BAC 2022-11964
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 27 juli 2022 (UHT-DC I)
Hoorzitting: 19 augustus 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 3 september 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de beschikking die door UHT genomen is op 27 juli 2022 met het kenmerk UHT-DC I (hierna: bestreden beschikking).
Aan belanghebbende is in de bestreden beschikking een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van € 73.266 voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moet de bestreden beschikking geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 10 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij beschikking van 2 maart 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 71.968.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 73.266 voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013.
- Belanghebbende heeft bij brief van 27 juli 2022, ingekomen op 7 september 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Belanghebbende heeft bij brief van 1 oktober 2023, ingekomen op 11 oktober 2023, het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 18 juni 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 19 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Aanvullende schadeposten
Belanghebbende stelt dat zij meer schade heeft geleden dan de ontvangen compensatie bij de integrale beoordeling.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS) bestemd. Indien belanghebbende voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade in aanmerking wil komen, dient zij daartoe een verzoek tot vergoeding van de werkelijke schade in te dienen, dat door UHT voor advies wordt voorgelegd aan de CWS. Dit betekent dat de Bezwaarschriftenadviescommissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de door belanghebbende aangevoerde aanvullende schadeposten.
De Commissie is overigens gebleken dat belanghebbende bij de CWS al een procedure heeft lopen en in afwachting is van het advies.
De compensatieberekening
De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie, dat de compensatieberekening op de door UHT genoemde componenten aangepast dient te worden. Een aantal componenten zijn te hoog en een aantal componenten zijn te laag vastgesteld. De Commissie adviseert om de bedragen bij te stellen, waarbij UHT rekening dient te houden met het beginsel van reformatio in peius: belanghebbende mag door het instellen van bezwaar er niet slechter voor komen te staan dan het geval was in het bestreden besluit.
Immateriele schadevergoeding
Gelet op het voorgaande dient ook de immateriele schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.
Aanvullende vergoeding
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om de compensatieberekening aan te passen conform de schriftelijke reactie.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter