BAC 2022-11887
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 november 2022 (UHT-DC-I A, UHT-DH A, UHT-DH5 A)
Hoorzitting: 4 juni 2025 om 10:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 30 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de
proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 14 november 2022. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 tot en met 2018.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 25 augustus 2020 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2011 tot en met 2018.
- UHT heeft bij beschikking van 30 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij beschikkingen van 14 november 2022 met de kenmerken UHT-DC-I A, UHT-DH A en UHT-DH5 A ("bestreden beschikkingen") aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2011 tot en met 2018.
- Belanghebbende heeft bij brief van 10 december 2022 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- Belanghebbende heeft bij brief van 28 december 2022 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 30 oktober 2024 de gronden van het bezwaarschrift van belanghebbende nader aangevuld.
- UHT heeft op 19 november 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 26 maart 2025 zijn aan gemachtigde het digitale dossier en de beschouwing toegestuurd.
- Op 3 juni 2025 heeft belanghebbende schriftelijk gereageerd op de beschouwing van UHT.
- Op 4 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door gemachtigde verzocht, op 18 juni 2025 het zogeheten klantbeeld (SAS-rapport) aan gemachtigde en de Commissie gezonden. Het betreffende stuk is aan het dossier toegevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2011 tot en met 2018 af te wijzen.
Motivering bestreden beschikkingen I Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur I Ontbrekende stukken I Equality of arms
De Commissie heeft geen aanleiding gezien om de stelling van belanghebbende te volgen dat de motivering van de bestreden besluiten tekortschiet dan wel dat het daaraan ten grondslag liggende onderzoek onvoldoende zorgvuldig is verricht.
De Commissie constateert dat in de bestreden beschikkingen al uitleg per toeslagjaar is gegeven, waarmee UHT haar oordeel per jaar motiveert. Verder heeft UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC), SAS-overzichten en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie zijn de bestreden besluiten hierdoor voldoende onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen.
De Commissie heeft evenmin concrete aanknopingspunten die erop duiden dat sprake is geweest van schending van enig ander algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
Op 26 maart 2025 is de beschouwing en het bezwaardossier aan gemachtigde gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en zij hebben daarop gereageerd. Uit de stellingname van belanghebbende en UHT volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor de door UHT genomen besluiten. Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, lid twee, van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook niet gebleken.
De door belanghebbende aangevoerde bezwaren leiden niet tot een ander oordeel over de bestreden besluiten. De Commissie adviseert daarom tot ongegrondverklaring van deze bezwaren.
Afwijzing compensatie
Belanghebbende maakt aanspraak op compensatie. UHT heeft gemotiveerd uiteen gezet waarom zij meent dat belanghebbende geen recht op compensatie heeft.
De Commissie overweegt als volgt.
In de bestreden besluiten en in het informatie- en beoordelingsformulier (productie 3 bezwaardossier) is voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2018 uitgebreid beschreven en toegelicht welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van alle betrokken jaren is tussen partijen niet in geschil dat de opwaartse en neerwaartse correcties het gevolg zijn van reguliere wijzigingen.
De Commissie heeft op grond van de voorhanden zijnde stukken geen aanknopingspunten gevonden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.
Persoonlijke betalingsregeling
Belanghebbende meent, samengevat, dat B/T heeft verzuimd om aan haar een persoonlijke betalingsregeling aan te bieden. Dit maakt volgens belanghebbende dat sprake is van hardheid en dat zij daarvoor gecompenseerd moet worden.
De Commissie begrijpt uit hetgeen belanghebbende in haar reactie van 3 juni 2025 en tijdens de hoorzitting naar voren heeft gebracht dat zij van mening is dat, toen zij telefonisch contact had met B/T en vroeg om kwijtschelding, is verzuimd om haar te wijzen op andere mogelijkheden, zoals een persoonlijke betalingsregeling.
De Commissie stelt vast dat belanghebbende niet om een persoonlijke betalingsregeling heeft gevraagd. Belanghebbende voert aan dat zij in een telefonisch contact gevraagd heeft om kwijtschelding. Dat er telefonisch contact is geweest staat tussen partijen vast en ook dat er een betalingsregeling van 24 maanden is aangeboden. Een en ander blijkt uit de als productie 83 in het bezwaardossier overgelegde informatie. Maar dat belanghebbende expliciet om kwijtschelding heeft gevraagd is echter, zoals de Commissie moet vaststellen, niet komen vast te staan, ook niet op grond van de hiervoor genoemde productie 83, zodat ook deze stelling moet worden verworpen.
Beslagvrije voet
Belanghebbende stelt dat B/T geen rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet en dat daarom sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie overweegt dat de KOT in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen dan de KOT valt buiten de reikwijdte van deze bezwaarprocedure. Deze bezwaargrond slaagt daarom niet.
Dubbele nationaliteit
Belanghebbende heeft ten slotte aangevoerd dat zij antwoord wenst op de vraag of haar dubbele nationaliteit, zij is afkomstig uit Iran, een rol heeft gespeeld in deze kwestie. De Commissie is met UHT van oordeel dat er geen aanknopingspunten in het dossier zijn gevonden die daarop wijzen. Deze bezwaargrond slaagt daarom niet.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert de bestreden besluiten te herroepen, is er geen aanleiding om een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter