Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-11252

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 december 2022

Hoorzitting: 13 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 25 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

De gemachtigde heeft namens de belanghebbende bezwaar ingediend tegen de onderscheiden besluiten van 21 december 2022 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  1. dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 niet is gebleken van fouten en belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie (UHT-DCHA);
  2. dat belanghebbende recht heeft op een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS-tegemoetkoming) van € 790 over 2012 (dit is aangevuld tot € 30.000 op grond van de Catshuisregeling).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 11 maart 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, (vooralsnog) geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Op 20 oktober 2022 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat er geen aanwijzingen zijn dat de Belastingdienst/Toeslagen institutioneel vooringenomen heeft gehandeld met betrekking tot de toeslagjaren 2008 tot en met 2011. Evenmin zou er sprake zijn van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidscompensatie rechtvaardigen. Voor toeslagjaar 2012 dient wel een O/GS-tegemoetkoming te worden verleend.
  • Bij brieven van 21 december 2022 zijn vorenstaande besluiten meegedeeld aan belanghebbende.
  • Bij brief van 15 december 2022 heeft gemachtigde tegen de besluiten bezwaar gemaakt.
  • Op 6 november 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.Op 13 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.Op 22 mei 2025 heeft UHT aanvullende stukken ingediend.
  • Op 3 juni 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Herbeoordeelde toeslagjaren
De Commissie stelt vast dat met betrekking tot toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2011 geen neerwaartse correcties van de KOT hebben plaatsgevonden. Compensatie is dan (in beginsel) niet aan de orde. Weliswaar is belanghebbende aanvankelijk meegedeeld, door middel van een stopbrief van 24 december 2010, dat zij het voorschot KOT over 2009 moest terugbetalen. Na hiertegen bezwaar te hebben gemaakt is de KOT echter definitief vastgesteld conform het voorschot.
Er heeft geen invordering plaatsgehad.

Gemachtigde heeft ter hoorzitting verwezen naar het handboek van UHT. Daarin is het volgende vermeld:

Het onterecht zenden van een stopbrief is aan te merken als vooringenomen handelen door BD/T. Compensatie wegens dit vooringenomen handelen blijft -ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef, van de Wet hersteloperatie toeslagen — achterwege indien de aanvrager van kinderopvangtoeslag geen (materiële of immateriële) schade heeft geleden.

Ook hierin ziet de Commissie geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de stopbrief zonder acht te slaan op de verdere omstandigheden van het geval moet worden beschouwd als een institutioneel vooringenomen handeling. Nu er geen uitvoering is gegeven aan de voorgenomen invordering en niet is gebleken dat de stopbrief materiële en/of immateriële schade tot gevolg heeft gehad, kan deze handelwijze niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen van de Belastingdienst/Toeslagen.

Met betrekking tot toeslagjaar 2012 is sprake van institutionele vooringenomenheid maar omdat belanghebbende een ziektewetuitkering ontving, en niet een doelgroeper is, had zij evident geen recht op KOT. Gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt is dat belanghebbende een re-integratietraject volgde. Compensatie vanwege institutionele vooringenomenheid is dan niet aan de orde. Verder is van belang dat niet is gebleken dat er in 2012 opvang is afgenomen. De Commissie komt derhalve niet toe aan de bespreking van de subsidiaire en de meer subsidiaire aangevoerde bezwaargrond.

Gelet op de omstandigheid dat met betrekking tot toeslagjaar 2012 geen betalingsregeling kon worden getroffen, vanwege een onterechte O/GS-kwalificatie, is belanghebbende wel een O/GS-tegemoetkoming verleend. Ingevolge artikel 2.6, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, bedraagt de O/GS-tegemoetkoming 30% van het bedrag van de terugvordering. Blijkens de terugvorderingsbeschikking was dit bedrag € 2.631. De O/GS-tegemoetkoming van € 790 is derhalve juist vastgesteld.

Opzet/grove schuld
Belanghebbende heeft tot slot gesteld dat niet alle relevante stukken van haar dossier in haar bezit zijn. Belanghebbende verzoekt in dit kader om alle stukken die ten grondslag aan de opzet/grove schuld (hierna: O/GS) toets liggen over te leggen. Na de hoorzitting zijn enkele nadere stukken terzake gedeeld met belanghebbende. Niet is gebleken dat essentiële stukken die ten grondslag hebben gelegen aan het besluit ontbreken. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn en niet leiden tot herroeping van de bestreden beschikkingen, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb niet aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • de bezwaren ongegrond te verklaren;
  • de bestreden besluiten in stand te laten;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter