BAC 2022-12024
Publicatiedatum 22-07-2025
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]
Primair besluit: 26 september 2022 met kenmerk UHT-DC
Ontvangst bezwaarschrift: 2 november 2022
Overdracht advies aan UHT: 21 november 2023
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift deels gegrond te verklaren en vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking van 26 september 2022. In de bestreden beschikking wordt aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 23.571 toegekend over de toeslagjaren 2008 en 2009. Belastingdienst/Toeslagen heeft over die periode namelijk fouten gemaakt bij de beoordeling van de situatie van belanghebbende.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 8.6 en 9.2 Wht worden de bestreden beschikkingen geacht te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de forfaitaire vastgestelde compensatie, en niet op de vergoeding van eventuele werkelijke schade. Voor dat laatste is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade bestemd.
Procesverloop
- Op 27 januari 2021 heeft belanghebbende telefonisch verzocht om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de jaren 2008 en 2009.
- Bij beschikking van 8 mei 2021 heeft UHT naar aanleiding van de eerste toets een forfaitair bedrag van € 30.000 uitgekeerd.
- Op 15 augustus 2022 heeft UHT als vooraankondiging meegedeeld dat het voorlopige compensatiebedrag is bepaald op € 23.529.
- Bij beschikking van 26 september 2022 heeft UHT het definitieve compensatiebedrag vastgesteld op € 23.571. Er heeft geen (extra) betaling plaatsgevonden, omdat de compensatie lager is dan het eerder betaalde bedrag van € 30.000.
- Op 2 november 2022 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift is op 3 november 2022 ontvangen.
- Op 29 mei 2023 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 21 november 2023 was een hoorzitting gepland. Gemachtigde heeft op die datum laten weten daarvan af te zien.
- De Commissie heeft dit advies behandeld
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of UHT het toegekende definitieve compensatiebedrag van € 23.571 op de juiste wijze heeft berekend.
Compensatieberekening
Gemachtigde voert aan dat het bezwaardossier niet compleet is en niet inzichtelijk is hoe het compensatiebedrag is vastgesteld. Het is daarom niet mogelijk om na te gaan of een juiste aanvangsdatum is gehanteerd. UHT heeft in haar schriftelijke reactie uitgebreid uiteengezet hoe de compensatieberekening is opgebouwd, en heeft daarbij de relevante stukken overgelegd en het dossier aangevuld.
Het is de Commissie gebleken dat in de compensatieberekening een onjuiste aanvangsdatum is gebruikt bij het vaststellen van de rentevergoeding over de gemiste KOT voor zowel 2008 als 2009 (regel o van de compensatieberekening). Voor toeslagjaar 2008 had de aanvangsdatum 1 juli 2009 moeten zijn in plaats van 7 september 2010 en voor toeslagjaar 2009 1 juli 2010 in plaats van 7 september 2010. Daarom is de Commissie met UHT van oordeel dat de compensatieberekening op dit punt dient te worden aangepast overeenkomstig de berekening, weergegeven in de schriftelijke reactie van UHT.
De Commissie merkt voorts op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook andere bedragen wijzigen: de hoogte van zowel de vergoeding van de immateriële schade als de aanvullende vergoeding van 1% dienen te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.
Overige gronden van bezwaar
De Commissie merkt op dat de overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en definitieve beschikkingen. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de uitgebreide schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum, de overige producties en de compensatieberekening, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen.
Uit de stellingname van gemachtigde volgt niet dat in het beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zijn geweest bij de door UHT genomen besluiten. Naar het oordeel van de Commissie zijn er dan ook geen aanknopingspunten dat belanghebbende in haar procesbelang is geschaad. Nog los van de vraag of dat beginsel als zodanig van toepassing is in de bezwaarfase, volgt de Commissie gemachtigde daarom niet in haar stelling dat het beginsel van ‘equality of arms’ geschonden zou zijn.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar gedeeltelijk gegrond acht, adviseert de Commissie om het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht bestaat een recht op een forfaitaire vergoeding op basis van een procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift deels gegrond te verklaren conform bovenstaande overwegingen; en
- een proceskostenvergoeding toe te kennen als hiervoor verwoord.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter