Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

BAC 2022-11984

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]

Primair besluit: 26 augustus 2022 met kenmerk UHT-DC I en 30 augustus met kenmerk UHT-O OGS B

Ontvangst bezwaarschrift: 5 oktober 2022

Hoorzitting: 18 april 2024

Overdracht advies aan UHT: PM

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het
bezwaar in de onderhavige zaak ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikkingen van:

  • 26 augustus 2022 met kenmerk UHT-DC-I, betreffende de definitieve compensatiebeschikking over de toeslagjaren 2011 en 2012.
  • 30 augustus 2022 met kenmerk UHT-DH A, betreffende de tegemoetkoming wegens een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) over de toeslagjaren 2014 en 2015.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen
geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 januari 2021 telefonisch een herbeoordelingsverzoek ingediend voor de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2011, 2014
  • en 2015. In overleg met belanghebbende is besloten om het toeslagjaar 2012 mee te nemen in de beoordeling.
  • Bij beschikking van 30 april 2021, met kenmerk CAP/UCF/21/093 UHT, heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij op basis van de uitgevoerde lichte toets nog geen reden ziet om haar € 30.000 te betalen en dat de herbeoordeling nog niet klaar is.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van
    belanghebbende op 6 juli 2022 aan UHT gestuurd. CvW heeft -kort samengevatgeoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet in aanmerking komt voor compensatie wegens vooringenomen handelen of hardheid van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).
  • Bij beschikking van 26 augustus 2022, met kenmerk UHT-DC I, heeft UHT aan
    belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2011 en 2012 recht heeft op een definitief compensatiebedrag van € 18.559. Dit bedrag is aangevuld tot het
    minimale compensatiebedrag van € 30.000 en aan belanghebbende uitbetaald.
  • Bij beschikkingen van 26 augustus 2022, met kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH5 A, is aan belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2014 en 2015 geen recht heeft op compensatie wegens vooringenomen handelen of hardheid van B/T.
  • Bij beschikking van 30 augustus 2022, met kenmerk UHT-O OGS B, heeft UHT aan
    belanghebbende medegedeeld dat zij recht heeft op een tegemoetkoming wegens een onterechte kwalificatie O/GS over de toeslagjaren 2014 en 2015 van € 1.844. De
    tegemoetkoming heeft niet tot een nabetaling geleid omdat belanghebbende al een
    bedrag van € 30.000 had ontvangen.
  • Bij brief van 7 oktober 2022, ingekomen op 10 oktober 2022, heeft gemachtigde
    bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DC I en UHT-O OGS B.
  • Gemachtigde heeft UHT op 2 maart 2023 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig
    nemen van een beslissing op het bezwaar.
  • Op 30 mei 2023 heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijd beslissen op het bezwaarschrift.
  • Bij e-mail van 6 juni 2023 heeft UHT kenbaar gemaakt dat de rechtbank op 16 mei
    2023 het door of namens belanghebbende ingestelde beroep wegens het niet tijdig
    beslissen op bezwaar in behandeling heeft genomen.
  • Bij e-mail van 17 april 2024 heeft gemachtigde te kennen gegeven dat zij ziek was en dat zij daarom niet aanwezig kon zijn bij de hoorzitting, gepland op 18 april 2024. Zij heeft de Commissie laten weten dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord.
  • Bij e-mail van 23 april 2024 heeft gemachtigde aan de Commissie (nogmaals)
    bevestigd dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord.
  • Bij e-mail van 23 april 2024 heeft UHT aan de Commissie laten weten akkoord te gaan met het afdoen van de zaak op basis van de in het dossier aanwezige stukken.
  • De Commissie heeft het bezwaar behandeld en het hiernavolgende advies opgesteld.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Besluit onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende rekening met persoonlijke situatie
Belanghebbende stelt in bezwaar dat beide beschikkingen niet of niet deugdelijk gemotiveerd zijn, omdat UHT bij het nemen van de besluiten niet of niet voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijk situatie van belanghebbende.

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. UHT heeft de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beslissing niet voldoende toegelicht. Dit impliceert echter niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is.
De Commissie is van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer en een
uitgebreide uitleg met behulp van overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna LIC), SAS-overzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Eventuele motiveringsgebreken zijn hierdoor naar het oordeel van de Commissie alsnog hersteld. Naar het oordeel van de Commissie heeft UHT met de uitgebreide uitleg van de compensatieberekening weergegeven dat bij het nemen van het besluit voldoende rekening is gehouden met de persoonlijke situatie van belanghebbende. De Commissie adviseert om de bezwaren van belanghebbende tegen de bestreden beschikkingen op deze punten ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening
UHT heeft in haar schriftelijk verweer een uitgebreide uitleg van de compensatieberekening gegeven. De Commissie stelt met UHT vast dat de componenten g, i, o, p en r van de compensatieberekening incorrect, maar in het voordeel van belanghebbende, zijn vastgesteld. De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt dat het verbod van reformatio in peius met zich brengt dat belanghebbende niet in een nadeligere positie mag worden gebracht
doordat zij in bezwaar gaat en dat de bestreden beslissing dus moet worden gehandhaafd. Nu de belanghebbende door het genomen besluit, met kenmerk UHT-DC I, niet wordt benadeeld adviseert de Commissie, gelet op artikel 6:22 Awb, dit besluit in stand te laten.

O/GS beschikking
Gesteld noch gebleken is dat B/T met betrekking tot de KOT over de toeslagjaren 2014 en 2015 vooringenomen heeft gehandeld of dat belanghebbende de dupe is geworden van de hardheid van het stelsel in die jaren. UHT heeft het verzoek van belanghebbende compensatie over die jaren toe te kennen dus op goede gronden afgewezen. Ook het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B is dus ongegrond. De Commissie adviseert ook dit besluit in stand te laten.

Conclusie

Samenvattend adviseert de Commissie UHT om het bezwaarschrift dat gericht is tegen de bestreden beschikkingen met kenmerken UHT-DC I en UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en de bestreden besluiten in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter