Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10953

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 oktober 2022 met kenmerken UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A

Hoorzitting: 10 maart 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 23 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Aan belanghebbende is compensatie toegekend voor in totaal een bedrag van
€ 84.771,-over de jaren 2008, 2009 en 2010. Over het toeslagjaar 2011 is geen compensatie toegekend.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft UHT op 17 december 2020 verzocht om een herbeoor-deling van zijn KOT. UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2008 tot en met 2011 en haar voorgenomen beschikkingen voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
  • De CvW heeft de voorgenomen beschikkingen op 27 juni 2022 beoordeeld en geconcludeerd dat belanghebbende over het toeslagjaar 2011 niet in aan-merking komt voor compensatie wegens vooringenomenheid of hardheid bij de uitvoering.
  • UHT heeft aan belanghebbende bij beschikking van 22 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC I voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010 een definitief compensatiebedrag toegekend van in totaal € 84.771,- wegens vooringenomen handelen.
  • UHT heeft aan belanghebbende bij beschikking 22 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 november 2022 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 4 september 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 10 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 30 april 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar niet op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening

Tussen partijen is niet in geschil dat de B/T tegenover belanghebbende over de toeslagjaren 2008 tot en met 2010 individueel vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft bij beschikking met kenmerk UHT-DC I een forfaitair compensatiebedrag van € 84.771,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening. Belanghebbende heeft deze op verschillende punten bestreden. De Commissie beoordeelt de compensatieberekening als volgt.

UHT heeft gedurende deze bezwaarprocedure geconstateerd dat meerdere onderdelen van de compensatieberekening onjuist zijn berekend. Het gaat om:

  • onderdeel f), het verschil met de laatst vastgestelde beschikking KOT voor de toeslagjaren 2009 en 2010;
  • onderdeel m), de vergoeding voor juridische kosten;
  • onderdeel o), de rente gemiste KOT in de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2008, 2009, en 2010.

UHT geeft aan deze bedragen conform haar schriftelijke reacties van 4 september 2024 en 30 april 2025 te zullen aanpassen bij de beslissing op bezwaar voor zover dit niet in het nadeel van belanghebbende is. De Commissie komt niet tot een ander oordeel, acht de berekening van UHT juist en zal in lijn hiermee adviseren. De Commissie acht het bezwaar gegrond.

Vergoeding immateriële schade tot het moment van de beslissing op bezwaar

De Commissie overweegt dat de vaste (“forfaitaire”) vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n) een vergoeding is voor veronderstelde stress, ongemak en onzekerheid die belanghebbende ervaart omdat het lang duurt voordat de compensatie definitief is berekend. Belanghebbende heeft door de bezwaarprocedure langer moeten wachten op de definitieve berekening van haar compensatie en hiervan stress ervaren die nog steeds voortduurt. Het bezwaar is deels gegrond. In een dergelijke situatie hanteert UHT als einddatum van de forfaitaire vergoeding voor de immateriële schade het moment van de beslissing op bezwaar. De Commissie ziet, in deze zelfde lijn, aanleiding UHT te adviseren de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade van belanghebbende te berekenen tot het moment van de beslissing op bezwaar. Bovenstaande brengt met zich mee dat ook de aanvullende vergoeding (onderdeel p) van de compensatieberekening opnieuw berekend en vastgesteld moet worden.

Beoordeling afwijzing compensatie 2011

De KOT over het toeslagjaar 2011 bestond uit een voorschot van € 13.345,-.
De KOT is op 24 december 2011 op nihil gesteld door de Belastingdienst/ Toeslagen (hierna: B/T) op basis van een door belanghebbende doorgegeven wijziging die ziet op het stopzetten van de KOT per 1 januari 2011. Verder komt uit het systeem KOI-viewer naar voren dat er in 2011 geen kinderopvang is afgenomen.

Op de hoorzitting bevestigt belanghebbende dat hij de KOT per 1 januari 2011 heeft stopgezet. De Commissie overweegt dat de bijstelling is in overeenstemming met de wet is uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie wegens vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
De Commissie vindt het aannemelijk dat voor het jaar 2011 geen recht bestaat op compensatie en acht het bezwaar ongegrond.

Schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Nu de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I volgens de Commissie op verschillende punten niet in stand kan blijven, zoals hierboven benoemd, staat daarmee vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest.
Daarom zal de motivering bij de beslissing op bezwaar dienen te worden verbeterd.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar deels gegrond is en de primaire beschikking met kenmerk UHT-
DC I moet worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belang-hebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van een procespunt voor het bezwaarschrift met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I gedeeltelijk gegrond te verklaren; en daarbij
  • de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de datum van de beslissing op bezwaar;
  • de rentevergoeding voor gemiste KOT vast te stellen zoals omschreven in de schriftelijke reactie van UHT;
  • de vergoeding juridische kosten vast te stellen zoals omschreven in de schriftelijke reactie van UHT;
  • de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal van het compensatiebedrag aan te passen;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter