Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10491

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]

Primair besluit: 22 augustus 2022 (UHT-DH A, UHT-DH5 A en UHT-DC-I A)

Hoorzitting: 26 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 31 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC-I a gedeeltelijk gegrond te verklaren, die beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie ter zake van de bezwaarprocedure tegen genoemde beslissing een proceskostenvergoeding toe te kennen. Tenslotte adviseert de Commissie de bezwaren tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DH A en UHT-DH5 A af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende en het door gemachtigde namens belanghebbende aangevulde bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvang-toeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) naar aanleiding van de eerste toets € 30.000 toegekend op grond van de Catshuisregeling, maar bij de integrale beoordeling is geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2018.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 12 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2014 tot en met 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 4 november 2021, met kenmerk UHT-B DMB2, aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 juli 2022 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikkingen van 22 augustus 2022, met kenmerk UHT-DH A, UHT-DH5 A en UHT-DC-I A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2018.
  • Mr. Wolde voornoemd heeft bij brief van 13 september 2022, ingekomen op
    15 september 2022, tegen deze beschikkingen bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 29 oktober 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 13 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 26 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft op 7 juli 2025 een aanvullende schriftelijke beschouwing met daarbij de LIC-overzichten van toeslagjaren 2014 tot en met 2018 en een concept-compensatieberekening over toeslagjaar 2014 ingediend. Gemachtigde heeft de Commissie op 9 juli 2025 geïnformeerd dat hij geen opmerkingen heeft naar aanleiding van de aanvullende informatie.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

UHT heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat aan belanghebbende geen schikkingsvoorstel is gedaan omdat belanghebbende bij de integrale beoordeling niet is aangemerkt als gedupeerde. Belanghebbende zou graag alsnog een schikkingsvoorstel willen ontvangen. De Commissie laat de vraag of belanghebbende aanspraak kan maken op een schikkingsvoorstel verder onbesproken nu die vraag buiten de reikwijdte van de onderhavige procedure valt.

Ter zitting heeft gemachtigde verklaard dat het bezwaar van belanghebbende zich beperkt tot de toeslagjaren 2014 en 2018 en dat belanghebbende haar bezwaar tegen de afwijzing van compensatie over de jaren 2015, 2016 en 2017 niet langer handhaaft.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om toekenning van compensatie of een tegemoetkoming over de toeslagjaren 2014 en 2018 af te wijzen.

Compleetheid dossier en motivering besluit
Belanghebbende stelt dat de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikkingen van 22 augustus 2022 ontbreken. Derhalve is de bestreden beschikking volgens belanghebbende onvoldoende gemotiveerd.

De Commissie stelt vast dat belanghebbende inmiddels beschikt over de schriftelijke reacties van UHT en de bijbehorende stukken, die op 30 april 2025 en op 8 juli 2025 aan gemachtigde zijn verzonden. Op basis van de in dit dossier opgenomen stukken kon belanghebbende genoegzaam inzicht verkrijgen in de totstandkoming van de bestreden beschikkingen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2014
UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing geconcludeerd dat er over 2014 wel vooringenomen is gehandeld door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) en dat belanghebbende alsnog recht heeft op compensatie over dat jaar. De Commissie neemt met instemming kennis van het feit dat UHT belanghebbende over toeslagjaar 2014 alsnog zal compenseren. De Commissie adviseert UHT dan ook op het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en belanghebbende alsnog compensatie toe te kennen overeenkomstig de na de zitting nog toegezonden compensatieberekening waarmee belanghebbende kennelijk akkoord gaat.

Toeslagjaar 2018
De Commissie is van oordeel dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2018 niet institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2018 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is naar aanleiding van reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Zo was er sprake van een stopzetting door belanghebbende zelf en een wijziging van het aantal opvanguren en van het toetsingsinkomen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in dit geval anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen met betrekking tot 2014, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar, gericht tegen de beschikkingen van 22 augustus 2022 met kenmerk UHT-DH A en UHt-DH5A ongegrond te verklaren, om het bezwaar gericht tegen de beschikking van
22 augustus 2022 met kenmerk UHT-DC-I A gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • Het besluit met kenmerk UHT DC-I A, te herroepen en belanghebbende alsnog compensatie wegens vooringenomenheid toe te kennen over 2014 met inachtneming van dit advies;
  • De overige bezwaren tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC-I A ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de bezwaarprocedure met betrekking tot de beschikking met kenmerk UHT DC-I A toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter