Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10606

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 14 november 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 18 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 8 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar voor zover gericht tegen het definitieve compensatiebedrag gegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding toe te kennen. Voor het overige acht de Commissie de bezwaren ongegrond.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de volgende door UHT op 14 november 2022 en met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht), genomen beschikkingen:

  1. De beschikking met kenmerk UHT-DC I waarin UHT aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 13.530 toekent voor toeslagjaar 2011. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor dit jaar fouten gemaakt. Het bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000.
  2. De beschikking met kenmerk UHT-DC-I A, waarin UHT beslist dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010. De reden is dat bij de beoordeling van de KOT voor deze perioden geen fouten zijn gemaakt.
  3. De beschikking met kenmerk UHT-DH5 A, waarin UHT beslist dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010. De reden is dat B/T bij de beoordeling van de KOT voor deze jaren niet te streng is geweest.
  4. De beschikking met kenmerk UHT-O OGS B, waarin UHT aan belanghebbende een tegemoetkoming vanwege opzet/grove schuld (hierna: O/GS-tegemoetkoming) toekent van € 730 voor toeslagjaar 2009. B/T heeft voor dat toeslagjaar onterecht niet meegewerkt aan een persoonlijke betalingsregeling. Het bedrag valt binnen het surplus van de Catshuisregeling.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de toeslagjaren 2005 tot en met 2016. In overleg met belanghebbende en gemachtigde ziet de herbeoordeling op alle jaren waarin een nihilstelling of een neerwaartse bijstelling hebben plaatsgevonden, te weten 2007 en 2009 tot en met 2011.
  • Op 17 oktober 2022 heeft de Commissie van Wijzen als advies uitgebracht dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010.
  • Op 14 november 2022 heeft UHT de hierboven genoemde beschikkingen genomen. Het definitieve compensatiebedrag voor de toeslagjaar 2011 is vastgesteld op € 13.530. Compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010 is afgewezen. Voorts is een O/GS-tegemoetkoming van € 730 toegekend voor toeslagjaar 2009.
  • Op 5 januari 2023 heeft gemachtigde tegen alle vier de beschikkingen een separaat bezwaarschrift ingediend.
  • Op 27 mei 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 17 juli 2025 heeft de Commissie een schriftelijke beschouwing van UHT ontvangen.
  • Op 18 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Naar aanleiding van hetgeen is besproken tijdens de hoorzitting heeft UHT op 24 november 2025 nadere stukken en een toelichting toegestuurd. Op 7 december 2025 heeft gemachtigde hier op gereageerd. Op 16 december 2025 heeft gemachtigde stukken met betrekking tot de procedure over de werkelijke schade toegestuurd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie en O/GS-tegemoetkoming op de juiste wijze heeft berekend en compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010 terecht heeft afgewezen. Daarnaast zal de Commissie ingaan op de overige gronden van bezwaar.

Compensatieberekening toeslagjaar 2011

De aan belanghebbende toegekende compensatie bestaat op grond van artikel 2.2 Wht uit verschillende componenten. UHT heeft in de schriftelijke reactie aangegeven dat de invorderingskosten en – rente die belanghebbende destijds heeft betaald (regel i van de compensatieberekening) onjuist is berekend. Daarnaast is voor het berekenen van de toeslagrente over gemiste KOT (component o van de compensatieberekening) een onjuiste aanvangs- en einddatum gehanteerd. UHT acht het bezwaar op deze punten gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding van 1% (component p van de compensatieberekening) berekenen over het nieuwe bedrag. De Commissie adviseert UHT om aan deze toezegging gevolg te geven en de compensatieberekening aan te passen conform de in de schriftelijke beschouwing opgenomen toezeggingen. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.

De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de toelichting tijdens de hoorzitting en de overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen.

De Commissie overweegt voorts dat het op grond van de Wht niet mogelijk is in het kader van de onderhavige procedure een hogere schadevergoeding toe te kennen dan in overeenstemming is met de forfaitaire compensatieregeling. Deze procedure ziet uitsluitend op toekenning van de standaardvergoedingen volgens de Wht en niet op de vergoeding van de werkelijk geleden schade. Wanneer een belanghebbende meer (of andere schade) heeft geleden dan forfaitair wordt gecompenseerd, dan kan hij of zij aanvullende compensatie krijgen voor die werkelijke schade. Het is de Commissie gebleken dat een dergelijk verzoek van belanghebbende reeds in behandeling is bij de Commissie Werkelijke Schade.

Afgewezen toeslagjaren 2007, 2009 en 2010

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, volgens het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.

In de bestreden besluiten, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en beoordelingsformulier is voor alle toeslagjaren uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in KOT hebben plaatsgevonden. Tijdens de hoorzitting heeft UHT de wijzigingen mondeling toegelicht. Het betreffen alle correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf toegestuurde informatieformulieren en wijzigingen in het toetsingsinkomen. Voor toeslagjaar 2010 heeft belanghebbende aangegeven in het geheel geen opvang te hebben afgenomen. De door belanghebbende toegestuurde informatieformulieren voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010 bevinden zich in het ouder- en bezwaardossier. De Commissie heeft geen aanleiding om aan te nemen dat de destijds toegestuurde en ondertekende informatieformulieren niet afkomstig zijn van belanghebbende.

Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het standpunt van UHT met betrekking tot de afgewezen toeslagjaren onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie is verder van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de toelichting tijdens de hoorzitting, de LIC-overzichten en de overige producties, de bestreden besluiten voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De Commissie acht de bezwaren op dit punt ongegrond.

De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht.

O/GS-tegemoetkoming 2009

Met betrekking tot de hoogte van de O/GS-tegemoetkoming merkt de Commissie op dat deze volgens artikel 2.6 lid 2 Wht 30% bedraagt van het bedrag van de betreffende terugvorderingen. Uit onder andere het LIC-overzicht van toeslagjaren 2009 volgt dat een bedrag van € 2.431 is teruggevorderd waarbij sprake was van een O/GS-kwalificatie. Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat de aan belanghebbende toegekende O/GS-tegemoetkoming van € 730 correct is berekend.

Bezwaardossier, ouderdossier en stukken (interne) communicatie

Gemachtigde stelt dat het ouderdossier en het bezwaardossier niet volledig overeenkomen. Omdat niet is vast te stellen welk dossier aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegen, levert dit volgens gemachtigde strijd om het zorgvuldigheidsbeginsel

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. Het bij belanghebbende in bezit zijnde dossier is door UHT gecomplementeerd. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Ten overvloede merkt de Commissie op dat in het informatie- en beoordelingsformulier een tijdlijn is opgenomen waarin per toeslagjaar alle op de KOT betrekking hebbende relevante beschikkingen, brieven, notities en handelingen zijn opgenomen. Daarnaast is in het ouderdossier een SAS-rapport opgenomen (productie 0900001). Het SAS-rapport is een verzameling van gegevens uit een systeem dat SAS heet. Voorts heeft UHT in de aanvullende beschouwing van 24 november 2025 aangegeven dat er geen notities zijn van een mogelijk baliebezoek, maar dat het wel aannemelijk is dat belanghebbende in 2012/2013 langs is geweest in verband met het treffen van een betalingsregeling.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar deels gegrond is, adviseert de Commissie ook de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaarschrift voor zover gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I deels gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overweging;
  • het bezwaarschrift, voor zover gericht tegen de beschikkingen met de kenmerken
  • UHT-DC I A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B, ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen in stand te laten;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter