Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10800

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 5 oktober 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 17 februari 2025 om 10:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 10 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

De door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.915,- voor de jaren 2009, 2018 en 2019.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009, 2012, 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 5 oktober 2022 met kenmerk
    UHT-DC I aan belanghebbende voor de jaren 2009, 2018 en 2019 een compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.915,-. Bij beschikkingen van
    5 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A heeft UHT geen compensatie toegekend voor het jaar 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 november 2022 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 17 juni 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 17 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaar 2012
De Commissie stelt vast dat belanghebbende het bezwaar tegen de beschikkingen van 5 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A en kenmerk UHT-DH5 A heeft ingetrokken. Het advies zal dus geen betrekking hebben op dit jaar.

Toeslagjaar 2009
Belanghebbende heeft gesteld dat er bij de compensatieberekening van het toeslagjaar 2009 onterecht is uitgegaan van 101 uur aan kinderopvang. Belanghebbende heeft in 2009 maandelijks 134 uur aan kinderopvang afgenomen. Belanghebbende verzoekt om een herberekening van de compensatie.

UHT stelt dat er is uitgegaan van 135 uur aan kinderopvang. UHT verwijst hiervoor naar de compensatieberekening waar onder component A een bedrag is opgenomen van € 8.538,-. Dit betreft de beschikking van 23 januari 2010, die is gebaseerd op 135 uur. UHT licht nog toe dat de beschikking waar belanghebbende naar verwijst (beschikking van 5 november 2013) is verwerkt onder component F. Onder deze component wordt het verschil in mindering gebracht dat belanghebbende reeds heeft ontvangen.

De Commissie ziet geen aanknopingspunten om te adviseren dat de compensatieberekening op dit punt dient te worden aangepast.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening ambtshalve nader bekeken en geconstateerd dat er meerdere fouten zijn gemaakt, zowel in het nadeel als in het voordeel van belanghebbende. UHT heeft bij haar schriftelijke reactie een bijlage compensatieberekening gevoegd, waarin alle aanpassingen die zij bij beslissing op bezwaar wil doorvoeren zijn opgesomd.
De compensatie komt, na aanpassing, niet hoger uit dan het al toegekende bedrag van € 30.915,-. Er zal daarom geen nabetaling plaatsvinden.

De Commissie heeft naar de voorgenomen aanpassingen gekeken en deze komen haar juist voor.

Toeslagjaren 2018 en 2019
Voor de toeslagjaren 2018 en 2019 stelt UHT zich op het standpunt dat zij geen herberekening heeft uitgevoerd omdat er in de bezwaarprocedure gebleken is dat belanghebbende onterecht is gecompenseerd. Bij nader onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van individuele vooringenomenheid, hardheid of opzet/grove schuld.

De Commissie merkt op dat UHT terugkomt op het eerder ingenomen standpunt dat belanghebbende in de jaren 2018 en 2019 door B/T vooringenomen werd behandeld. In deze hersteloperatie moet worden vermeden dat de ouder wordt geconfronteerd met een situatie waarin UHT in enig jaar vooringenomen handelen jegens haar/hem aanneemt om vervolgens in de bezwaarfase, als uitvloeisel van de heroverweging, het standpunt in te nemen dat van vooringenomen handelen geen sprake is. De Commissie zal dan ook ambtshalve toetsen of UHT dit standpunt alsnog mocht innemen. Uit de tijdlijn voor het jaar 2018 volgt dat belanghebbende op 23 januari 2018 heeft doorgegeven dat voor het oudste van haar twee kinderen vanaf 1 januari 2018 buitenschoolse opvang werd afgenomen voor 68 uur per maand. Op 24 januari 2018 heeft belanghebbende voor haar jongste kind doorgegeven dat vanaf 8 januari 2018 buitenschoolse opvang werd afgenomen voor 68 uur per maand. Deze meldingen hielden in dat het op 28 december 2017 toegekende voorschot van € 15.506 aanzienlijk te hoog was vastgesteld.
Op 21 februari 2018 werd immers, overeenkomstig de door belanghebbende verschafte gegevens, een voorschot van € 8.900 toegekend. In het Informatie- en beoordelingsformulier wordt het standpunt ingenomen dat het handelen van B/T, zoals hiervoor weergegeven, duidt op vooringenomen handelen. Voorafgaand aan de “forse neerwaartse correctie” van 21 februari 2018 zijn geen uitvraagbrieven of rappelbrieven naar belanghebbende verstuurd. “Ouder is niet in de gelegenheid gesteld om het recht op KOT aannemelijk te maken.”

In het licht van de feiten, zoals hiervoor weergegeven, is deze motivering van de aangenomen vooringenomenheid van B/T onjuist, althans onbegrijpelijk. Volgens de hiervoor weergegeven feiten, die door belanghebbende niet zijn weersproken, is een nieuw voorschot vastgesteld op grond van door haar verstrekte informatie. In zo’n geval zijn nadere uitvraag en rappel niet nodig. Belanghebbende heeft in haar bezwaar hierover ook geen punt gemaakt. De Commissie concludeert dat UHT als uitvloeisel van haar heroverweging alsnog het standpunt mag innemen dat van vooringenomen handelen van B/T in 2018 geen sprake is.

Voor het jaar 2019 heeft belanghebbende, blijkens de tijdlijn, op 11 december 2018 voor haar jongste kind doorgegeven dat het buitenschoolse opvang genoot gedurende 102 uur per maand vanaf 1 januari 2019. Het op 27 december 2018 toegekende voorschot voor 2019 ter hoogte van € 9.558 gold buitenschoolse opvang voor beide kinderen gedurende 68 uur per maand. De melding van belanghebbende betekende een verlaging van het toegekende voorschot tot
€ 6.477 bij beschikking van 21 januari 2019. Ook ten aanzien van deze verlaging wordt in het Informatie- en beoordelingsformulier het standpunt ingenomen dat deze forse verlaging zonder voorafgaande nadere uitvraag en rappel, duidt op vooringenomen handelen van B/T. De Commissie is van opvatting dat, op vergelijkbare gronden als hiervoor gehanteerd bij de beoordeling van de uitkomst van de heroverweging van het voor 2018 door UHT ingenomen standpunt, UHT alsnog het standpunt mag innemen dat van vooringenomen handelen van B/T in 2019 geen sprake is.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar deels gegrond acht, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I deels gegrond te verklaren;
  • de compensatie vast te stellen zoals in de compensatiebijlage bij de beschouwing van UHT;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter