Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-12036

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluiten: 3 oktober 2022 (UHT-DH A, UHT-DH5 A en UHT-DC-I A)

Hoorzitting: 11 augustus 2025

Overdracht advies aan UHT: 24 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag, hierna de bestreden beschikkingen.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2017.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 6 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2017.
  • UHT heeft bij beschikking van 21 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, als bedoeld in de Catshuisregeling
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat Belastingdienst/ Toeslagen (hierna B/T) zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de compensatieregeling van (inmiddels) artikel 2.1 Wht e.v. niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2017.
  • UHT heeft bij bestreden beschikkingen van 3 oktober 2022 (UHT-DH A, UHT-DH5 A en UHT-DC-I A) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2017.
  • Gemachtigde heeft bij brieven van 9 november 2022, ingekomen op 14 november 2022, tegen deze beschikkingen bezwaarschriften ingediend.
  • UHT heeft op 15 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 11 augustus 2025 heeft gemachtigde het op 22 februari 2024 gedateerde aanvullende bezwaarschrift aan de Commissie en UHT overgelegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 21 oktober 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gemachtigde daar niet meer op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing, de overgelegde stukken en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikkingen behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking(en) leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Onvolledig dossier/equality of arms

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar volledig bezwaardossier en daardoor niet over de benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook het informatie- en beoordelingsformulier, zijn op 13 mei 2025 aan gemachtigde gezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Daarbij merkt de Commissie op dat belanghebbende tevens heeft verzocht om toezending van de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC). Echter, voor de betrokken toeslagjaren zijn er geen LIC-overzichten aanwezig in het dossier, omdat geen KOT is aangevraagd door, dan wel is uitbetaald aan belanghebbende.

Archiefwet

De Commissie stelt vast dat op grond van de Archiefwet en de daarop gebaseerde selectielijst Toeslagen stukken na twaalf jaar mogen worden vernietigd. Sinds 2020 geldt binnen de Dienst Toeslagen een vernietigingsstop, zodat alleen gegevens van vóór 2008 mogelijk zijn vernietigd. Dat er geen verklaringen van vernietiging aanwezig zijn, betekent niet dat stukken daadwerkelijk zijn verwijderd; dit geeft juist een indicatie dat er niets is vernietigd. Uit de interne systemen van UHT blijkt niet dat belanghebbende een aanvraag voor KOT heeft ingediend of dat sprake is geweest van gekwalificeerde opvang, een correctie, een stopzetting of terugvordering. Belanghebbende stelt dat UHT niet in staat is gebleken om uit vanwege de Archiefwet verplichte administratieve gegevens te produceren, waaruit zou dienen te worden geconcludeerd dat er mogelijk wel sprake is geweest KOT aanvrage, toekenning of terugvordering. De Commissie volgt die stelling niet aangezien belanghebbende geen stukken heeft overgelegd waaruit dat met een begin van aannemelijkheid KOT rechten of verplichtingen kunnen worden afgeleid. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen die vinden voor het bestaan daarvan. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2005 tot en met 2017 – aanvraag KOT

UHT stelt (zoals hiervoor opgemerkt) dat zij in geen enkel systeem van de Belastingdienst aanwijzingen heeft gevonden dat belanghebbende voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2017 KOT heeft aangevraagd, of aan haar is toegekend dan wel teruggevorderd. Aangezien noch in de stukken in het dossier, noch uit het nader ingestelde onderzoek, noch op een andere wijze aanknopingspunten zijn te vinden voor de stelling dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd, komt belanghebbende voor die jaren geen beroep toe op een herstelmaatregel op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet

Belanghebbende betwist dat de B/T over de toeslagjaren 2005 tot en met 2017 rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet. De Commissie overweegt dat, gelet op alle stukken en het verhandelde ter hoorzitting, onvoldoende aannemelijk is geworden dat belanghebbende KOT bij de B/T heeft aangevraagd. In de betrokken jaren is daarom ook geen sprake geweest van terugvorderingen en/of verrekeningen, waardoor niet wordt toegekomen aan de beslagvrije voet. Voorts overweegt de Commissie, dat indien in de betrokken jaren wel KOT zou zijn toegekend en er sprake zou zijn van terugvorderingen en/of verrekeningen, de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij terugvorderingen valt buiten de reikwijdte van de begrippen vooringenomen handelen en hardheid van het stelsel binnen de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter