BAC 2022-12069
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 november 2022 met kenmerken UHT-DC-I-A en UHT-DH5-A
Hoorzitting: 6 juni 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 22 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 25 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 en 2010.
- UHT heeft bij beschikking van 24 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 oktober 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikkingen aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de herbeoordeelde jaren.
- Belanghebbende heeft bij brief van 17 november 2022 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 23 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 6 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie af te wijzen.
Beoordeelde toeslagjaren
Voor een compensatie of tegemoetkoming in het kader van de Wht komt - kort gezegd - in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van diens aanspraak op kinderopvangtoeslag (KOT) in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T of bijzondere hardheid. Ook kan onder omstandigheden compensatie worden toegekend aan de ouder die ten onrechte een kwalificatie opzet/grove schuld heeft gekregen. Toekenning van compensatie of tegemoetkoming blijft achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de aanvrager toerekenbaar zijn.
Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een aanvrager evident geen recht had op KOT.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de betreffende toeslagjaren sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T. De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.
De reguliere wijzigingen zien op het aantal opvanguren en het toetsingsinkomen. In alle beoordeelde toeslagjaren is de KOT vastgesteld naar aanleiding van wijzigingen die door belanghebbende zelf zijn doorgevoerd. Deze wijzigingen volgden niet - anders dan belanghebbende vermoedde - uit een door de B/T gehanteerd algoritme. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Van een vooringenomen handeling is de Commissie niet gebleken. Voorts overweegt de Commissie dat de neerwaartse bijstellingen in beginsel ook geen aanspraak geven op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Verder is er geen sprake van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld (hierna: O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
Gelet op het voorgaande heeft belanghebbende geen recht op compensatie.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Voor zover belanghebbende zich op het standpunt stelt dat de bestreden beschikkingen ondeugdelijk gemotiveerd zijn, overweegt de Commissie als volgt. De Commissie is van oordeel dat door het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van
LIC-overzichten en overige producties de bestreden beschikkingen voldoende zijn onderbouwd, zodat voor een herroeping van de bestreden beschikkingen geen aanleiding bestaat.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter