Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10905

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 september 2022 (UHT-DH A)

Overdracht advies aan UHT: 25 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 22 september 2022. Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2017 en 2018.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 november 2020 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2017 en 2018.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij besluit van 22 september 2022 (hierna: het bestreden besluit) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2017 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 31 oktober 2022, ingekomen op 8 november 2022, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 juni 2024 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 7 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft in een e-mailbericht van 7 november 2025 aan de Commissie bericht dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2017 en 2018 af te wijzen.

De Commissie overweegt als volgt.

Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.

De Commissie stelt voorop dat zij op grond van het voorhanden zijnde dossier geen aanknopingspunten heeft gevonden dat sprake is van vooringenomen handelen.

Vervolgens rijst de vraag of belanghebbende met haar bezwaar een geslaagd beroep op hardheid kan doen en langs die weg aanspraak kan maken op compensatie.

Belanghebbende stelt dat zij na het afstuderen van haar toeslagpartner telefonisch contact heeft gehad met een medewerker van Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) met de vraag of zij de KOT moest stopzetten. Volgens belanghebbende is haar telefonisch gezegd door B/T dat een stopzetting niet nodig was zolang de toeslagpartner werkzoekende was. Dat bleek achteraf verkeerde informatie te zijn. Belanghebbende is afgegaan op die verkeerde informatie en meent dat zij hier ook van mocht uitgaan.

De Commissie stelt vast dat er geen telefoonnotitie is waaruit blijkt dat er telefonisch contact is geweest tussen belanghebbende en B/T. Dat betekent dat ook niet kan worden uitgegaan van enige mededelingen die zouden zijn gedaan en waar belanghebbende op heeft vertrouwd, zoals zij stelt. De Commissie overweegt voorts dat, nu onvoldoende aannemelijk is dat er telefonisch contact is geweest, op belanghebbende als aanvrager van KOT een eigen verantwoordelijkheid rust. Dat behelst ook een plicht om na te gaan of zij en haar toeslagpartner vanaf het moment dat haar toeslagpartner was afgestudeerd nog voldeden aan de voorwaarden voor toekenning van KOT. Dat was niet het geval. Die voorwaarden zijn terug te vinden in de Wet Kinderopvang (Wko) en die voorwaarden had belanghebbende kunnen nazoeken op internet. Nu vaststaat dat belanghebbende en haar toeslagpartner niet aan de voorwaarden voldeden vanaf het moment dat de toeslagpartner was afgestudeerd en werkzoekende was, terwijl zij nog wel KOT ontvingen, kan geen sprake zijn van compensatie wegens hardheid op grond van de Wht. Dit bezwaar kan daarom niet slagen.

Uitbetaling KOT

Belanghebbende voert verder aan dat de KOT is uitbetaald aan de kinderopvangstelling maar van belanghebbende is teruggevorderd. Zij vind dat te streng.

De Commissie begrijpt dat belanghebbende hiermee een beroep doet op hardheid van het stelsel. Evenwel, uit de voorhanden zijnde stukken, in het bijzonder de betaal- en verrekenoverzichten van het Landelijk Incasso Centrum (“LIC”) blijkt dat de KOT over de jaren 2017 en 2018 is uitbetaald op een rekeningnummer dat op naam staat van belanghebbende. Dat betekent dat belanghebbende niet kan worden gevolgd in haar standpunt dat de KOT aan de kinderopvanginstelling is betaald. Dit bezwaar kan daarom niet slagen.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter