BAC 2022-10643
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 juli 2022 met kenmerk UHT-DC-I-A
Hoorzitting: 1 april 2025 om 10:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 16 april 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Tevens adviseert de Commissie geen
proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens de belanghebbende ingediende bezwaarschrift wordt geacht te zijn gericht tegen het volgende door UHT genomen besluit:
De beschikking van 14 juli 2022 met kenmerk UHT-DC-I-A waarin UHT heeft beslist dat belanghebbende voor de jaren 2016 en 2017 niet in aanmerking komt voor compensatie.
Procesverloop
- Op 7 december 2020 heeft belanghebbende om een herbeoordeling van de KOT verzocht voor de toeslagjaren 2016 en 2017.
- Bij de beschikking van 30 april 2021 heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat hij op basis van de eerste toets niet in aanmerking komt voor het compensatiebedrag van € 30.000.
- Op 17 juni 2022 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen dat niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen voor de jaren 2016 en 2017 of dat er reden is voor toepassing van de hardheidscompensatie.
- Bij de beschikking van 14 juli 2022 met het kenmerk UHT-DC-I-A heeft UHT medegedeeld dat belanghebbende voor de jaren 2016 en 2017 niet in aanmerking komt voor compensatie voor de jaren 2016 en 2017.
- Op 22 augustus 2022 heeft belanghebbende een bezwaarschrift tegen de beslissing van 14 juli 2022 ingediend.
- Op 15 mei 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 1 april 2025 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden. Het verslag van deze hoorzitting wordt als bijlage bij het advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitteren 2 commissieleden heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. Tevens zal de Commissie ingaan op de overige gronden van bezwaar.
De onderliggende stukken
Gemachtigde verzoekt om de onderliggende stukken. De Commissie stelt vast dat aan gemachtigde de schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken (ofwel: het bezwaardossier) op 26 februari 2025 zijn toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet voldaan is aan de in artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie is van oordeel dat deze bezwaargrond geen doel treft.
Vooringenomenheid dan wel hardheid over toeslagjaar 2016 en 2017
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor deze toeslagjaren sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel.
De terugvordering KOT over het toeslagenjaren 2016 en 2017 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Over deze jaren werd de KOT aangepast naar aanleiding van de volgende omstandigheid: een verhoging van het gezamenlijk toetsingsinkomen. Voor het toeslagjaar 2016 was er ook nog sprake van een wijziging van het aantal opvanguren. Daarbij zijn in aanmerking genomen de gegevens van de KOI-viewer en van de jaaropgave 2016 van de KOI, waarin sprake is van een totaal aantal van 300 opvanguren over de periode van 10 oktober tot en met 15 december 2016. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.
De terugvordering over het jaar 2016 bedroeg € 671 en over het jaar 2017 was dit € 1.655. De hardheidsregeling is van toepassing indien de grens van € 1.500 wordt overschreden. UHT heeft erkend dat deze grens van € 1.500 in het toeslagjaar 2017 weliswaar is overschreden, maar dat geen van de andere gronden voor toepassing van de hardheidsregeling zich hier voordoet. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.
Het herzieningsverzoek voor het toeslagjaar 2016
Op 8 december 2020 heeft belanghebbende een herzieningsverzoek voor het toeslagjaar 2016 met betrekking tot de KOT ingediend. Er is nog geen beslissing genomen door B/T op dit verzoek. De Commissie is van oordeel dat dit bezwaar – wat daar verder ook van zij – buiten het bereik van deze bezwaarprocedure valt, maar verzoekt UHT wel om dit herzieningsverzoek onder de aandacht te brengen bij B/T.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Gelet op het vooraanstaande adviseert de Commissie UHT om:
- Het bezwaar tegen de beschikking van 14 juli 2022 ongegrond te verklaren;
- Het verzoek voor vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter