BAC 2022-11988
Publicatiedatum 22-07-2025
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]
Primair besluit: 13 oktober 2023 met kenmerken UHT-DC I, UHT-DC-I-A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B
Hoorzitting: 22 maart 2024
Overdracht advies aan UHT: 5 april 2024
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaarschriften gegrond te verklaren, de besluiten te herroepen op de in dit advies aangegeven wijze en een passende proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften d.d. 13 oktober 2022, zijn gericht tegen de door UHT genomen beschikkingen van 13 oktober 2022 met de kenmerken UHT-DC I, UHT-DC-I A, UHT-O OGS en UHT-DH5 A.
Op 5 november 2022 is de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden (Stb. 2022, 433). Op grond van artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten beschikkingen die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn gegeven vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wht, vanaf dat tijdstip geacht worden te zijn genomen op grond van afdeling 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij beschikking van 3 juni 2021 (UHT-B DMB2) is belanghebbende het forfaitaire bedrag van € 30.000 toegekend.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 21 september 2022 aan UHT toegestuurd.
- Op 28 september 2022 heeft er een spoedbetaling van € 24.207 plaatsgevonden.
- Bij beschikking van 13 oktober 2022 (UHT-DC I) heeft UHT aan belanghebbende een definitieve compensatie KOT voor 2012, 2013 (januari tot en met maart), 2014 en 2015 (april tot en met juni) toegezonden.
- Bij beschikking van 13 oktober 2022 (UHT-DC-I A) heeft UHT aan belanghebbende een definitieve afwijzing compensatie KOT voor de jaren 2009, 2010, 2011, 2013 ( april tot en met december), 2015 (januari tot en met maart en juli tot en met december) en 2016 toegezonden.
- Bij beschikking van 13 oktober 2022 (UHT-DH5 A) heeft UHT aan belanghebbende meegedeeld dat zij voor de jaren 2009, 2010, 2011, 2013 (april tot en met december), 2015 (januari tot en met maart en juli tot en met december) en 2016 niet in aanmerking komt voor een hardheidstegemoetkoming.
- Bij beschikking van 13 oktober 2022 (UHT-O OGS B) krijgt belanghebbende een tegemoetkoming Opzet/ Grove Schuld voor de jaren 2011, 2013 en 2015 toegekend.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 13 oktober 2022 tegen de beschikkingen van 13 oktober 2022 met kenmerken UHT-DC-I, UHT-DC-I A, UHT-O OGS B en UHT-DH5 A bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 13 november 2023 een schriftelijke beschouwing (verder onder meer: de beschouwing) ingediend. Deze beschouwing is aan gemachtigde toegestuurd.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 17 maart 2024 de bezwaarschriften gericht tegen de besluiten met kenmerken UHT-DC-I, UHT-DC I A en UHT-O OGS B aangevuld.
- Op 22 maart 2024 heeft ten behoeve van het bezwaarschrift van belanghebbende een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de Commissie.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Tijdens de op 22 maart 2024 gehouden hoorzitting heeft gemachtigde de bezwaren t.a.v. de toeslagjaren 2009 tot en met 2011, 2015 en 2016 ingetrokken.
Mede naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de Commissie het onderzoek ter zitting geschorst teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich te beraden over een mogelijke tegemoetkoming aan de resterende bezwaren.
Partijen zijn tot een akkoord gekomen op grond van de navolgende afspraken :
- Belanghebbende ontvangt nog een vergoeding voor kosten van opvang van haar dochter gedurende de periode 1 april tot en met 31 december 2013. Dit bedrag van € 11.602 zal worden opgeteld bij element 0 van de compensatieberekening 2013.
- Voor zoon van belanghebbende zal de opvang gecompenseerd worden over de periode van 1 april tot 30 augustus 2013 voor 3,5 uur gedurende 5 dagen per week volgens het maximale uurtarief van buitenschoolse opvang. Dit bedrag zal nog berekend worden.
- De daarmee samenhangende elementen van de compensatieberekening zullen voortvloeiend uit de voorgaande twee wijzingen worden aangepast.
- Een en ander zal voor belanghebbende gevolgen hebben voor de over het toeslagjaar 2013 toegekende O/GS tegemoetkoming.
De Commissie wijst er, mogelijk ten overvloede, op dat UHT in haar beschouwing van 13 november 2023 reeds een aantal aanpassingen van de compensatieberekening had voorgesteld.
Deze zijn:
- Component a: voor 2015 wordt dit gewijzigd naar € 8.496;
- Als gevolg daarvan wijzigen ook componenten c, e en g;
- Component h: voor 2015 wordt dit gewijzigd naar € 2.125;
- Component n: immateriële schadevergoeding wordt gewijzigd en de berekeningsperiode start op 31 december 2013 en zal doorlopen tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar;
- Component o: voor 2012 wordt de rentevergoeding over de gemiste KOT gewijzigd naar € 6.111.
- Omdat de grondslag van de berekening 2015 wijzigt, zal de rentevergoeding over 2015 hoger worden en berekend worden van 1 juli 2016 tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar;
- Component p: de aanvullende vergoeding van 1% zal bij de beslissing op bezwaar opnieuw worden berekend en aangepast.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie om de bezwaarschriften gericht tegen de besluiten met de kenmerken UHT-DC I en UHT-DC-I-A gegrond te verklaren, de besluiten te herroepen op de in dit advies aangegeven wijze en een passende proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter