Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-09884

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 juni 2022 (UHT-DC I A)

Hoorzitting: 6 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 8 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 9 augustus 2022 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag van 30 juni 2022 met kenmerk UHT DC I A.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2013 en 2014.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 april 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013 en 2014.
  • UHT heeft bij besluit van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 19 april 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 30 juni 2022 (UHT- DC I A) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2013 en 2014.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 augustus 2022 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 februari 2024 de bezwaargronden aangevuld.
  • UHT heeft op 10 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 6 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Ontbrekende stukken/volledige dossier

Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

DigiD

Om een aanvraag/stopzetting KOT te kunnen doen, moet de aanvrager inloggen met zijn/haar persoonlijke DigiD-inloggegevens. Daarmee heeft de B/T willen bewerkstelligen dat alleen een rechthebbende op de toeslag een dergelijke aanvraag kan indienen. Een DigiD biedt immers een persoonsgebonden ingang naar een digitaal portaal.

Belanghebbende heeft verklaard dat zij haar inloggegevens in die tijd met anderen heeft gedeeld. Hoewel de Commissie niet uitsluit dat belanghebbende dit te goeder trouw heeft gedaan, is zij van oordeel dat het delen van DigiD-inloggegevens voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Geen compensatie

Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2013 en 2014 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen, waaronder een stopzetting door belanghebbende. De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter