Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-11034

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 16 augustus 2022 (UHT-DC-I A en UHT-DH5 A) en 2 maart 2023 (UHT-O OGS B)

Ontvangst bezwaarschrift: [dd-mm-jj]

Hoorzitting: 12 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 26 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de hoogte van de tegemoetkoming aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De door belanghebbende en de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een tegemoetkoming O/GS toegekend voor een bedrag van € 1.995 voor het jaar 2015. Dit bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot
€ 30.000. Het verzoek van belanghebbende haar compensatie toe te kennen over 2015, is afgewezen.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen van 16 augustus 2022, met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A, geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 13 oktober 2020 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het toeslagjaar 2015.
  • UHT heeft bij beschikking van 26 februari 2021, met kenmerk UHT-B DMB2, aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor betaling van
    € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 juni 2022 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie met betrekking tot de maanden mei tot en met december 2015 niet van toepassing zijn (belanghebbende had eerst met ingang van 1 mei 2015 KOT aangevraagd).
  • UHT heeft bij de bestreden beschikkingen van 16 augustus 2022, met kenmerk UHT-DC-I A en UHT DH5 A, aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor toeslagjaar 2015.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 27 augustus 2022, ingekomen op 5 oktober 2022, tegen deze beschikkingen bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 2 maart 2023, met kenmerk
  • UHT O OGS B, aan belanghebbende tegemoetkoming O/GS toegekend voor een bedrag van € 1.995. Dit bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 26 april 2023, ingekomen op 28 april 2023, tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 23 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 12 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bezwaren ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende tegemoetkoming O/GS voor toeslagjaar 2015 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over 2015 af te wijzen.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van de bestreden besluiten, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Persoonlijk dossier
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over de volledige informatie, omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier. De Commissie overweegt hierover het volgende. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgen op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift van UHT met de bijbehorende producties is op 12 februari 2025 aan gemachtigde toegestuurd. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende genoegzaam kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten. Bovendien heeft belanghebbende in het kader van de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade een ouderdossier, met daarin nog aanvullende informatie, ontvangen.

Dat belanghebbende de noodzaak voelt om haar persoonlijk dossier in handen te krijgen, begrijpt de Commissie en zij adviseert UHT daarom zich zoveel mogelijk in te spannen om het persoonlijk dossier aan belanghebbende te verstrekken. Tegelijkertijd is de Commissie van oordeel dat het niet hebben van het gehele persoonlijk dossier belanghebbende niet in de weg staat om op basis van het onderhavige bezwaardossier inzicht te krijgen in hoe de tegemoetkoming O/GS en de weigering een compensatie toe te kennen tot stand zijn gekomen. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. De Commissie adviseert dan ook om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Afwijzing compensatie
UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing toegelicht dat belanghebbende per
1 mei 2015 KOT heeft aangevraagd en de KOT eveneens per 1 mei 2015 weer heeft stopgezet. De betaalde KOT is vervolgens teruggevorderd. Volgens UHT bestaat daarom geen recht op compensatie. Belanghebbende betoogt dat over 2015 wel recht op compensatie bestaat, omdat zij de KOT niet zelf heeft stopgezet met ingang van 1 mei 2015. Zij heeft juist wel gebruik gemaakt van kinderopvang.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2015 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel van hardheid van het stelsel. Voorafgaand aan de stopzetting van de KOT is op 19 oktober 2015 een brief door B/T aan belanghebbende verstuurd met het verzoek om vóór 4 november 2015 nadere informatie over de kinderopvang in 2015 te verstrekken. De KOT is vervolgens op 30 oktober 2015 met ingang van 1 mei 2015 stopgezet, gebruikmakend van het daarvoor bestemde formulier op de site van B/T. Om een stopzetting KOT te kunnen doen, moet de aanvrager inloggen met zijn of haar persoonlijke DigiD-inloggegevens.
Daarmee heeft B/T willen bewerkstelligen dat alleen een rechthebbende op de KOT een dergelijk verzoek tot stopzetting kan indienen. Een DigiD biedt een persoonsgebonden ingang tot een digitaal portaal. Belanghebbende heeft verklaard dat zij haar DigiD-inloggegevens in die tijd aan de kinderopvanginstelling heeft verstrekt en dat de stopzetting mogelijk door de kinderopvanginstelling is gedaan met gebruik van bedoelde gegevens. Hoewel de Commissie niet uitsluit dat belanghebbende die gegevens te goeder trouw heeft verstrekt, is zij van oordeel dat het onjuist gebruiken van die DigiD-inloggegevens voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. Er moet dus van worden uitgegaan dat belanghebbende de KOT met ingang van 1 mei 2015 heeft stopgezet.

Nu belanghebbende reeds vóór het verstrijken van de deadline van 4 november 2015, ten aanzien van het aanleveren van nadere informatie over de kinderopvang in 2015, de KOT per 1 mei 2015 heeft beëindigd, bestond voor B/T geen aanleiding om nadere uitvraag bij belanghebbende te doen naar de kinderopvanggegevens over 2015. UHT mocht op de juistheid van de melding afgaan. Dit leidt ertoe dat het feit dat slechts één uitvraagbrief verstuurd is - alvorens is overgegaan tot stopzetting van de KOT - niet als institutioneel vooringenomen handelen door B/T kan worden beschouwd. Deze feiten geven evenmin aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Nu de KOT per 1 mei 2015 is aangevraagd en eveneens per 1 mei 2015 is stopgezet, bestond er evident geen recht op KOT. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Berekening tegemoetkoming O/GS
Bij beschikking van 2 maart 2023 met kenmerk UHT-O OGS B is aan belang-hebbende een tegemoetkoming O/GS van € 1.995 toegekend. Belanghebbende betwist de juistheid van dit bedrag. UHT bevestigt in haar schriftelijke beschouwing van 23 oktober 2024 dat de hoogte van de tegemoetkoming O/GS niet juist is. Het bedrag zou € 2.992 moeten zijn, in plaats van € 1.995.
De Commissie neemt met instemming kennis van de toezegging van UHT het bedrag in de beslissing op bezwaar aan te passen naar € 2.992. De Commissie acht het bezwaar op dit punt gegrond.

Werkelijke schade
Belanghebbende stelt dat zij meer schade heeft geleden dan € 30.000, mede door het feit dat zij na 2015 geen KOT meer durfde aan te vragen. Dit bezwaar kan in deze procedure niet worden behandeld. Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen in het kader van de integrale beoordeling en niet op de vergoeding van de werkelijke schade voor zover deze meer is dan € 30.000. Hiervoor is de procedure waarbij CWS adviseert bestemd.

Proceskostenkosten
Nu het primaire besluit van 2 maart 2023 naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen de beschikkingen van 16 augustus 2022, met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A, ongegrond te verklaren en het bezwaar gericht tegen de beschikking van 2 maart 2023, met kenmerk UHT-O OGS B, gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • De hoogte van het bedrag van de tegemoetkoming O/GS aan te passen naar
    € 2.992:
  • De overige bezwaren tegen de beschikking, met kenmerk UHT-O-OGS B, ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen voor de bewaarprocedure tegen de beschikking van 2 maart 2023 met kenmerk
    UHT-O-OGS B.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter