BAC 2022-11286
Publicatiedatum 29-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 8 november 2022 (UHT-DC I A)
Hoorzitting: 13 februari 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 18 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (kenmerk: UHT-DC I A).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) geen compensatie toegekend voor het jaar 2013.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2013.
- UHT heeft bij beschikking van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 27 september 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het betrokken jaar geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden, zodat evenmin reden is voor toepassing van de hardheidscompensatie
- UHT heeft bij bestreden beschikking, met kenmerk UHT-DC I A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 december 2022, ingekomen op 21 december 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend en dit bezwaarschrift op 13 december 2023 nader onderbouwd.
- UHT heeft op 15 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 13 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Onvolledig dossier
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 23 oktober 2024 aan belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2013
Belanghebbende stelt dat zij in aanmerking dient te komen voor een tegemoetkoming en erkend moet worden als gedupeerde ouder. B/T stelt op basis van interne systemen dat belanghebbende per 1 oktober 2013 de KOT zelf heeft stopgezet. Belanghebbende betwist dit met klem en benadrukt dat zij destijds juist afhankelijk was van KOT voor de opvang van haar kinderen. Belanghebbende is van mening dat zij in deze zaak vooringenomen is behandeld en dat zij recht heeft op compensatie.
UHT heeft gemotiveerd toegelicht dat de neerwaartse bijstellingen haar grondslag vonden in de stopzetting van de KOT en een hoger toetsinginkomen. De neerwaartse bijstelling over het toeslagjaar 2013 komt voort uit de stopzetting van de KOT door belanghebbende op 1 oktober 2012 met ingang van 30 september 2012. De Commissie overweegt dat, niet aannemelijk is geworden dat bij de terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over dit toeslagjaar was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie Opzet/ Grove Schuld (hierna :O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende geen proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter