Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10400

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 5 september 2022

Hoorzitting: 6 mei 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 14 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar tegen het bestreden besluit (gedeeltelijk) gegrond te verklaren,
het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen en de
bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar ingediend tegen het besluit van 5 september 2022 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2007 tot en met 2012 is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom recht heeft op een compensatiebedrag van € 140.867 (UHT-DC I).

    Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 8.6 en 9.2 Wht worden de bestreden beschikkingen geacht te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar
    kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 21 april 2021 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader
    van de eerste toets, recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Bij brief van 5 september 2022 is, nadat een vooraankondiging kenbaar is
    gemaakt, vorenstaand besluit genomen.
  • Bij brief van 22 september 2022 heeft gemachtigde tegen het besluit bezwaar
    gemaakt.
  • Op 14 januari 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 6 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit
    advies gevoegd.
  • Op 6 mei 2025 heeft gemachtigde een e-mailbericht verzonden. Op 6, 7 en
    8 mei 2025 heeft de behandelend ambtenaar daarop gereageerd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Motivering besluit onvoldoende
De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van het
bestreden besluit weliswaar niet voldoende heeft toegelicht, maar dat UHT door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van LIC-overzichten en overige producties alsnog het bestreden besluit voldoende heeft onderbouwd.

Onvolledig dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 14 januari 2025 toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Component a (toeslagjaar 2012)
Belanghebbende heeft gesteld dat met betrekking tot toeslagjaar 2012 component a van de compensatieberekening onjuist is vastgesteld. UHT heeft verwezen naar productie 74.
Naar het oordeel van de Commissie blijkt daaruit dat op terechte gronden het bedrag van € 9.090 is gehanteerd. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Kosten voor juridische hulp
In de schriftelijke reactie en in de na de hoorzitting ontvangen e-mail-correspondentie is erkend dat de vergoeding voor juridische hulp onjuist is met betrekking tot toeslagjaar 2010 (twee punten extra). Ter hoorzitting en in de e-mailberichten van 6, 7 en 8 mei 2025 is aangegeven dat ook voor de jaren 2009, 2011 en 2012 de vergoeding naar boven zal worden bijgesteld (0.5 punt extra per jaar). De Commissie adviseert dienovereenkomstig te beslissen in de beslissing op bezwaar.

Vergoeding toeslagrente over gemiste KOT
In de schriftelijke reactie heeft UHT aangegeven dat component O van de
compensatieberekening onjuist is vastgesteld. Onder verwijzing naar hetgeen daarover is opgemerkt in de schriftelijke reactie, adviseert de Commissie om de rentevergoeding over gemiste KOT opnieuw te berekenen bij de beslissing op bezwaar.

Immateriële schadevergoeding
Nu de rente over gemiste KOT moet worden aangepast, en het bezwaar op dit punt
derhalve gegrond is, dient de vergoeding voor immateriële schade te worden
doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de
hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw dient te worden vastgesteld.

Aanvullende vergoeding van 1 procent
Het advies van de Commissie om de vergoeding voor de rente over gemiste KOT en de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve
compensatiebeschikking.

Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bestreden besluit te herroepen zoals hiervoor is aangegeven;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter