BAC 2022-10385
Publicatiedatum 23-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 1 augustus 2022 (UHT-DC I)
Hoorzitting: 5 juni 2025
Overdracht advies aan UHT: 30 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om het verzoek om een
proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en
vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 87.061 voor de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van
de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2014, 2015 en 2018.
In overleg met belanghebbende ziet de herbeoordeling op de toeslagjaren 2012
tot en met 2016. - UHT heeft bij beschikking van 12 augustus 2021 aan belanghebbende
medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000. - Bij beschikking van 25 maart 2022 met kenmerk UHT- VC I heeft UHT aan
belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van
€ 85.464 over de toeslagjaren 2012 tot en met 2016. - Bij beschikking van 1 augustus 2022 met kenmerk UHT DC-I heeft UHT aan
belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van
€ 87.061 over de toeslagjaren 2012 tot en met 2016. - Gemachtigde heeft bij brief 9 september 2022, ontvangen op 13 september 2022 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 4 maart 2024, ontvangen op 6 maart 2024 het
bezwaarschrift aangevuld. - UHT heeft op 8 januari 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 5 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een
verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Rentevergoeding voor gemiste KOT
UHT heeft in haar schriftelijke reactie opgemerkt dat de rentevergoeding voor gemiste KOT over de toeslagjaren 2012 tot en met 2016 niet goed is berekend.
De Commissie neemt met instemming kennis van het standpunt van UHT om de toeslagrente over het toeslagjaar 2012 in het voordeel van belanghebbende te corrigeren naar € 1.304 in plaats van € 1.225. De overige jaren worden niet aangepast omdat belanghebbende niet door het bezwaar benadeeld mag worden. De Commissie adviseert daarom om de berekening van deze component over de toeslagjaren 2013 tot en met 2016 in stand te laten.
Immateriële schadevergoeding
Belanghebbende is het niet eens met de hoogte van de immateriële schadevergoeding.
Met betrekking tot de hoogte van de immateriële schade merkt de Commissie het
volgende op. Op grond van artikel 2.3 lid 4 van de Wht is de vergoeding voor
immateriële schade een forfaitaire vergoeding van € 500 voor ieder half jaar dat is
verstreken tussen de dagtekening van een eerste beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, en de dagtekening van de eerste beschikking tot toekenning van
compensatie, waarbij een deel van een half jaar naar boven wordt afgerond op een half jaar. Het is op basis van de Wht niet mogelijk om af te wijken van deze systematiek en een hogere schadevergoeding toe te kennen. Deze bezwaar-procedure heeft alleen betrekking op de toekenning van genoemde forfaitaire (standaard) vergoedingen en niet op de vergoeding van eventuele hogere werkelijke schade. Hiervoor is een procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) bestemd.
Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de rentevergoeding voor gemiste KOT over het toeslagjaar 2012 gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en alle, ingevolge de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) daarmee samenhangende (waaronder de aanvullende vergoeding van 1 %), vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Werkelijke schade
Belanghebbende stelt dat het compensatiebedrag van € 87.061 niet de daadwerkelijk geleden schade dekt. De Commissie legt uit dat de onderhavige bezwaarprocedure uitsluitend ziet op toekenning van de standaardvergoedingen conform forfaitaire bedragen volgens de Wht en niet op de vergoeding van de werkelijk geleden schade. De Commissie adviseert belanghebbende om een verzoek hiertoe in te dienen bij de Commissie Werkelijke Schade of gebruik te maken van de route, die de Stichting (Gelijk)waardig Herstel biedt.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- het bezwaar dat gericht is tegen de bestreden beschikking van 1 augustus 2022
met kenmerk UHT-DC I gegrond te verklaren ten aanzien van de rentevergoeding voor gemiste KOT over het toeslagjaar 2012; - de compensatie opnieuw te berekenen en ook alle, ingevolge de Wht, daarmee
samenhangende vergoedingen (waaronder de vergoeding voor immateriële
schade) opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies; - de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe
te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste
tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter