en dat zij voor 2016 en 2017 geen recht had op KOT. Waar het haar om gaat is dat haar ten onrechte wordt verweten dat zij destijds niet tijdig aan de bel heeft getrokken bij de Belastingdienst/Toeslagen (B/T). Dat heeft zij juist wel gedaan; zij heeft B/T meerdere keren geïnformeerd dat zij niet meer werkte en daarom geen recht had op KOT, maar B/T deed daar niks mee.

De Commissie ziet dit ook. Dat belanghebbende destijds goed heeft gehandeld blijkt uit de O/GS-tegemoetkoming die zij heeft ontvangen. Deze vergoeding wordt namelijk alleen toegekend als sprake is van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld. De Commissie moet de vraag beantwoorden of de berekening van de O/GS-tegemoetkoming klopt. De Commissie is van oordeel dat deze berekening juist is.

De Commissie ziet geen mogelijkheid binnen de integrale beoordeling om belanghebbende anders te compenseren.

Voor aanvullende compensatie naar CWS

Belanghebbende en haar echtgenoot hebben op de hoorzitting verteld over de enorme impact en schade die de onterechte O/GS-kwalificatie op hun leven en hele gezin heeft gehad. De compensatie die belanghebbende heeft ontvangen, dekt dit leed absoluut niet.

De Commissie kan hierover echter niet adviseren omdat zij daartoe niet bevoegd is. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) bestemd.

Bezwaar ongegrond

De Commissie adviseert UHT het bezwaar ongegrond te verklaren. Dat komt niet omdat de Commissie niet is doordrongen van hetgeen belanghebbende en haar gezin hebben meegemaakt maar omdat de Commissie de vraag moet beantwoorden of de O/GS-­tegemoetkoming goed is berekend. En dat is zo.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert een van de primaire besluiten te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter