Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10588

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluiten: 17 oktober 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 18 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 26 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift, voor zover gericht tegen de compensatieberekening, gedeeltelijk gegrond te verklaren en voor zover gericht tegen de afgewezen toeslagjaren, ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de volgende, met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht), door UHT op 17 oktober 2022 genomen beschikkingen:

  1. De beschikking met kenmerk UHT-DC I waarin UHT aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 54.625 toekent voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor deze toeslagjaren fouten gemaakt.
  2. De beschikking met kenmerk UHT-DC-I A, waarin UHT beslist dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2008, 2014 en 2015. De reden is dat bij de beoordeling van de KOT voor deze perioden geen fouten zijn gemaakt.
  3. De beschikking met kenmerk UHT-DH5 A, waarin UHT beslist dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2008, 2014 en 2015. De reden is dat B/T bij de beoordeling van de KOT voor deze jaren niet te streng is geweest.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 9 september 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) vanaf toeslagjaar 2008. In overleg met belanghebbende ziet de herbeoordeling op de toeslagjaren 2008 tot en met 2015.
  • Op 26 mei 2021 heeft UHT aangegeven dat belanghebbende op grond van de Catshuisregeling in aanmerking komt voor het bedrag van € 30.000.
  • Op 1 juni 2022 heeft de Commissie van Wijzen als advies uitgebracht dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2008, 2014 en 2015.
  • Op 8 september 2022 heeft UHT als vooraankondiging het compensatiebedrag bepaald op € 54.408.
  • Op 17 oktober 2022 heeft UHT de hierboven genoemde beschikkingen genomen. Het definitieve compensatiebedrag voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 is vastgesteld op € 54.625. Compensatie voor de toeslagjaren 2008, 2014 en 2015 is afgewezen.
  • Op 30 november 2022 heeft gemachtigde hiertegen een bezwaarschrift ingediend en op 29 januari 2025 de gronden van bezwaar aangevuld.
  • Op 16 februari 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 18 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde aangegeven dat het bezwaar enkel nog ziet op de foutieve compensatieberekening voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 en het ontbreken van stukken. Derhalve beperkt het advies van de Commissie zich hiertoe.

Compensatieberekening toeslagjaren 2009 tot en met 2013

De aan belanghebbende toegekende compensatie bestaat op grond van artikel 2.2 Wht uit verschillende componenten. UHT heeft in de schriftelijke reactie aangegeven dat de toeslagrente gemiste KOT (regel o van de compensatieberekening) voor alle toeslagjaren onjuist is berekend. Daarnaast is voor het berekenen van de immateriële schade (component m van de compensatieberekening) een onjuiste aanvangs- en einddatum gehanteerd. Voor de toeslagjaren 2010 en 2011 is de onjuiste berekening van de rente gemiste KOT in het voordeel van belanghebbende uitgevallen en UHT zal die niet aanpassen. UHT acht het bezwaar op deze punten gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding van 1% (component p van de compensatieberekening) berekenen over het nieuwe bedrag.

De Commissie adviseert UHT om aan deze toezegging gevolg te geven en de compensatieberekening aan te passen conform de in de schriftelijke beschouwing opgenomen toezeggingen. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.

De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen, definitieve beschikkingen en de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzichten). De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke beschouwing, de toelichting tijdens de hoorzitting en de overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen.

Stukken (interne) communicatie

Gemachtigde stelt dat het dossier niet compleet is en wenst alle (interne) communicatie van B/T vanaf het moment dat is begonnen met het terugvorderen van KOT. Deze stukken zijn met name van belang voor de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Ten overvloede merkt de Commissie op dat in het informatie- en beoordelingsformulier een tijdlijn is opgenomen waarin per toeslagjaar alle op de KOT betrekking hebbende relevante beschikkingen, brieven, notities en handelingen zijn opgenomen. Daarnaast is in het ouderdossier een SAS-rapport opgenomen (productie 0900000). Het SAS-rapport is een verzameling van gegevens uit een systeem dat SAS heet. Hierin staat informatie over de KOT aanvragen die in het verleden zijn gedaan en zijn onder andere ook gespreksnotities uit het verleden opgenomen (vanaf pagina 114).

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie ook de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaarschrift voor zover gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I deels gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overweging;
  • het bezwaarschrift, voor zover gericht tegen de beschikkingen met de kenmerken UHT-DC I A en UHT-DH5 A, ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen in stand te laten;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter