BAC 2022-10714
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 5 oktober 2022 (UHT-DC-I A en UHT-DH A)
Hoorzitting: 6 augustus 2025
Overdracht advies aan UHT: 12 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2010.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 14 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 en 2010.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 september 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren sprake is geweest van
- institutionele vooringenomenheid, maar dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie omdat sprake was van evident geen recht op KOT.
- UHT heeft bij de bestreden beschikkingen aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 en 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 31 oktober 2022, ingekomen op dezelfde datum, tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft zich op 2 juli 2024 gesteld als gemachtigde.
- UHT heeft op 17 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 6 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. Op dezelfde dag heeft de Commissie partijen bericht dat zij een nadere schriftelijke ronde niet nodig acht.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Vooringenomen handelen en evident geen recht
In de bestreden besluiten is door UHT aangenomen dat de Belastingdienst/ Toeslagen (hierna: B/T) vooringenomen heeft gehandeld bij het op nihil stellen van de KOT voor 2009 en 2010. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, echter achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed deze situatie zich voor in de betrokken jaren, nu belanghebbende in die jaren geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang. De Commissie leidt uit het dossier af dat dit meermaals door belanghebbende is verklaard. Ook in het onderhavige bezwaar heeft belanghebbende de juistheid van dit standpunt niet bestreden.
De Commissie volgt UHT daarom in het standpunt dat sprake was van evident geen recht op KOT gedurende de jaren 2009 en 2010.
Hardheid bij fraude door een derde
In gevallen waarin sprake is geweest van fraude door een derde bij de aanvraag of uitbetalingen van de KOT, bestaat mogelijk een aanspraak op een compensatie op grond van hardheid van het stelsel. De Commissie begrijpt uit het verhaal van belanghebbende dat zij zich de dupe voelt van het advies van een derde om KOT aan te vragen, zonder dat belanghebbende gebruik maakte van kinderopvang.
De Commissie benadrukt dat dit niet onder ‘fraude door een derde’ als grond voor hardheid valt, alleen al omdat belanghebbende, en dus niet de derde in kwestie,
de uitbetaalde KOT op haar eigen rekening heeft ontvangen. Een gedeelte van dat geld heeft zij vervolgens uit eigen beweging in contanten aan de derde gegeven. Het stelsel heeft te hard uitgewerkt als iemand bij fraude door een derde KOT moet terugbetalen die hij zelf nooit heeft ontvangen, maar daarvan is hier geen sprake geweest.
De Commissie is aldus van opvatting dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wht. Zij adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert de primaire besluiten te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter