Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10746

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 29 september 2022 UHT-DC-I A

Hoorzitting: 26 november 2024

Overdracht advies aan UHT: [2 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Op 29 september 2022 heeft UHT ten aanzien van belanghebbende twee beschikkingen genomen:

  • De beschikking met kenmerk UHT-DC-I A, waarin compensatie voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 wordt afgewezen. De reden is dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor deze jaren geen fouten heeft gemaakt.
  • De beschikking met kenmerk UHT-DH5 A, waarin compensatie voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 wordt afgewezen. De reden is dat B/T destijds niet te streng is geweest met het toepassen van de regels.

Het door de gemachtigde ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking met kenmerk UHT-DC-I A.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 23 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
  • Op 4 augustus 2022 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geadviseerd dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
  • Op 29 september 2022 heeft UHT bovengenoemde beschikkingen genomen en compensatie voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 afgewezen.
  • Op 4 november 2022 heeft gemachtigde een pro forma bezwaarschrift ingediend.
  • Op 10 november 2023 heeft gemachtigde de gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 27 juni 2024 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 26 november 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 19 februari en 10 maart 2025 heeft UHT aanvullende beschouwingen ingediend.
  • Op 20 maart 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van het bezwaarschrift is niet in geschil.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Compensatie toeslagjaren 2008 en 2009
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing en tijdens de hoorzitting aangegeven dat belanghebbende bij nader inzien wel als gedupeerde van het toeslagenschandaal moet worden aangemerkt. Bij de behandeling van de toeslagjaren 2008 en 2009 is door B/T sprake geweest van een institutioneel vooringenomen handelswijze. UHT acht het bezwaar daarom gegrond zal compensatie aan belanghebbende toekennen in de beslissing op bezwaar.

De Commissie neemt hier met instemming kennis van en adviseert UHT om aan deze toezegging gevolg te geven.

Afgewezen toeslagjaren 2007, 2010 en 2011
De Commissie ziet zich nog gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek van belanghebbende voor compensatie van de toeslagjaren 2007, 2010 en 2011 af te wijzen.

Belanghebbende heeft in de betreffende toeslagjaren dubbel betaald voor kinderopvang. Vaak werd de opvang door de gastouder op het laatste moment afgezegd en moest belanghebbende alsnog zelf opvang regelen en betalen.
Ze betaalde dus zowel de gastouder die geen opvang verleende als een zelf ingeschakelde derde. Belanghebbende heeft dit meerdere malen aangekaart bij B/T maar kreeg nooit een reactie. Ook de wijzigingen die belanghebbende doorgaf aan B/T werden niet (tijdig) verwerkt.

Belanghebbende meent dat, gezien de wijze waarop met haar is omgegaan, ook sprake is van hardheid. Voorts geeft belanghebbende aan dat het gastouderbureau mogelijk misbruik heeft gemaakt van haar DigiD gegevens.

UHT stelt dat in toeslagjaren 2007, 2010 en 2011 sprake is geweest van reguliere correcties op basis van informatie die onder andere door belanghebbende zelf is doorgegeven.

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wet hersteloperatie toeslagen, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T.

Uit het bezwaardossier blijkt dat voor toeslagjaar 2007 zowel op- als neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden naar aanleiding van wijzigingen in het aantal opvanguren en het toetsingsinkomen. Het aantal opvanguren is bepaald aan de hand van het door belanghebbende ingestuurde antwoordformulier op 5 februari 2009 (productie 10). Op 21 januari 2012 heeft B/T de KOT voor toeslagjaar 2010 op nihil gesteld naar aanleiding van een door belanghebbende op 5 september 2011 ingestuurd antwoordformulier waarin zij aangeeft in 2010 geen gebruik te hebben gemaakt van kinderopvang (productie 28). Voor toeslagjaar 2011 heeft B/T de KOT op 21 januari 2011 op nihil gesteld. De aanleiding hiervoor is dat belanghebbende op 6 januari 2011 telefonisch heeft doorgegeven dat de kinderopvang per 1 januari 2011 kon worden stopgezet (productie 51). Geen van deze wijzigingen is via DigiD doorgegeven.

Met betrekking tot het niet reageren van B/T op de meldingen van belang-hebbende over de problemen die zij heeft ervaren met het gastouderbureau, kan de Commissie zich voorstellen dat belanghebbende zich daardoor niet met respect behandeld heeft gevoeld. Dit kan echter niet leiden tot compensatie wegens vooringenomenheid dan wel hardheid. Dat geldt ook voor de door belanghebbende gedane dubbele betalingen.

Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT met betrekking tot de toeslagjaren 2007, 2010 en 2011 onjuist te achten. De Commissie is verder van oordeel dat met het indienen van het (aanvullende) schriftelijke verweer, de LIC-overzichten en de overige producties, het bestreden besluit ten aanzien van de afgewezen toeslagjaren 2007, 2010 en 2011 voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen. De bezwaren zijn op dit punt ongegrond.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT-DC-I A te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedures te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (één bezwaarschrift en één hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie:

  • om het bezwaarschrift deels gegrond te verklaren en de beschikking met de kenmerk UHT-DC-I A te herzien conform bovenstaande overwegingen; en
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter