Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10950

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 oktober 2022 (UHT-DC-I A, UHT-DHA en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 14 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 27 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en alsnog compensatie toe te kennen over toeslagjaar 2019 en toeslagjaar 2016 nogmaals te bezien.

Onderwerp van advies

UHT heeft ervoor gekozen om volgend op het verzoek van belanghebbende om herbeoordeling van de KOT ten aanzien van verschillende jaren afzonderlijke beschikkingen te nemen, allen van 6 oktober 2022. UHT is er vanuit gegaan dat het bezwaar alleen gericht is tegen de beschikking met kenmerk UHT-DH5 A, die ziet op de jaren 2015 en 2016. In de beschouwing zijn alle herbeoordeelde toeslagjaren (2015 tot en met 2019) opnieuw bezien. De Commissie adviseert UHT om in haar beslissing op bezwaar alle drie de besluiten van 6 oktober 2022 te betrekken. Het bezwaar van belanghebbende moet ook geacht worden hiertegen te zijn gericht. De Commissie zal om deze reden ook adviseren ten aanzien van de besluiten met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DHA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2019.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de beschikkingen van 6 oktober 2022 (de bestreden beschikkingen) geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 en 2016. In overleg met belanghebbende is het herbeoordelingsverzoek uitgebreid tot de jaren 2015 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 6 mei 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 15 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2015 tot en met 2019 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikkingen aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 1 november 2022, hiertegen een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 27 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • UHT heeft op verzoek van de Commissie op 28 april 2025 de ontbrekende LIC- en SAS-overzichten over de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 overgelegd.
  • Op 14 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

De toeslagjaren 2015 en 2017 tot en met 2019

Het niet toekennen van compensatie voor alle toeslagjaren is in het kader van de bezwaarprocedure ambtshalve door UHT getoetst op juistheid. UHT erkent in de beschouwing dat belanghebbende wel in aanmerking komt voor compensatie op grond van individuele vooringenomenheid voor het toeslagjaar 2019.
De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en zal UHT adviseren om alsnog compensatie over 2019 toe te kennen. De compensatieberekening over 2019 zal worden gevoegd bij de beslissing op bezwaar. Het compensatiebedrag is op grond van de Catshuisregeling in ieder geval € 30.000,-.

De Commissie stelt vast dat het niet toekennen van compensatie of een tegemoetkoming over 2015, 2017 en 2018 niet (meer) wordt betwist. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om te adviseren dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor deze jaren sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) dan wel hardheid van het stelsel, dan wel een onterechte kwalificatie O/GS.

Toeslagjaar 2016
Belanghebbende voert aan dat ten onrechte geen compensatie is toegekend voor toeslagjaar 2016.

De Commissie geeft UHT in overweging om toeslagjaar 2016 nogmaals te bezien op vooringenomenheid. Immers, over toeslagjaar 2016 is uitsluitend op basis van gegevens uit de KOI-viewer een forse vermindering van het aantal opvanguren per maand doorgevoerd (van 88 naar 63 uren) en dit heeft geresulteerd in een lagere definitieve KOT-beschikking. Van enige voorafgaande uitvraag bij belanghebbende is geen sprake geweest. De Commissie wijst hierbij op het beleid van UHT zoals neergelegd in het Handboek Integrale Beoordeling–Vaktechniek van UHT, paragraaf 3.1.1 (Verlaging KOT naar aanleiding van gegevens in de KOI-viewer).
Als de KOT zonder voorafgaande uitvraag is verlaagd naar aanleiding van de uren zoals opgenomen in de KOI-viewer, is dat volgens dit beleid in beginsel niet vooringenomen. Dat kan anders zijn als B/T in redelijkheid had moeten twijfelen aan de gegevens in de KOI-viewer. Een van de elementen die meewegen bij de vraag of in redelijkheid getwijfeld had moeten worden aan de gegevens in de
KOI-viewer is als de uren uit de KOI-viewer sterk afwijken van de door de ouder opgegeven opvanguren.

Volgens dit beleid leidt de verlaging niet tot compensatie vanwege vooringenomen handelen als de verlaging op basis van de KOI-viewer achteraf terecht was. Dat kan in dit geval niet worden geconcludeerd, juist omdat geen uitvraag is gedaan naar bijvoorbeeld een jaaropgave.

De Commissie acht tot slot ook van belang dat het een definitieve beschikking betreft; het doen van voorafgaande uitvraag ligt naar de Commissie meent dan eerder in de rede.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:

  • de beschikkingen met kenmerk UHT-DH A en UHT-DC-I A te herroepen en alsnog compensatie voor toeslagjaar 2019 toe te kennen;
  • het toeslagjaar 2016 nogmaals te bezien.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter